Amnesty International kampt met racisme en wit privilege, stelt intern rapport over mensenrechtenorganisatie

In een intern rapport over Amnesty International spreken werknemers over discriminatie en zelfs expliciet racisme aan de top van de organisatie. Incidenten zoals het gebruik van scheldwoorden voor etnische minderheden en micro-agressies zoals het aanraken van het haar van zwarte collega's zijn slechts enkele voorbeelden. 

Het interne rapport kwam er naar aanleiding van de Black Lives Matter-beweging en legt bloot hoe wit privilege verweven zou zitten in de organisatie. Verschillende werknemers getuigen ook over vooroordelen en ongevoeligheden op het hoofdkantoor van Amnesty International in London. 

Niet alleen zouden sommige hooggeplaatste werknemers van Amnesty International expliciet racistische taal gebruiken, maar is er ook sprake van een cultuur waar de bekwaamheid van zwarte werknemers doorlopend in twijfel wordt getrokken en ook van een gebrek aan bewustzijn over bepaalde religieuze praktijken.

Het doel van Amnesty International is het verdedigen van de mensenrechten overal ter wereld, maar het heeft vooral kantoren in Londen en andere westerse landen. De werknemers betrokken bij het rapport halen dan ook aan dat de organisatie onbewust een kolonialistisch idee met zich meedraagt waarbij anderen moeten "gered worden".  In het rapport wordt ook gesproken van spanningen tussen de oorsprong van de organisatie en het doel ervan de dag van vandaag. 

De mensenrechtenorganisatie kwam in 2019 al eens in opspraak na een rapport over pestgedrag binnen de organisatie. Dat rapport kwam er na de zelfmoord van twee werknemers in 2018. 

Meest gelezen