Nut van corona-apps niet te bewijzen, blijkt uit internationaal onderzoek: "Amper data, want privacy staat voorop"

Acht maanden na de lancering van Coronalert kan de Belgische overheid nog steeds niet aantonen of de corona-app helpt om de pandemie in te dijken. Toch blijven we erin investeren. Niet alleen in België, maar ook in heel wat andere Europese landen ontbreken gegevens om de corona-apps te evalueren. Dat blijkt uit een internationale samenwerking van VRT NWS met Le Monde, Die Zeit en The Investigative Desk.

Op 30 september vorig jaar heeft de overheid de contactopsporingsapp Coronalert gelanceerd. Van bij het begin stelde voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, Karine Moykens, dat de app een aanvulling zou zijn voor de manuele contactopsporing. "Via het callcenter kan je geen gegevens doorgeven van mensen die je bijvoorbeeld op het openbaar vervoer hebt gezien en dus niet kent. Voor die opsporing zal de app belangrijk zijn", benadrukte ze toen in "Het Journaal".

Bekijk hier Karine Moykens' reactie op de lancering van Coronalert in "Het Journaal" op 30 september 2020 en lees daaronder verder: 

Videospeler inladen...

Acht maanden na de lancering blijkt dat de overheid zelf niet weet of de app effectief werkt, omdat ze daar geen gegevens over hebben. De woordvoerder van Moykens bevestigt dat ze enkel beschikken over data zoals het aantal downloads en het aantal positief geteste mensen die hun contacten een notificatie sturen. Die data zijn ook publiek. Gegevens die kunnen aantonen of de app het virus mee indijkt, worden niet verzameld.

Drie procent

In ons land telt de applicatie momenteel 2.735.000 downloads (recentste update dateert van 17 mei 2021, red.). Dat komt op een 24 procent van de gehele Belgische bevolking. Al ligt dat getal iets hoger als je naar het aantal smartphonegebruikers kijkt. Dan gaat het over 30 procent. De vraag blijft hoeveel van die mensen de app actief gebruiken. Met andere woorden: wie zijn Bluetooth-functie heeft aanstaan, want daarmee registreert de app anoniem jouw contacten. 

Een ander cijfer dat bekend is, is het aantal positief geteste mensen dat hun contacten via de app een waarschuwingsnotificatie sturen. Sinds de lancering van de app eind september stuurden 27.200 besmette personen een melding uit. Als je weet dat in de periode tussen 30 september 2020 en 17 mei 2021 in totaal 914.427 nieuwe besmettingen zijn vastgesteld, komt dat op slechts 3 procent van de besmette personen die de app gebruiken om hun contacten te alarmeren.

Slechts 3 procent van de besmette personen gebruiken de app om hun contacten te alarmeren

In december vorig jaar maakte Kamerlid Michael Freilich (N-VA) eenzelfde berekening. Toen bleek 4 procent van de besmette Belgen de app te gebruiken, maar slechts de helft daarvan koos ervoor om zijn contacten te verwittigen. Nadat je een positieve test in de app hebt ontvangen, moet je namelijk zelf nog een anonieme melding uitsturen.

De lage cijfers werden toen deels geweten aan de kinderziektes van de app, gaande van iPhone 6-gebruikers die de app niet konden downloaden tot een te ingewikkelde code om je testresultaat in de app te ontvangen. Het Interfederaal Comité Testing & Tracing gaf toe dat de app te weinig gebruikers had en beloofde nieuwe campagnes op te zetten om de app onder de aandacht te krijgen. Maar zoals de meest recente, beschikbare cijfers aantonen, is de situatie sindsdien dus nauwelijks verbeterd.

Bekijk ook de journaalreportage van 21 mei over het nut van de corona-app: (lees eronder verder)

Videospeler inladen...

Europese dataziekte

Uit een samenwerking van VRT NWS met de Duitse krant Die Zeit, de Franse krant Le Monde en het Nederlandse collectief van onderzoeksjournalisten The Investigative Desk blijkt dat informatie over het gebruik en de effectitiveit van heel wat Europese contacttracingapps zeer moeilijk te vinden is. De groep journalisten onderzocht samen een twintigtal Europese corona-apps.

Twee indicatoren die bijna alle overheden delen, zijn het aantal downloads en het aantal verzonden notificaties. Van 23 Europese landen werd het downloadpercentage gevonden, samen goed voor meer dan 90 miljoen downloads. Terwijl de meeste landen schommelen tussen de 10 en 30 procent downloads, valt op dat in Ierland 1 op de 2 mensen de app ooit geïnstalleerd heeft. 

Wanneer we kijken naar het aantal besmette Europeanen die contacten waarschuwen via de app, behoort ons land tot een van de laatste van de klas. Dit cijfer werd gevonden voor 19 landen. Voor een vierde daarvan schommelt het percentage tussen de 12 en 27 procent. Met 3 procent hinkt België achterop samen met landen als Spanje (2 procent) en Italië (0,4 procent). De Europese apps zijn wel niet allemaal tegelijk gelanceerd, dus moet opgemerkt worden dat de vergeleken tijdsperiodes wel van elkaar kunnen verschillen. 

Maar gegevens die iets vertellen over de effectiviteit van de apps zijn dus niet ter beschikking. Denk aan het aantal actieve appgebruikers, het aantal ontvangen notificaties en het aantal mensen dat zich laat testen na een melding. Het zijn data die onze overheid niet heeft. "Omwille van privacyredenen (de app is volstrekt anoniem) hebben we hier geen exacte cijfers over", klinkt het. Bij de meeste buitenlandse overheden klinkt hetzelfde liedje.

"App als Coronalert is moeilijk te evalueren"

"De impact van een app als Coronalert is moeilijk te evalueren", stelt Wouter Arrazola de Oñate, epidemioloog en medisch directeur van de Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding. "Met het aantal downloads en de verzonden notificaties heb je niet genoeg informatie om de effectiviteit ervan uit te pluizen."

Niemand weet hoeveel besmettingen de app echt heeft voorkomen

Wouter Arrazola de Oñate, epidemioloog

Epidemioloog aan de Universiteit Gent, Olivier Degomme, gaat daarmee akkoord. Hij diende afgelopen zomer zelf een voorstel bij de overheid in voor een contactopsporingsapp en heeft dus kennis van zaken. "De app voorkomt nu waarschijnlijk in beperkte mate besmettingen. Toch blijft in het midden of de app echt succesvol is door het gebrek aan data. Alle partijen lijken het succes van de app ook verschillend te benaderen. Het aantal downloads zegt bijvoorbeeld nog niets over het aantal mensen dat de app ook echt gebruikt."

Welke gegevens zouden we dan wel moeten verzamelen voor een volwaardige evaluatie? "Bijvoorbeeld het aantal mensen dat zich laat testen nadat ze een melding hebben ontvangen en de resultaten daarvan", legt Arrazola de Oñate uit. "Zo kan je de Secondary Attack Rate (de kans dat een persoon geïnfecteerd raakt na contact met besmettelijk persoon, red.) berekenen. De app zal in beperkte mate wel hebben gewerkt, maar niemand weet hoeveel besmettingen de app echt heeft voorkomen en, of mensen werkelijk in quarantaine zijn gegaan. Ik zou gewoon geen app ontwikkeld hebben en geïnvesteerd hebben in lokale contactopsporing."

Degomme stelt op zijn beurt dat de app meer moet ingezet worden om besmettingshaarden te detecteren: "Daarvoor heb je idealiter wel de locatiegegevens van gebruikers nodig, en die mag de app nu niet verzamelen omwille van privacybescherming."

"Privacybescherming als excuus"

En daarin zit de verklaring voor de dataschaarste over onze en de andere Europese apps. De overheden wilden de apps zo aantrekkelijk mogelijk maken door te beloven dat ze volledig anoniem zouden werken. Terwijl privacy-experten dat toejuichten, fronsten epidemiologen de wenkbrauwen over hoe zo'n app het virus mee zou kunnen bestrijden. 

Cryptograaf Bart Preneel (KU Leuven) is één van de ontwikkelaars van Coronalert en verdedigt de keuze voor een strikt anonieme app: "Voor mij weegt privacybescherming zwaarder door dan data verzamelen om de app te evalueren. Bovendien brengt de app een gedragscomponent met zich mee. Als mensen bijvoorbeeld een laagriciso-melding ontvangen, zullen ze wel beseffen dat het virus in hun buurt was en ze voorzichtiger moeten zijn." Zonder wetenschappelijk bewijs, blijft het gissen of de app wel degelijk dat effect op gebruikers heeft.

Voor mij weegt privacybescherming zwaarder door dan data verzamelen om de app te evalueren

Bart Preneel, cryptograaf en mede-ontwikkelaar Coronalert

Google en Apple - die het traceersysteem van de app ontwikkelden - kunnen appontwikkelaars anonieme informatie bezorgen over het gebruik van de app, zoals het aantal actieve gebruikers. Toch koos ons land ervoor om die data niet te raadplegen. "Het is een extra veiligheidscheck voor de privacy van gebruikers", stelt Preneel. "Wel hebben we een ruwe schatting kunnen maken van het aantal actieve gebruikers. De apps contacteren een paar keer per dag de server om een testresultaat op te vragen, zelfs als de gebruiker niet heeft aangegeven dat hij getest is. Op basis van deze dummy requests kunnen we ruwweg inschatten hoeveel apps actief zijn. Dat zou momenteel op een 1,5 à 1,6 miljoen komen."

Privacy-expert Matthias Dobbelaere-Welvaert beaamt dat de app zeer privacyvriendelijk is, maar begrijpt niet waarom de overheid bepaalde gebruiksdata niet raadpleegt. "Ik zie niet in waarom gegevens als aantal actieve gebruikers en aantal verwijderde downloads privacygevoelige informatie zijn. Google en Apple verwerken die data wel degelijk anoniem.”

Ik zie niet in waarom gegevens als aantal actieve gebruikers en aantal verwijderde downloads privacygevoelige informatie zijn

Matthias Dobbelaere-Welvaert, privacy-expert

Epidemioloog Wouter Arrazola de Oñate vindt ook dat de overheid zich te vaak verschuilt achter de uitleg van privacybescherming: "Privacy is zeer belangrijk, maar België gebruikt het al te vaak als excuus in de context van manuele en digitale contacttracing. In andere Europese landen zoals Nederland houden ze zich ook aan de GDPR-wetgeving en hebben ze wel meer nuttige gegevens voor een evaluatie van de reële impact." 

In Nederland weten ze ongeveer hoeveel mensen zich laten testen na het ontvangen van een notificatie. Bij een testafname moet je een vragenlijst invullen, waarop je kan aangeven dat je je laat testen na een appwaarschuwing. In ons land moet een appgebruiker na melding van een hoogrisico-contact, bellen naar het callcenter. Zo krijgt hij activatiecodes voor een test en een quarantainecertificaat. Maar "het is onmogelijk te weten welk percentage gebruikers (...) effectief contact opneemt met het callcenter omwille van de anonimiteit van de app", stelt de woordvoerder van Moykens via mail.

Britse studie

Om de werking van Coronalert aan te tonen, verwijst Bart Preneel naar een recente publicatie in het tijdschrift Nature. Onderzoekers van de universiteit van Oxford stellen dat de Britse contacttracingapp in de laatste drie maanden van 2020 tussen de 4.200 en de 8.700 overlijdens heeft voorkomen. Ook poneren ze dat er in het Verenigd Koninkrijk tussen de 284.000 en 594.000 besmettingen door de app zijn vermeden. Preneel meent dat je de Britse analyse ook voorzichtig op onze app kan toepassen.  "Ruw geschat zou Coronalert dan een paar tienduizend besmettingen hebben voorkomen en enkele honderde levens hebben gered." 

Ook ligt de notificatiegraad in ons land veel lager dan in het Verenigd Koninkrijk

Oliver Degomme, epidemioloog

Toch kan je de Britse analyse volgens sommige experten niet zomaar extrapoleren op onze Coronalert-app. Olivier Degomme wijst erop dat de Britse onderzoekers over informatie beschikken die in ons land niet voor handen is. Zo weten zij wel hoeveel actieve gebruikers de app telt en het aantal ontvangen notificaties. "Ook ligt het aantal verzonden notificaties in ons land lager dan in het Verenigd Koninkrijk."

Arrazola de Oñate merkt op dat onder de auteurs geen enkele epidemioloog of gezondheidsdeskundige zit. "Er heeft zelfs een commerciële speler mee geschreven, dus dan moeten we zeker voorzichtig zijn met een té mooie voorstelling van resultaten."

Nauwkeurig?

Zelfs als we cijfers hadden over de Coronalert-app, staat de nauwkeurigheid van het systeem nog in vraag. Op de redactie blijven er opmerkingen van kijkers en lezers binnenkomen over de app. Dat gaat van het testresultaat dat niet of zeer laat in de app verschijnt tot het te grote batterijverbruik en de enorme geheugenopslag. Ook over het gebruik van Bluetooth om contacten te traceren is al veel inkt gevloeid.

Epidemioloog Degomme merkt bijvoorbeeld op dat die methode geen rekening houdt met het dragen van een mondmasker: "Als je langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter bij een besmet persoon bent geweest, mét mondmasker, ben je officieel een laag-risicocontact" stelt hij.  "De app zal echter melden dat je een hoog-risicocontact bent, want hij weet niet dat je een mondmasker droeg. Op die manier zouden er dus "vals positieve meldingen" kunnen plaatsvinden. Het gaat dan om mensen die onterecht in quarantaine gaan op aanraden van de app."

Prijskaartje

Intussen blijven de overheden in heel Europa geld investeren in apps waarvan we niet zeker zijn of ze echt werken. In België kost de app een kleine 1,3 miljoen euro. Dat valt op zich nog mee in vergelijking met andere Europese landen. In Duitsland bijvoorbeeld spendeert men rond de 65 miljoen euro aan de app en in Frankrijk 6,5 miljoen euro. 

Eind deze maand kondigt de overheid ook een nieuwe campagne aan om de app opnieuw in de kijker te zetten. Er zullen tegen dan ook wat nieuwe functies toegevoegd worden, zoals een derde manier om je testresultaat te ontvangen. De vraag blijft natuurlijk of een app waarvan we zo weinig weten het waard is om in te blijven investeren.

Het is een bewuste keuze om zo weinig mogelijk gegevens te verzamelen om de privacy van gebruikers te beschermen

Karine Moykens, voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing

Voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing, Karine Moykens, bevestigt in De Ochtend op Radio 1 dat we te weinig gegevens over de app hebben om hem te evalueren. "Maar het is een bewuste keuze om zo weinig mogelijk gegevens te verzamelen om de privacy van gebruikers te beschermen." Voorts blijft ze benadrukken dat de app een meerwaarde is in de strijd tegen het coronavirus.

Beluister hier de reactie van Karine Moykens in De Ochtend: 

Dit artikel is deel van een internationaal project rond coronatechnologie. Journalisten Manon Dillen & Daan Marselis (The Investigative Desk, Nederland), Markus Sehl (Die Zeit, Duitsland), Simon Auffret (Le Monde, Frankrijk), Tim Verheyden & Dorien Vanmeldert (VRT NWS) werken hier samen aan. De gebruikte data en methode kan u hier vinden.

Meest gelezen