Nicolas Maeterlinck

De corona-ontslagen komen eraan!

Morgen - de dag van veel versoepelingen - zal voor werknemers aanvoelen als een eerste schooldag. Wie de afgelopen maanden verplicht aan telewerk deed, mag deels terug naar de werkvloer. Volgens professor arbeidseconomie Stijn Baert betekent dit echter niet dat de coronazorgen voor de arbeidsmarkt voorbij zijn. Integendeel, die komen er nu net aan.

Vergeef me het apocalyptische van de titel boven dit stuk. Hoewel. Als ik viroloog Marc Van Ranst volg, had het nog net iets verontrustender gemogen. “Rampspoed op de arbeidsmarkt komt eraan” ofzo. Onlangs gaf hij immers aan bewust onrust gezaaid te hebben in de krokusvakantie van 2020. Omdat de nodige ongerustheid bij de bevolking en bij de politiek ontbrak. “Dan doen we het zelf maar.”

Hetzelfde – een gebrek aan ongerustheid en actie – lijkt zich nu opnieuw voor te doen omtrent de gevolgen van de coronacrisis voor onze arbeidsmarkt. Bedrijven mogen stilaan weer volle gas geven en hun werknemers mogen vanaf woensdag weer meer naar de werkvloer terugkeren. Zo ontstaat de indruk dat het ergste voorbij is. Dat ook de arbeidsmarkt van haar coronazorgen verlost is. Quod non.

Het ergste moet nog komen

De Belgische arbeidsmarkt was in 2020 zowat de meest stabiele van Europa. Het percentage inactieven onder de 25- tot 64-jarigen bleef exact op hetzelfde niveau als in 2019, terwijl het percentage werkzoekenden met amper 0.1 procentpunt toenam. Dit alles met dank aan de steunmaatregelen, zoals de tijdelijke werkloosheid en een premie voor zowat elke onderneming die erom vroeg.

En toch zijn arbeidsmarktdeskundigen opmerkelijk eensgezind in hun somberheid over wat ons de komende maanden te wachten staat. Omdat bij een crisis de klap op de arbeidsmarkt altijd wat achter komt op de klap in de conjunctuur. Ook bij de kredietcrisis van meer dan een decennium geleden, bereikte de werkloosheid een piek meer dan een jaar na het diepste dal van de crisis in de reële economie.

Eens steunmaatregelen wegvallen, wat we de komende maanden zullen meemaken, zal de echte economische schade zichtbaar worden, met herstructureringen tot gevolg. Bovendien is de terugval in economische activiteit in verschillende sectoren nog steeds substantieel, zodat verdere schade waarschijnlijk is.

30.000 extra werklozen?

Hoe erg wordt het dan precies? Hoeveel Belgen zullen hun baan verliezen? Dat is om twee redenen een moeilijke vraag.

Ten eerste is de toekomst voorspellen in deze heel moeilijk. De coronacrisis is, in economische termen, een heel specifieke crisis, die heel veel sectoren tegelijk trof (en treft). Data over eerdere crisissen laten ons dus niet heel precies de gevolgen van deze crisis voor de arbeidsmarkt voorspellen.

Dit kan verklaren waarom de voorspellingen van onder andere de Nationale Bank van België en het Federaal Planbureau – toch Janneke en Mieke niet – de afgelopen maanden opvallend uiteen liepen.

De meest recente inschatting, die van het Planbureau, is ook de meest optimistische. Die zegt dat tegen eind 2021 er 30.000 extra niet-werkenden zullen zijn, waardoor de werkloosheidsgraad stijgt van 5.6% naar 6.8%.

Minder drastisch dan de 100.000 banen die de Nationale Bank eerder dacht dat er verloren zouden gaan, maar tegelijk betekent dit dat heel wat werknemers die nu weinig schrik hebben dat hun baan in het gedrang komt, toch voor een pijnlijke verrassing zullen komen te staan eens de economie ontdooit.

We hebben dit zelf in de hand

Er is echter ook een tweede reden waarom de vraag “hoeveel banen gaan er verloren” een moeilijke is. Voorspellingen gaan uit van twee Latijnse woorden waar economisten gek op zijn. Namelijk: ceteris paribus. Ofwel: het overige gelijk blijvend. Dat wil zeggen: deze voorspellingen gaan uit van ongewijzigd beleid. Wat in de praktijk niet zo hoeft te zijn.

We hebben, met andere woorden, deels zelf in de hand hoe groot de coronaklap op onze arbeidsmarkt nog wordt. Het is te zeggen, het beleid heeft dit deels zelf in de hand.

Zo is er het relanceplan van staatssecretaris Thomas Dermine, waarin miljarden worden uitgegeven om te investeren in onze economie. Op zich een goede strategie, ware het niet dat het aantal banen dat dit plan volgens het Federaal Planbureau direct zal opleveren nogal beperkt is. 2.200 stuks in 2021 en 3.900 in 2022. Dat is natuurlijk onvoldoende om het verwachte banenverlies tegen te gaan.

Ter vergelijking: het versterken van de degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen zou volgens het Planbureau indertijd in één jaar 12.500 extra mensen aan het werk geholpen hebben, zonder de begroting ook maar iets te kosten. Dit maakt duidelijk dat het bijsturen van de relanceplannen in de richting van meer tewerkstelling én kan én noodzakelijk is.

Reddingsvesten klaarleggen

Verder is het natuurlijk cruciaal dat de overheid omzichtig omspringt met het stopzetten van de steunmaatregelen aan de bedrijven. Dit moet geleidelijk en gericht gebeuren. Zodat ondernemingen die het potentieel hebben om een mooie doorstart te maken dit kunnen doen zonder bij een eerste tegenslag meteen mensen op straat te moeten zetten.

Ten slotte mag de overheid de situatie op onze arbeidsmarkt niet erger maken dan dat het Planbureau vermoedt dat ze zal zijn. In principe zal ook de arbeidsmarkt in 2022 en 2023 weer herstellen, zodat werkzoekenden opnieuw meer kansen krijgen. Maar dan moeten we hen natuurlijk ondersteunen en versterken in tussentijd. Als we hen, omgekeerd, massaal de arbeidsmarkt uitduwen door hen te ontmoedigen of door het brugpensioen te versoepelen, dan zorgen we er natuurlijk voor dat een tijdelijke crisis op de arbeidsmarkt onze sociale zekerheid structureel zal verzwakken.

Vandaar mijn oproep aan de politiek. We weten dat er zwaar weer op komst is op de arbeidsmarkt. Laat ons zorgen dat we de komende maanden optimaal gebruiken om de schade te beperken. Net zoals je een strategische voorraad mondmaskers inslaat voor een pandemie die nog moet komen. Marc Van Ranst zal me (ook) op dat punt niet tegenspreken.

"De corona-ontslagen komen eraan en dat is ook feitelijk juist", zegt arbeidseconoom Stijn Baert in "De afspraak". Bekijk hier het gesprek:

Videospeler inladen...

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen