Foto galei ter illustratie - Wikipedia

Spaanse invloeden tot in Merelbeekse dialect? "Geschiedkundige oorsprong 'glis-ieëre' van galeiboten in Balearen"

Het Merelbeekse dialect kent volgens taalexperte Veronique De Tier Spaanse invloeden. Zo heeft het woord voor een mooi opgedirkte heer, een "glis-ieëre", een geschiedkundige oorsprong in de Balearen. En volgens burgemeester Filip Thienpont (CD&V) lijkt het Merelbeekse dialect soms ook een beetje op het Gents. Een voorbeeld daarvan is een "zulle": een drempel of stoep. 

Bepaalde dialectwoorden uit de streek rond Merelbeke hebben hun oorsprong in het buitenland. Veronique De Tier van het Instituut voor de Nederlandse taal legt het graag uit bij Radio 2 Oost-Vlaanderen: "Een glis-ieëre heeft een heel verre oorsprong in de Balearen in Mallorca."

Foto galei ter illustratie - Wikipedia

De Balearen

In de streek rond Merelbeke spraken ze vroeger wel eens over een glis-ieëre of gleis-ieëre: "Een oud woord voor een opgedirkt persoon. Iemand in een mooi pak, maar totaal niet te vertrouwen." Die betekenis zit ook in het woord zelf, legt De Tier uit: "Gleierwerk of gleiswerk is geglazuurd aardewerk:  iets met een laagje eromheen, zoals het aardewerk met een mooi laagje rond. Het is een benaming voor iemand die zich anders voordoet. Gleis in dit woord is hetzelfde als in gleiswerk of geleierwerk, geglazuurd aardewerk."

Een 'glis-ieëre' komt van gleierwerk, dat komt van een galeiboot in Spanje"

Taalexpert Veronique De Tier

En de oorsprong van het woord geleier of gleier gaat zelfs nóg verder: "Gleierwerk is werk dat gemaakt wordt door een gleier of een galeier: een pottenbakker, een maker van verglaasd aardewerk. De oorspronkelijke betekenis van het woord komt van een roeier van een galei: een boot. Aardewerk werd aangevoerd, vanuit de Balearen in Mallorca, Spanje, op galeien, boten dus."

Dorst lessen met een "safarke"

Kinderen in de streek rond Merelbeke kregen wel eens een verfrissende limonade of een safarke: "Dat zijn die oude flesjes met een knikker erin om het flesje af te sluiten", legt De Tier uit. Maar de oorsprong zou vanuit Gent kunnen komen: "Waarschijnlijk is het afgeleid van een familienaam Chaffart, dat de naam was van een Gentse drankhandelaar."

Waarschijnlijk komt 'safarke' van een drankhandelaar uit Gent met de familienaam Chaffart
Taalexpert Veronique De Tier

Naast een safarke, dat wel eens vanuit het Gents zou kunnen komen, heb je ook een zulle, dialect voor dorpel, drempel of stoep. Ook in Gent spreken ze wel eens van een zulle. "Goa mee eu poepe van de zulle, en doe keiskes an eu voete" is bijvoorbeeld een Gentse uitdrukking waar het woord in wordt gebruikt. Het betekent: "Ga met je achterste van de dorpel en doe je kousen aan."

Liever geen "dessinge"

Naast Gentse, en blijkbaar ook Spaanse invloeden, zijn er natuurlijk nog veel andere leuke Merelbeekse dialectwoorden: een pak slaag is een dessinge. "Je moet hierbij aan dorsen denken", legt De Tier uit. "Dorsen is de graankorrels uit de aren slaan. Het zou komen van werkwoorden zoals dersen of dessen dat draaien en wrijven betekent: het wrijvend stampen met de voeten, wat een oude manier van dorsen is. Dessinge, dat een pak slaag is, is daarvan afgeleid", legt De Tier uit.

Een 'zantse' is een prentje, maar is verbasterd naar een envelopje met geld erin

Taalexpert Veronique De Tier

Bij een begrafenis werden wel eens zantses uitgedeeld: bidprentjes. "Het is eigenlijk een heiligenprentje of een bidprentje. Het komt van het Latijnse sanctus dat heilige betekent", legt De Tier uit. Maar de betekenis van het woord is later anders geworden. "In het Merelbeeks is het veranderd naar een envelopje met inhoud, zoals geld. Het prentje is dan het briefje geld dat ook een afbeelding heeft." Ook een communieprentje hoort daar bij.

Nog een paar leuke dialectwoorden uit de streek: een prette is een ijdele, pronkzieke vrouw, een oliedots is een oliebol en als er veel arlewousse is: dan is er veel herrie of tumult. 

Wil je nog meer te weten komen over het Merelbeekse dialect, dan kan dat via deze link: Merelbeeks woordenboek of de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten. Woorden die niet door de luisteraars zelf zijn aangebracht, komen uit deze bronnen.

Meest gelezen