Irak legt massagraf met 123 slachtoffers van IS bloot 

In Irak zijn de stoffelijke overschotten opgegraven van 123 slachtoffers uit een massagraf van terreurgroep IS. De slachtoffers kwamen om in één van de grootste slachtpartijen in de buurt van voormalig IS-bolwerk Mosul. Op basis van DNA-onderzoek proberen Iraakse autoriteiten de slachtoffers te identificeren.

In de buurt van Mosul, de tweede grootste stad in Irak, hebben Iraakse autoriteiten een IS-massagraf opgegraven. De stoffelijke overschotten van 123 slachtoffers werden blootgelegd. Families in de buurt die iemand (mogelijk) aan de moordpartij van IS verloren, staan nu bloedstalen af. Op die manier hopen de autoriteiten met DNA-onderzoek de identiteit van de slachtoffers te kunnen achterhalen.

De slachtoffers in het massagraf werden op 10 juni 2014 vermoord door de soennitische terreurgroep. IS bestormde die dag de stad Mosul en de Badush-gevangenis. De gevangenen werden opgedeeld in groepen volgens hun religieuze overtuiging en etnische origine. Soennitische gevangenen werden door de terroristen bevrijd. Sjiitische gevangenen daarentegen - die deel uitmaakten van de andere belangrijke tak binnen de islam - werden door IS naar een ravijn twee kilometer verderop gebracht. Daar openden de terroristen het vuur op de gevangenen en vermoordden meer dan 600 mensen, waarvan de meerderheid sjiieten, maar ook Koerden en jezidi's.

Slechts een tiental mensen overleefden het bloedbad en getuigden over de gruwel bij de ngo Human Rights Watch. Toen IS begon te schieten, rolden ze in het ravijn en deden alsof ze dood waren, ondanks dat de terreurgroep minutenlang kogels in hun richting schoot en erna de lichamen in brand stak.

Experts aan het werk in het massagraf, op zo'n 30 kilometer van de stad Mosul.

Meest gelezen