AFP or licensors

Nooit meer "bommen en granaten" in steden en dorpen

Het is een oud debat: mogen tijdens oorlogen wapens gebruikt worden die veel burgers kunnen treffen? Ons parlement zegt nu "nee" tegen "explosieve wapens". Maar wat met kernwapens? 

Als het goed is, mag het ook gezegd worden. Het Belgisch Parlement heeft  zich donderdag ondubbelzinnig uitgesproken tegen het gebruik van explosieve wapens met een groot bereik in steden en dichtbevolkte gebieden. De beelden van de ruïnes van het kapotschoten Idlib in Syrië staan op eenieders netvlies. De afgelopen tien jaar zijn wereldwijd – in Syrië, Irak, Afghanistan, Pakistan, Jemen, Nigeria, Somalië, Gaza, Libië en Oekraïne - meer dan 250.000 dodelijke burgerslachtoffers gevallen door luchtbommen, artilleriegranaten, mortiergranaten, raketkoppen of geïmproviseerde explosieven. 

Nog veel meer mannen, vrouwen en kinderen raakten een arm of been kwijt, werden getraumatiseerd en moesten vluchten. Essentiële infrastructuur zoals ziekenhuizen, elektriciteit, scholen en straten werden met de grond gelijk gemaakt.

Particratie

Al jaren wordt door landen als Oostenrijk en Ierland diplomatiek werk geleverd om dergelijke praktijken te vermijden. Dat de federale parlementsleden onze regering nu oproepen om een actieve rol te spelen in deze onderhandelingen valt enkel toe te juichen, en bewijst dat als onze volksvertegenwoordigers echt willen, we af ten toe onze fameuze particratie kunnen overstijgen en het parlement haar rol speelt. 

Het is trouwens niet de eerste keer. In 1995 steunde ons parlement als eerste het initiatief om anti-persoonsmijnen uit de wereld te bannen, en dwong op die manier onze regering om het voortouw te nemen. Ook bij het wereldwijd verbod op clustermunitie, enkele jaren later, speelden we eerste viool. En drie jaar geleden was er een grote meerderheid in het parlement te vinden voor een verbod op volledig autonome wapensystemen, de zogenaamde killer robots, ook een primeur.

Ook in oorlog dienen regels – zoals het maken van een onderscheid tussen militairen en burgers - gevolgd te worden. 

De kapstok voor dit alles is het internationaal humanitair recht dat stelt dat ook in oorlog regels – zoals het maken van een onderscheid tussen militairen en burgers - dienen gevolgd te worden. Sceptici zullen meteen opmerken dat die regels niet steeds worden gevolgd. Dat is correct, maar de norm achter die regels blijft wel grotendeels gevrijwaard. 

Wanneer chemische wapens in Syrië werden gebruikt, ingaand tegen bestaande verdragen, was de wereld verontwaardigd, net omwille van de norm die het verdrag schraagt. Deze norm – die stelt dat het noch legitiem noch legaal is om chemische wapens in te zetten – werd door deze reacties in zekere zin zelfs versterkt. En hopelijk blijft daardoor het gebruik van chemische wapens in Syrië een uitzondering op de regel.

En nu kernwapens?

Er wacht ons parlement en regering nog één wapensysteem dat nog veel krachtiger is dan alle eerder genoemde wapensystemen. Een wapen dat in één klap honderdduizenden burgers kan doden en verminken, ook door ioniserende straling, en met gevolgen voor natuur en milieu waarbij de brand In Brecht een lachertje is. 

Als een grootschalige oorlog met de huidige kernarsenalen zou worden uitgevochten betekent dit mogelijks zelfs het einde van de mensheid. Covid op steroïden als het ware. Idealisten geloven dat net omwille van de vernietigingskracht dit wapensysteem nooit (meer) zal worden ingezet. 

Een beetje mensenkennis volstaat om te geloven dat we beter niet uitgaan van onze ratio om dreigingen tegen te gaan waarvan één falen dergelijke catastrofes met zich zouden meebrengen. Vandaar ook dat meer dan 120 landen de afgelopen jaren akkoord zijn gegaan om ook voor deze massavernietigingswapens een internationaal verbod af te kondigen. 

Uit peilingen blijkt dat drie vierde van de Belgische bevolking wenst dat ook ons land zich achter het Nucleair Verbodsverdrag schaart. Het is nu aan onze volksvertegenwoordigers om in het verlengde van de vele hoger vermeldde ontwapeningsinitiatieven ook dit meest vernietigende wapensysteem definitief de wereld uit te bannen. 

Hoe een klein land ook groot kan zijn.

De positieve verwijzing naar het nieuwe verbodsverdrag in het regeerakkoord, waarbij de zeven partijen niet over één nacht ijs zijn gegaan, mag geen dode letter blijven. Ons land doet er goed aan om zo snel mogelijk duidelijk te maken om tenminste als waarnemer aanwezig te zijn op de eerste bijeenkomst van de verdragspartijen van het Verbodsverdrag. 

Dat bindt ons land tot niets, maar geeft wel een positief signaal aan de rest van de wereld. Andere NAVO-landen zullen ongetwijfeld volgen, net omdat hun publieke opinie er ook zo over denkt. Of hoe een klein land, wat we eigenlijk niet zijn,  op basis van ons BNP en de FIFA ranking, ook groot kan zijn.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen