Schooldirecteurs uit Ternat schrijven open brief aan minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA): "We zijn het beu, meneer"

"We zijn het beu, mijnheer", dat schrijven twee directieleden van het Sint-Jozefinstituut in Ternat in een open brief aan Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA). Met die brief willen ze aanklagen dat de minister te veel verwachtingen creëert - zoals een digisprong en extra leerkrachten - die de scholen niet altijd kunnen inlossen. 

"Wij, directeurs en onderwijspersoneel, we zijn zwijgers. We horen, we zien, we lezen, we zwijgen en we doen voort, in het belang van onze leerlingen", dat schrijven Annemie Vandaele en Lut Delcour van het directieteam Sint-Jozef in Ternat. Ze zijn het beu dat dat er steeds weer verwachtingen worden gecreëerd die de scholen niet kunnen invullen, klinkt het. 

Als voorbeeld halen ze de digisprong aan, het project dat ervoor wil zorgen dat elke leerling vanaf het vijfde leerjaar op 1 september een computer heeft. Daarvoor keerde de Vlaamse overheid deze week zo'n 230 miljoen euro uit aan Vlaamse scholen. "Maar een digisprong maak je met een school niet op een half jaar", klinkt het. Zo is er onvoldoende nagedacht over een beleid dat gepaard moet gaan met die computers, maar is het wel aan hen, de schoolbeleidsmakers, om de gecreëerde verwachtingen te relativeren, aldus Vandaele en Delcour. 

En wij, de scholen, zullen ons ten aanzien van de ouders opnieuw moeten verantwoorden

Voorts zijn ze voorstander van het feit dat Weyts de lat van het onderwijs omhoog wil krijgen, klinkt het. Maar dat aso-scholen dreigen te veranderen in "elite-scholen, die enkel met de sterksten verder doen", kan volgens hen niet de bedoeling zijn. 

En ook de tweeduizend nieuwe leerkrachten, die de minister heeft beloofd om de leerachterstand weg te werken, zijn waarschijnlijk alweer een loze belofte, klinkt het. "En wij, de scholen, zullen ons ten aanzien van de ouders opnieuw moeten verantwoorden."

Ze eindigen hun brief met een oproep aan de onderwijsminister: "Als u het leerkrachtenberoep aantrekkelijk wil maken, doe dan geen loze beloftes en maak werk van de waardering van het onderwijspersoneel", eindigt de brief. 

Weyts: "Spijtig"

Minister Weyts betreurt de negatieve boodschap van de open brief. "Al dat extra geld voor onderwijs wordt elders begroet, in Ternat vervloekt. Spijtig", klinkt het. 

"Al jaren roept men om extra handen in de klas én om extra middelen om ons onderwijs te digitaliseren", klinkt het nog bij woordvoerder Michaël Devoldere. "Nu die middelen er eindelijk zijn, is het voor sommigen weer niet goed. Extra ondersteuning voor leerkrachten via extra handen in de klas en extra digitale middelen lijkt me een zegen voor de herwaardering van de leerkracht, eerder dan een vloek."

Lees hieronder de volledige brief:

We zijn het beu, mijnheer

Open brief aan de minister van onderwijs

Beste mijnheer de minister

In de krant van vorige week lazen we dat u tweeduizend extra leerkrachten wil inzetten om de leerachterstand weg te werken. Alle begrip voor uw nobele intenties, maar het was het zoveelste nieuwsbericht dat ons ernstig deed fronsen.

Wij, directeurs en onderwijspersoneel, we zijn zwijgers. We horen, we zien, we lezen, we zwijgen en we doen voort, in het belang van onze leerlingen.

Maar nu kunnen we niet anders dan spreken, want we zijn het beu, dat er met enig triomfantalisme steeds weer verwachtingen worden gecreëerd die wij, scholen, niet kunnen inlossen en waardoor het deksel elke keer op onze neus terugkeert.

Sta ons toe onszelf te verduidelijken.

Iedereen digitaal

Met de nodige bombarie kondigde u een tijd geleden de digisprong aan. Op zich een goed idee, een noodzaak voor het onderwijs. Plots komen er middelen, veel middelen om elke leerling op 1 september een computer te geven, zo klinkt het.

Dat dat toestel geen eigendom zal zijn van de leerling, maar van de school, wordt er niet helemaal bij gezegd. Of extra ICT’ers ons onderwijs zullen versterken, is tot op vandaag onduidelijk. Wie over vijf jaar de vervanging van de toestellen zal bekostigen, blijft een goed bewaard geheim.

Maar wat nog meer is: een digisprong maak je met een school niet op een half jaar. Je koopt niet zomaar honderden of duizenden toestellen zonder een beleid te hebben dat bepaalt waartoe die toestellen moeten dienen, tot welke leerdoelen ze moeten bijdragen, op welke platformen ze zullen draaien, wie dat zal beheren en welk professionaliseringstraject eraan vooraf moet gaan.

Willen we niet op ons gezicht gaan, dan moeten we die digitale sprong dus op een doordachte manier nemen. Dat lukt niet tegen 1 september, maar het is wel aan ons, schoolbeleidsmakers, om de door u gecreëerde verwachtingen te relativeren. Dat komt onze geloofwaardigheid niet bepaald ten goede.

De lat hoger

U wil de lat van ons onderwijs omhoog, horen we. Applaus van eenieder. Onderwijs mag en moet ambitieus zijn.

Maar als die lat betekent dat onze aso-school een eliteschool moet worden die enkel met de sterksten verder doet, dan passen we, want we willen die leerlingen van ons aan boord houden.

Dus wat gebeurde? Wij vroegen als aso-school in november een aantal tso-richtingen aan in de nieuwe doorstroomfinaliteit, voor ons doelpubliek nog steeds ambitieuze richtingen. We stelden binnen de voorziene deadlines en zonder duidelijkheid omtrent de eindtermen of de toekenningscriteria een dossier samen, we legden de moeilijke puzzel bij elkaar in onze scholengemeenschap.

Op 31 maart (u leest het goed) kregen we van uw departement, na een erg schamele motivatie, te horen dat aso-scholen aso-scholen moeten blijven en dat we dus geen aanspraak maken op tsorichtingen in de doorstroomfinaliteit. Aan het gros van de ons toegekende richtingen koppelt u bovendien een zwaar pakket wiskunde.

Was het doel van de modernisering niet om schooluitval en zittenblijven te beperken? Was het doel niet om de tussenschotten weg te werken en komaf te maken met het watervalsysteem? Was het doel niet om leerlingen nog beter te oriënteren, vanuit hun talenten en interesses (en dus niet op basis van een pakket wiskunde)?

Uw doelen zijn ambitieus, maar voor onze leerlingen genadeloos. Maar goed, wij doen voort en we zoeken creatieve oplossingen, in het belang, alweer, van onze leerlingen.

Tweeduizend leerkrachten

En dan, plots, belooft u tweeduizend nieuwe leerkrachten om de leerachterstand weg te werken. Geen idee waar u die zult halen. Ons onderwijs is niet bepaald populair bij werkzoekenden.

U zet in op snellere benoemingen voor onderwijspersoneel. De ene benoemingsronde volgt op de andere. Omdat dat het beroep aantrekkelijker maakt? We hebben niet eens de tijd om voor een nieuwe leerkracht een leertraject uit te tekenen. Gevolg: bij de minste twijfel kunnen starters op zoek naar een andere school. Laten we eerlijk zijn: vastbenoemde personeelsleden kosten Vlaanderen minder. Daar draait het om.

Maar geen probleem, binnenkort kan onze school op elk moment een gereaffecteerde leerkracht toegewezen krijgen, want ook de reaffectaties riep u opnieuw in het leven. U streeft naar een degelijk HR-beleid in de scholen, zonder dat we zelf kunnen bepalen wie we in dienst nemen? Laten we ernstig blijven.

We kunnen nu al garanderen dat die tweeduizend leerkrachten er niet zullen zijn op 1 september en dat wij, scholen, ons ten aanzien van ouders opnieuw zullen moeten verantwoorden omdat we geen vervangers vinden. Jammer voor onze geloofwaardigheid, alweer.

De meester van weleer

Als u het leerkrachtenberoep aantrekkelijk wil maken, doe dan geen loze beloftes en maak werk van de waardering van het onderwijspersoneel. De meester van weleer, die op een voetstuk werd geplaatst, bestaat al lang niet meer. Als we de publieke opinie lezen, dan stellen we vast dat het aantal verlofdagen onderwijsmensen elk recht tot spreken ontneemt, dat ze daar keer op keer op worden afgerekend.

Maar als we kijken naar ons team, dan zien we alleen gedreven mensen, die ook ’s avonds, in de weekends en tijdens vakanties lessen voorbereiden, differentiëren, remediëren, samenwerken, inspringen, communiceren, zich inzetten voor vakoverschrijdende doelen en daarnaast nog coach zijn, psycholoog, bemiddelaar en schietschijf van eenieder die botst tegen de grenzen van collectief onderwijs.

Bij die waardering knelt het schoentje en elke maatregel die uw populariteit voedt, keldert de onze.

Leerachterstand

En tot slot, mijnheer de minister, mogen we ook in naam van onze leerlingen een vraag stellen? U bent namelijk niet de enige die bekommerd is om hun welbevinden, dat zijn wij al veel langer dan corona bestond.

Want ook onze leerlingen zijn het beu dat u zich profileert als de redder van een verloren generatie, als de messias van de leerachterstanden. Onze jongeren hebben het lastig, niet vanuit een soort misplaatste verwaandheid, maar omdat ze in hun ontwikkeling de groei niet door kunnen die ze door moeten. Maar ze staan er wel, elke dag opnieuw. Haal die focus weg van de leerachterstanden, zeg hen dat het goed komt en dat de inspanning die zij leveren, pas echt getuigt van heldhaftigheid.

Ere wie ere toekomt.

Met bezorgde groet

Annemie Vandaele & Lut Delcour

Directieteam Sint-Jozef Ternat

Meest gelezen