De 6 kinderchirurgen van het Saffier-centrum: (vlnr) dr. Charlotte Vercauteren (UZ Brussel), dr. Kim Vanderlinden (UZ Brussel), dr. Stijn Heyman (ZNA), dr. Dirk Vervloessem (ZNA), prof. Toon De Backer (UZ Brussel), dr. Paul Leyman (GZA)

Twee Antwerpse ziekenhuizen en een Brussels bundelen krachten in nieuw centrum voor gespecialiseerde kinderchirurgie

Het Koningin Paola Kinderziekenhuis (ZNA), het Sint-Augustinus ziekenhuis (GZA) en het UZ Brussel gaan samenwerken in een nieuw centrum voor gespecialiseerde kinderchirurgie. Dat zal Saffier heten. Door samen te werken willen ze beter zijn in het behandelen van zeldzame aandoeningen. Er zal dankzij het centrum ook het hele jaar door, dag en nacht, een kinderchirurg beschikbaar zijn. 

80 procent van de heelkundige ingrepen bij kinderen vindt plaats in het eerste levensjaar en dan vooral tijdens de eerste 48 uur na de geboorte. Bij die pasgeborenen gaat het heel vaak om aandoeningen in het spijsverteringsstelsel, tussen mond en anus.

Een pasgeborene heeft bijvoorbeeld 23 centiliter bloed, de inhoud van een flesje frisdrank of een pintje. Bij operaties is het dus belangrijk dat je zo weinig mogelijk bloed verliest

dr. Paul Leyman (GZA en ZNA)

Baby's en kinderen opereren is een vak apart zegt dokter Paul Leyman (GZA en ZNA): "Een kind is geen minivolwassene: het heeft een heel andere lichaamsbouw en veel minder bloed. Een pasgeborene heeft bijvoorbeeld 23 centiliter bloed, de inhoud van een flesje frisdrank of een pintje. Bij operaties is het dus belangrijk dat je zo weinig mogelijk bloed verliest, want het kind heeft zijn bloed nodig om een goede bloeddruk te behouden en dat heb je dan weer nodig om te kunnen leven."

Reporters

Het Saffier-netwerk wordt één van de grootste centra voor kinderheelkunde in ons land. Zes kinderchirurgen uit de verschillende ziekenhuizen zullen samenwerken. Daardoor zal er het hele jaar door, dag en nacht een kinderchirurg beschikbaar zijn voor dringende ingrepen.

Kasper

Yelle Eyckmans uit Berchem, die drie jaar geleden papa werd van Kasper, heeft zelf ondervonden dat het van levensbelang is om snel de juiste hulp te krijgen. "Na een half jaar werd duidelijk dat er iets mis was", vertelt hij op Radio 2 Antwerpen. "Kasper had hyperinsulinisme. Dat betekende dat zijn suikerniveau meteen zakte. Dan viel hij letterlijk stil, want suiker heb je nodig om energie te hebben. De aandoening komt maar bij 1 op 50.000 kinderen voor in Europa."

Uit onderzoek is gebleken dat Kasper een vorm had, die kon verholpen worden met een operatie. "Ze hebben ons vanaf het begin goed begeleid en uitgelegd wat de mogelijkheden waren. Ze hebben daarvoor ook hulp ingeschakeld van andere artsen uit het eigen en andere ziekenhuizen om Kasper de beste zorg te kunnen geven. Wij voelden ons heel erg gesteund en Kasper is intussen helemaal in orde en kan zoals andere kinderen spelen en ravotten."

Meest gelezen