Een blik op de kathedraal van Lincoln in Engeland.

Vlaming, herbergier én burgemeester in Engeland in de 15e eeuw: maak kennis met Jan Wetter

Een herbergier uit Vlaanderen heeft het in de 15e eeuw tot burgemeester van de stad Lincoln in Engeland geschopt. Dat heeft historicus Bart Lambert van de VUB ontdekt in het kader van een onderzoek naar migratiestromen in de late middeleeuwen. Daaruit blijkt dat het destijds heel gewoon was om vanuit de Nederlanden het Kanaal over te steken en daar een nieuw leven op te bouwen.

Een Vlaming die in het buitenland een middelgrote stad gaat leiden: vandaag zou het wellicht groot nieuws zijn. Bijna zeshonderd jaar geleden was het niet zo uitzonderlijk, zo toont een onderzoek van historicus Bart Lambert van de VUB aan. Hij ontdekte dat in de 15e eeuw herbergier Jan Wetter uit het toenmalige graafschap Vlaanderen het tot burgemeester schopte van Lincoln in Engeland (dat toen nog een apart koninkrijk vormde).

"Veel weten we niet over Wetter", vertelt Lambert aan VRT NWS. "Over zijn carrière in Engeland zijn meer details bekend, maar over zijn tijd in het graafschap Vlaanderen is de informatie schaars. In bronnen in Engeland staat hij als fleming vermeld. Hoewel dat soms een parapluterm was voor iedereen uit de Nederlanden, zijn we in deze zeker van zijn herkomst. Was hij in het hertogdom Brabant of het graafschap Holland geboren, dan had daar een andere term gestaan."

Een fragment van de Alien Subsidy-lijst voor de stad Lincoln in 1441. The National Archives, E 179/269/28, m. 2. Op de foto is de naam te zien van Jan Wetter, burgemeester van Lincoln, die als "Fleming" ook de alien subsidy-belasting moest betalen.

Lambert ontdekte de naam van Wetter in het kader van een onderzoek naar migratiestromen in de late middeleeuwen. Daaruit blijkt dat wel meer inwijkelingen uit West-Europa hoge posities in Engeland bemachtigden. Zo kwamen de burgemeesters van Southampton en York op een bepaald moment uit wat vandaag Italië en Duitsland zijn.

Wat is het graafschap Vlaanderen?

Het graafschap Vlaanderen was een gebied dat ongeveer overeenkomt met wat vandaag West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen is. Het ontstond in de 9e eeuw uit de resten van het rijk van Karel de Grote en hoorde toe aan de koning van Frankrijk. Toch voer het eeuwenlang een eigen koers. Later ging het deel uitmaken van de Bourgondische Nederlanden, samen met onder meer het hertogdom Brabant.

Honderdjarige Oorlog

Voor zijn onderzoek grasduinde Lambert in eeuwenoude documenten over een speciale belasting die iedereen die niet in Engeland was geboren moest betalen. "De koning van Engeland voerde die belasting in de jaren 1440 in. Over de reden bestaat discussie: sommigen denken dat hij hiermee onder meer de Honderdjarige Oorlog wou financieren, anderen denken dat hij op die manier de aanwezigheid van buitenlanders op zijn grondgebied precies in kaart wou brengen en dat het een controlemechanisme was."

In de 15e eeuw was zowat 1,5 procent van de bevolking van Engeland in het buitenland geboren. In steden lag dat cijfer hoger. Zo kwam 7 procent van de inwoners van Londen uit het buitenland. In Southampton en Bristol was dat zelfs meer dan 12 procent. "Die cijfers zijn vrij precies omdat elke nieuwkomer de belasting moest betalen. Die was relatief beperkt, dus niemand ontsnapte eraan."

"Vanuit onze streken waren het vooral geschoolde ambachtslui die naar Engeland verhuisden. Ook gezinnen en alleenstaande vrouwen maakten de oversteek, bijvoorbeeld om als dienstpersoneel aan de slag te gaan. Over het algemeen ging het om mensen met een iets hoger profiel. Inwijkelingen uit Schotland hadden meestal een lagere sociaal-economische status."

Een fragment van de belastingslijsten van de Alien Subsidy voor de Londense wijken Castle Baynard en Farringdon Without in 1483. The National Archives, E 179/242/25, m. 16. Deze belasting werd geïnd bij iedereen die in Engeland woonde maar in het buitenland geboren was. Op de foto is de naam van de belastingbetalers te zien, hun beroep en hun afkomst.

Klimaatvluchtelingen

Opvallend: in de 15e eeuw ging het de Nederlanden economisch voor de wind. Waarom trokken sommigen dan weg? "Op het eerste gezicht was onze maatschappij destijds welvarend, maar daaronder ging veel politieke onrust schuil", zegt Lambert. "In verschillende steden vonden opstanden plaats. Soms tussen groepen onderling, soms tussen een stad en de vorst. De verliezende partij trok na afloop meestal weg."

"Een kleine groep mensen migreerde om ecologische redenen. In het begin van de 15e eeuw vonden verschillende grote vloedgolven plaats die heel wat kleinere steden en dorpen in Zeeland en Brabant vernielden. Sommige inwoners trokken als een soort klimaatvluchtelingen naar Engeland om daar een nieuw leven op te bouwen."

"Tot slot migreerden veel mensen uit economisch opportunisme. Ambachtslui in de Nederlanden hadden vaak vaardigheden waarnaar grote vraag was in Engeland. Mensen als schoenlappers, kleermakers, goudsmeden of bierbrouwers vulden een gat in de arbeidsmarkt op. Zeker in kleine en middelgrote steden en dorpen waren ze welkom. In grotere steden botsten ze soms wél op concurrentie en vijandigheid."

Grenscontroles

Beland je vandaag in een administratieve of bureaucratische mallemolen als je wil migreren, dan kon dat in de 15e eeuw een pak eenvoudiger. "Grenscontroles bestonden nauwelijks, behalve in tijden van oorlog. Je kon dus vrij makkelijk reizen en je elders vestigen. Rechten opbouwen was een ander paar mouwen. In veel steden moest je geld betalen om je officieel burger te mogen noemen en bepaalde georganiseerde beroepen te mogen uitoefenen."

Officieel burger zijn, was een voorwaarde om te mogen stemmen bij lokale verkiezingen en om je verkiesbaar te stellen. Niet je nationaliteit, maar wel je economische positie gaf hierbij de doorslag. "Het waren vooral rijke migranten die bestuursmandaten binnenhaalden. Het ging sowieso altijd om mannen, vrouwen bleven uitgesloten van de lokale politiek."

Engels spreken was van ondergeschikt belang om het ver te schoppen. "Vandaag vinden we taal een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle integratie, maar in de bronnen uit de 15e eeuw in Engeland vinden we daar weinig verwijzingen naar. Het lijkt erop dat mensen taal pragmatisch benaderden, het was niet het belangrijkste."

Centraal gezag

Lambert hoefde voor zijn onderzoek niet in 1.001 lokale archieven te duiken, maar vond alle informatie in het nationaal archief in Kew, een buitenwijk van Londen bekend van de Kew Gardens. "Overal in Engeland inden lokale ontvangers de belastingen, maar het was de centrale overheid van de koning die alles coördineerde. Alle gegevens belandden zo op 1 plek."

"Het was net omdat Engeland zo'n stevig centraal bestuur had, dat de koning belastingen kon heffen zoals die op mensen die in het buitenland waren geboren. Machthebbers bij ons konden daar alleen maar van dromen. De Nederlanden waren een lappendeken zonder sterk centraal gezag."

Dat verklaart meteen waarom wij minder zicht hebben op migranten uit Engeland die eveneens talrijk naar de Nederlanden uitweken. "In de 14e en 15e eeuw waren Brugge en Antwerpen de belangrijkste handelssteden van Europa. Zij trokken dan ook veel kooplieden aan. Die uit Engeland verhandelden voornamelijk wol en later ook laken. Mogelijk trokken veel ambachtslui en andere arbeiders eveneens naar de Nederlanden, maar over hen weten we minder bij gebrek aan vergelijkbare bronnen."

Meest gelezen