Nee, je kunt er niets aan doen dat je dt-fouten schrijft

Wil je half Vlaanderen in opstand laten komen, durf dan te opperen dat we misschien beter de dt-regels kunnen afschaffen. Dat is de afgelopen week weer eens gebleken. In de Facebookgroep van VRT Taal kwamen honderden, vaak emotionele reacties op die stelling. Heel wat mensen stelden dat die regels eenvoudig en logisch zijn. Gek genoeg voegden ze er geregeld aan toe: je moet alleen veel oefenen. Als de regels logisch en eenvoudig zijn, dan zou je toch juist niet veel hoeven te oefenen?

Waar komen de werkwoordregels vandaan?

De Nederlandse spelling is gebaseerd op twee grote principes: het fonologische en het morfologische principe. Anders gezegd: óf we schrijven wat we horen, óf we schrijven een morfeem (de kleinste taaleenheid met een eigen betekenis of grammaticale functie, zoals hond, vind, -en, ­-t) altijd op dezelfde manier. Als de twee principes met elkaar in botsing komen, dan gaat dat laatste principe voor.

Daarom schrijven we hond omdat we een d horen in honden, en vind omdat we een d horen in vinden. Daarom ook schrijven we vindt omdat we het achtervoegsel t horen in werkt.

Al in 1706, zo hebben we vernomen van professor Frans Daems, stelde de Nederlandse predikant en taalkundige Arnold Moonen voor om een t te spellen in de tweede en derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd: jij / hij wordt want jij / hij maakt. Die spelling werd in Nederland officieel in 1804 en in 1844 ook in België.

Herbekijk hieronder het debat van VRT Taal over de dt-regels (en lees verder onder de video):

Videospeler inladen...

Waarom veroorzaken de regels zoveel problemen?

De dt-regels – eigenlijk een ongelukkige naam, want het gaat om de keuze tussen d en t – zijn gemakkelijk te beschrijven. Je schrijft wordt omdat je ook maakt schrijft, en gedroomd omdat je ook een d in droomde schrijft.

Al zijn de regels makkelijk te beschrijven, toch lezen we zaken als ‘Wordt ook donor’ en ‘Klimaatverandering bedreigd top’. Zulke fouten komen vaak voor, ook bij ervaren spellers, ook in kranten, ondertitels en koppen in het journaal. Het kan toch niet dat al die mensen slecht onderwijs hebben gehad, of dom, lui of nonchalant zijn?

Fouten tegen de werkwoordspelling zijn onuitroeibaar. In de eerste plaats speelt ons beperkte werkgeheugen ons parten. Wie schrijft, moet met veel tegelijk bezig zijn: wat wil ik zeggen, hoe structureer ik dat, welke zinsstructuur gebruik ik, welke woorden kies ik, hoe spel ik die woorden? Dat is voor ons werkgeheugen soms te veel, zeker als we onder tijdsdruk staan.

We zijn te weinig getraind in het spellen van werkwoordvormen

Bovendien hebben we de onbewuste neiging om te doen wat we het vaakst doen. We schrijven de vorm op waar we het meest mee vertrouwd zijn, die we het vaakst zien, bijvoorbeeld wordt en gebeurd. Meestal is die spelling ook correct, juist omdat ze het vaakst voorkomt. Maar in sommige zinnen gaat het mis en maken we de verkeerde keuze.

Jammer voor ons worden we relatief weinig met een dt-probleem geconfronteerd. Op de 100 werkwoordvormen die we schrijven, zijn er maar 8 van het type word / wordt en maar 11 van het type gebeurt / gebeurd. In die laatste categorie zitten dan nog voltooide deelwoorden als bereikt en verwerkt, waar niemand een d zou spellen.

We zijn te weinig getraind in het spellen van werkwoordvormen en laten ons misleiden door de vorm die we het meest tegenkomen in teksten.

Kun je dt-fouten vermijden?

Redacties, ook VRT NWS, krijgen geregeld het verwijt dat er veel dt-fouten in hun teksten staan. Kunnen die dan niet vermeden worden? Haalt een tweede lezer of corrector niet alle dt-fouten uit een artikel?

Helaas niet. Op een spellingchecker kun je al helemaal niet vertrouwen, want die programma’s zijn doorgaans niet slim genoeg om te kunnen bepalen of het gebeurt dan wel gebeurd moet zijn.

Als klap op de vuurpijl lezen we ook sneller over een dt-fout heen als die fout de meest frequente vorm is. Als een schrijver gebeurd schrijft waar het gebeurt moet zijn of wordt waar het word moet zijn, zal ook de lezer de fout niet altijd opmerken. Zelf herlezen of laten nalezen is een aanrader, maar het garandeert niet dat een tekst foutloos is.

Het blijft merkwaardig dat regels die zo eenvoudig te beschrijven zijn, zoveel problemen veroorzaken. En nee, wie een dt-fout maakt, is niet per se dom, lui of nonchalant.

Meest gelezen