André Van Schuylenbergh

Hoe goed kent burgemeester D’Haese het Aalsterse dialect? Wat betekent "gralijk" of "kreftenbijter"?

Hoe goed is de kennis van burgemeester Christoph D’Haese (N-VA) over het beroemde Aalsterse dialect? Op de dialectenquiz die Radio 2 Oost-Vlaanderen hem voorlegde, scoorde hij 9 op 10. Dat is meteen de hoogste score van alle Oost-Vlaamse burgemeesters die de test hebben afgelegd. Taalexperte Veronique de Tier van het Instituut der Nederlandse Taal ontleedt het Aalsterse dialect.

Dialecten durven te verdwijnen, maar Radio 2 Oost-Vlaanderen gaat regelmatig op zoek naar dialectwoorden uit de provincie om die in ere te houden. De oorsprong en betekenis van dialectwoorden zijn soms heel verrassend. Het Aalsterse dialect is een van de bekendste dialecten uit de provincie, maar ook daarbuiten. Burgemeester Christophe D’Haese blijkt het lokale dialect vrij goed onder de knie te hebben. Hij scoorde 9 op 10 op de dialectenquiz van Radio 2 Oost-Vlaanderen. "Het is belangrijk om de taal van je volk te begrijpen", klinkt het. Maar weet hij wat gralijk of kreftenbijter betekent?

Beluister het gesprek met Radio 2 Oost-Vlaanderen hieronder, of lees verder:

Nicolas Maeterlinck

Taalexperte Veronique de Tier van het Instituut der Nederlandse Taal ontleedt het Aalsterse dialect. "Een kreftenbijter is een gierigaard. Het is een verbastering van kribbenbijter. Dat heeft als oorspronkelijke betekenis 'hongerlijder, armoedzaaier, vrek'. De grondbetekenis is een paard dat aan zijn krib staat te bijten en te knagen omdat er geen haver in de voederbak is. Later is het vervormd en geëvolueerd naar 'gierigaard'.

'Gralijk' betekent 'geweldig' of 'verschrikkelijk'

Veronique de Tier van het Instituut der Nederlandse Taal

De taalexperte legt ook uit wat gralijk precies betekent. "Het betekent geweldig of verschrikkelijk. In de rest van Oost-Vlaanderen gebruik je wreed, wat eigenlijk hetzelfde betekent. Het is een versterkend woord." Een ander typisch woord is zep. "Dat is een 'goot' en hangt samen met zijp of zijpen. Oorspronkelijk gaat het woord terug op een woord voor 'druppel'. 

Caleçon en ammelouken

Ook voor het woord 'onderbroek' heeft men een Aalsterse variant. "In Aalst spreekt men over een caleçon. Dat was oorspronkelijk de naam voor de 'herenonderbroek met korte of lange pijpen', maar werd later ook voor die voor vrouwen gebruikt", legt de taalexperte uit.

Terwijl een ammelouken in Oost-Vlaanderen vaak een 'tafelkleed' is, heeft dat in Aalst blijkbaar een iets ruimere betekenis. "Daar wordt het ook gebruikt voor een gewoon 'laken'. Over de herkomst van het woord bestaat twijfel, maar de meest plausibele uitleg is dat amme teruggaat op ambacht, kerkelijke dienst. Oorspronkelijk was het dus een laken dat op het altaar lag, later kon je er alle soorten tafels mee dekken. Het tweede lid van de samenstelling verwijst naar de lakenstof waaruit het ammelaken bestaat."

Een 'poppeloentje' is een 'dikkopje'

Veronique de Tier van het Instituut der Nederlandse Taal

Zelfs voor sommige insecten bestaat er een dialectwoord. "In Aalst zegt men poppeloentje als men het over een 'dikkopje' heeft, maar het woord gaat wel terug op het Latijnse papilio in de betekenis ‘vlinder’. Namen voor insecten worden gemakkelijk overgedragen op andere dieren, zeker als het goedklinkende namen zijn."

Meest gelezen