Belga Image

Dialectenwoorden in Geraardsbergen komen soms uit de Picardische taal: wat is "katjestop" spelen?

In het dialect van Geraardsbergen zitten Picardische invloeden, volgens taalexperte aan de Gentse universiteit, Veronique De Tier. Het Picardisch is een taal die in bepaalde delen van Frankrijk wordt gesproken, maar ook in Wallonië bij ons. Een voorbeeld daarvan is, is katjestop spelen: verstoppertje. Maar ook een klesjuur of zweep komt uit het Picardisch.

Het dialect in de stad Geraardsbergen, in de Denderstreek, heeft woorden die uit het Picardisch komen. Dat bleek tijdens het wekelijkse gesprek over dialecten op Radio 2 Oost-Vlaanderen. Het Picardisch is een Romaanse streektaal die in Frankrijk gesproken wordt in delen van de regio Hauts-de-France, maar ook in een groot deel van Henegouwen in ons land. De taal is verwant met het Frans en het Waals, maar klinkt toch iets anders.

De burgemeester van Geraardsbergen, Guido De Padt (Open Vld), komt oorspronkelijk uit Viane, een deelgemeente van de stad. Hij werd tijdens het radioprogramma uitgedaagd met een test over het Geraardsbergs dialect, en dat bleek niet zo simpel te zijn.

Beluister hieronder de quiz met de burgemeester, en lees verder.

Pexels-Ketut Subiyanto

Picardisch

Veel dialectwoorden, in de streek rond Geraardsbergen, zijn verbasterd uit de Franse taal. Veronique De Tier van het Instituut voor de Nederlandse taal: "Katjestop komt van het Picardische cache, uitgesproken als catche. Het laatste kan afgeleid zijn van chasser, jagen of proberen vangen, zoals bij tikkertje. Maar het Franse cacher betekent verstoppen. Katje wordt ook vaak gecombineerd met een tweede woord, meestal een werkwoord. In katjestop is dat dan stoppen. Dus katjestop is het spelletje verstoppertje."

Verstoppertje spelen in Geraardsbergen is "katjestop" spelen

Veronique De Tier van het Instituut van de Nederlandse taal

De klesjuur of klasjuur is ook een woord dat een oorsprong vindt binnen de Picardische taal. Het zou komen van het woord cachoire: zweep, geknoopt touw aan het einde van een zweep. Cachoire is dan weer afgeleid van het Picardische cach(i)er, in het Frans chasser.

Pannenkoeken met spitskool

Een woord dat vooral in Geraardsbergen is bewaard gebleven, is de kassaard. Een soort pannenkoek: "Dat zou afgeleid zijn van het Latijnse woord caseus dat kaas betekende. Een kassaard zou in die streek een soort kaaskoek zijn geweest, en nu een pannenkoek met spek." Die hartige pannenkoek kan opgegeten worden met een pisjukel

"Het woord pisjukel is een verbastering van pain de sucre: suikerbrood, maar het gaat om een spitskool. Dat wordt in veel dialecten suikerbrood genoemd." Maar ook al komt het oorspronkelijk uit het Frans, dat hoor je na een tijd niet meer door de vele verbasteringen: "Het kwam van pain de sucre, naar pain suker, naar pensuker, dan pensukel en uiteindelijk pisjukel", legt De Tier uit.

Een "krasjer" en een "casaquintje"

Nog een aantal woorden uit het dialect in de streek rond Geraardbergen: nes is 'zacht, smeuig', een kretser (uitgesproken als krasjer) en een casaquintje is een jasje. Dat laatste komt ook weer van het Franse casaquin: een kazak of overjas met wijde mouwen.

Een "preekheer" of een meikever "preekt" door met zijn vleugels op en neer te bewegen
Veronique De Tier van het Instituut voor de Nederlandse taal

Een meikever, het insect dat je deze maand kan zien, heet in het Geraardsbergs preekheer of predikheer (uitgesproken als preekeir). De Tier: "Die wordt zo genoemd omdat hij doet wat een predikant doet, hij preekt door met zijn vleugels op en neer te bewegen."

Alle woorden die aan bod kwamen in het radioprogramma Start Je Dag, bij Radio 2 Oost-Vlaanderen, komen van luisteraars. De bronnen, waar de uitleg gevonden wordt van de dialectwoorden, komen van www.woordenboek.nl, de Geraardsbergse dialectwoordenboeken en het Woordenboek van Moerbeke en Viane (deelgemeente van de stad Geraardsbergen).

Meest gelezen