Het leven achter de camera en microfoon tijdens de zoektocht naar Jürgen Conings in Maasmechelen

Terwijl politie en leger onophoudelijk speurden naar de voortvluchtige militair Jürgen Conings, leken verslaggevers en cameramensen al even onvermoeibaar.  Het waren lange dagen en vooral korte nachten. Met veel heen en weer getelefoneer naar de verschillende redacties en met veel wachten. Wachten op het moment dat uiteindelijk niet komen zou.  

Als journalist ter plaatse zit je op de voorste rij. Je ziet colonnes met gepanserde voertuigen af en aan rijden.  Voertuigen waarvan je het bestaan niet eens kende. Je waant je in een filmset met militairen in volle uitrusting die hun wapen stevig in hun handen houden, klaar voor de actie. En toch ben je als journalist op die plek blind. Want je ziet maar een klein stukje van het hele verhaal. Alsof je door een sleutelgat kijkt en de volledige kamer probeert te zien. 

Zonder je redactie die, kilometers verderop, rondbelt en een vinger aan de pols houdt bij allerlei instanties, ben je niet veel. Het is pas als de twee samen komen dat je je verhaal kan vertellen. Als de redactie je een context levert die jij kan aanvullen met wat je ziet, voelt, ruikt en hoort, dan pas ben je klaar voor antenne. 

Het begin

Maar soms word je uitgestuurd naar een plek waarvan je niet weet wat het gaat worden. Een sprong in het duister. Zo is deze week rond Jürgen Conings begonnen. We sturen correspondent Lien uit om te kijken wat er aan de hand is in Leopoldsburg. Ze komt te weten dat ze iemand zoeken die gewapend en op de vlucht is. De politie is karig met informatie. Maar er zindert wat. Het begin van een lange week. 

Alle info op een hoop

Tijdens die lange werkuren spelen er zich achter de camera en microfoon de kleine verhalen af die nooit de pers halen.

Zo is de strijd om informatie vaak niet zo scherp als ze lijkt. Journalisten kennen mekaar en ze zijn meestal bereid om een groot deel van hun informatie te delen. Natuurlijk gooien we  specifieke info niet zomaar te grabbel. Er komt vaak veel werk bij kijken. Contacten die je over de jaren heen opbouwt met je bronnen, daar ga je voorzichtig mee om. 

En daar sta je dan, langs de kant van de straat met zicht op het natuurgebied dat om de zoveel tijd een schare politie of militairen lijkt op te zuigen. Elk moment kan de oplossing komen. Als de uren schuiven, durft niemand een broodje te halen. Je zal zien dat net dan het verlossende nieuws komt. En met drinken is het al net hetzelfde. Geen toilet in de omgeving. Dus drinken durf je niet. Dan maar dorst. Gelukkig is het niet warm.

Collega Fred kijkt naar deze surrealistische scene. Hij groeide op naast dit Nationaal Park en kent er de wegen. “Het doet wat met me”, zegt hij. "Er schiet niks over van de rust die ik hier normaal vind.”

Verhuis

Als de drukte toeneemt, worden we naar de overkant van de straat verhuisd. Onze auto’s moeten plaats maken voor de paarden. Ze worden ingeschakeld omdat ze in dit natuurgebied soepeler bewegen dan een voertuig.

 Aan de overkant van de straat hebben we welgeteld anderhalve meter gras. Een strook tussen het fietspad en de weg. Het helpt niet dat de autosnelweg afgesloten is en al het vrachtverkeer over deze weg moet. De toespraken van het federaal parket en de gouverneur zijn ronduit gevaarlijk. We staan met 1 voet op straat en we trekken onze tenen in voor de banden van de vrachtwagens. 

Verhuis 2

Als de veiligheidszone uitgebreid wordt, is het even paniek. We moeten weer verhuizen, deze keer 200 meter verderop, waar we niets meer kunnen zien. Het is 6 minuten voor 1 uur. Anne van het middagjournaal staat klaar. Met oortjes en een zender hangt ze vast aan de camera, die op zijn beurt weer vasthangt aan een zendwagen waarvan de satelliet open geklapt staat. Er is geen ontkomen aan, we moeten weg en wel nu.

 Snel wordt er overgeschakeld op een mobiele camera. Al lopend vertelt de journalist haar verhaal live op antenne. Het geeft de indruk dat er echt iets op til is. Maar niets is minder waar. Het was gewoon een uitbreiding van de zone en die paniek en haast was nergens voor nodig.

Solidariteit

“Hallo, Daan hier. Zal ik even een broodje komen brengen?”. Een collega die weet hoe het gaat als je onverwacht uitgestuurd wordt zonder boterhammen op zak. Man man, weet je hoe lekker een smos kan zijn? Hoe heel erg lekker?

Het wordt laat en Arne telt de uren voor hij weer terug moet zijn. Hij woont op 2 uur rijden. Dan blijft er nog 3 uur slaap over. Collega’s bieden een bed aan bij hen thuis. Tegen slaaptijd boekt de vrt een hotel vlak om de hoek. 

En dan is ook mijn zendwagen moe van het werk en weigert die te starten. Na 15 uur werken wil je dat niet horen. Maar collega’s Daan en Kaat willen zo in hun auto springen om me te komen halen. En de technici van radio en tv ter plaatse halen al hun kennis boven. Met effect. De auto start en ik kan naar huis. De nacht telt nog 4 uur voor het volgende verslag en daar kijk ik oprecht met volle goesting naar uit.  

 

Meest gelezen