35 procent van bestuivingen gebeurt door zweefvliegjes: "Ze ondernemen trektochten van honderden kilometers"

35 procent van alle bestuivingen van bloemen en planten gebeurt níet door bijen, maar wel door zweefvliegjes. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van Washington State University. "Individueel zijn zweefvliegjes minder efficiënt, maar ze zijn vaak met heel veel", vertelt Joeri Cortens van Natuurpunt in "Nieuwe Feiten" op Radio 1. "Ze kunnen trektochten ondernemen, zoals trekvogels dat doen, over honderden kilometers."

Wie dacht dat alleen bijen bloemen bestuiven, heeft het mis. Want maar liefst 35 procent van de bestuivingen gebeurt door zweefvliegjes. Dat blijkt uit onderzoek van de Washington State University.

“Dat verbaast en het verbaasde de Amerikaanse onderzoekers ook heel erg. Voor hen was het echt een nieuw feit, maar in Europa weten we dat eigenlijk al even", vertelt Joeri Cortens van Natuurpunt in "Nieuwe Feiten" op Radio 1. "Zweefvliegen spelen een heel belangrijke rol in de bestuiving van allerlei bloemen en gewassen in de landbouw bijvoorbeeld."

Beluister hier het gesprek met Joeri Cortens in "Nieuwe Feiten" op Radio 1 en lees daarna voort:

2016 AP

Zweefvliegjes bestuiven bloemen op een heel gelijkaardige manier als bijen. Ze drinken ook nectar en eten stuifmeel, zodat ze energie hebben om eitjes te leggen. "Individueel zijn zweefvliegjes minder efficiënt, maar ze zijn vaak met heel veel. Ze kunnen trektochten ondernemen, zoals trekvogels dat doen, over honderden kilometers", legt Cortens uit.  "Op die manier verspreiden ze stuifmeel van een bepaalde soort honderden kilometers verderop. Zo krijg je genetische uitwisseling tussen planten." 

Zweefvliegen spelen een heel belangrijke rol in de bestuiving van allerlei bloemen en gewassen in de landbouw

Joeri Cortens, Natuurpunt

385 soorten in Vlaanderen

Toch is er nog maar heel weinig bekend over zweefvliegjes, ook omdat het moeilijk is om de beestjes individueel te merken en te volgen, "maar er zijn wel schattingen dat er in Zuid-Engeland op een gegeven moment zo'n 5 miljard snorzweefvliegen aangekomen zijn. Het gaat dus om gigantische aantallen, die trouwens vergelijkbaar zijn met het aantal honingbijen dat op dat moment in die regio rondvliegt".

Zweefvliegen kunnen zelf niet steken, maar ze profiteren wel van het schrikbewind van bijen en wespen

Joeri Cortens, Natuurpunt

In Vlaanderen zijn er in totaal zo'n 385 soorten zweefvliegen. Je hebt er die gewoon zwart zijn, maar je hebt er ook die lijken op een wesp of een bij. "Ze hebben vaak hetzelfde geel-zwarte strepenpatroon. Ze zitten vaak op bloemen, op een opvallende plaats, dus voor hen is het interessant om zich te wapenen door te lijken op een beestje dat wel echt gevaarlijk kan zijn en een prik kan uitdelen. Zweefvliegen kunnen zelf niet steken, maar ze profiteren zo van het schrikbewind van bijen en wespen."

Een van de meest bekende zweefvliegen is de blinde bij. "Eigenlijk is dat een slechte naam, want ze is geen bij en ze is ook niet blind", zegt Cortens. "Ze heeft kleine haartjes op haar ogen staan, waardoor ze blind lijkt, maar dat is ze allerminst. Zeker de mannetjes hebben grote ogen, heel de kop is ingepalmd door ogen. Dat komt omdat ze hun ogen uitkijken op zoek naar een vrouwtje." De blinde bij komt net als vele andere soorten zweefvliegjes overal in ons land voor. "In een kleine stadstuin, overal waar een bloemetje groeit. De larven leven zelfs gewoon in onze beerputten."

Bijen en vliegjes hebben elk hun eigen types van bloemen, dat is net zo mooi

Joeri Cortens, Natuurpunt

Diversiteit is de sleutel

Uit de Amerikaanse studie blijkt ook dat erwten, boerenkool en lelies volledig afhankelijk zijn van vliegjes voor bestuiving. "Bij ons is dat niet het geval", zegt Cortens. "Wat je wel heel vaak ziet, is dat zweefvliegjes kiezen voor bloemen die redelijk open zijn, zodat ze erin kunnen kruipen, of voor oppervlakkige bloemen, zonder diepe kelken, waar ze snel en gemakkelijk aan kunnen. "Bij ons bloeit op dit moment bijvoorbeeld de pastinaak en die zit vol met zweefvliegjes want het is een plant met oppervlakkige bloemetjes. Bijen zie je daar amper."

Om die reden zijn zweegvliegjes dan ook geen oplossing om de achteruitgang van onze bijenpopulatie op te vangen. "Bijen en vliegjes hebben elk hun eigen types van bloemen, dat is net zo mooi. Bloemen en bestuivers zijn samen met elkaar geëvolueerd. Bij de bestuivers heb je bijen, soms met hele lange tongen, die heel diepe bloemen kunnen bestuiven. Aan de andere kant heb je vliegjes, met hele korte tongen, die heel oppervlakkige bloemen kunnen bestuiven. Je hebt dus sowieso die diversiteit nodig. Diversiteit is de sleutel", besluit Cortens. 

2016 AP

Meest gelezen