Hoe "condoom" klinkt in verschillende dialecten lees je in het nieuwste boek van dialectoloog Veronique De Tier

In "Wie zegt wat waar?" kan je van 16 begrippen en woorden zien waar ze op welke manier gebruikt worden. "Het zijn zowel oude als nieuwe begrippen, die veel mensen zeker kennen", zegt Veronique De Tier. In elk van de 6 dialectregio’s in Vlaanderen en Nederland hebben die dikwijls een andere naam. In woordkaarten zie je dan welk begrip welke naam krijgt en welke regio.   

"Het is een klein boekje voor een groot publiek", zegt Veronique De Tier, dialectoog bij het Instituut voor de Nederlandse Taal en de Universiteit Gent. We hebben er met 5 mensen aan gewerkt, en dat mag wel. Want dialecten zijn boeiend en nog levende talen. Maar er zijn zeker 6 dialectregio’s verspreid over Vlaanderen en Nederland, en zo kan het wel eens ingewikkeld worden. Via een bevraging bij een hele hoop mensen, zijn we tot 16 begrippen gekomen die we elk in een woordkaart gegoten hebben. Zo kan je zien hoe dat begrip in welke regio geschreven, gesproken en gebruikt wordt. De dialecten in het Nederlandse taalgebied delen we in 6 regio’s in. Er is bijvoorbeeld het Vlaams en het Zeeuws: dat is de regio van Oost-, West- en Zeeuws-Vlaanderen.

(Lees verder onder de foto van de woordkaart van het begrip 'lucifer’)

Een woordkaart is dus een geografische kaart, waarop de verschillende dialectregio’s staan, met per regio het dialectwoord van het begrip. Sommigen zeggen "stekske" tegen lucifer. In de omgeving van Gent zeggen sommigen ook "priemke", en meer in het westen heet het dan weer "sulfertje". Bij de dialectwoorden staat telkens ook meer uitleg. "Andere begrippen die we in al hun dialecten tonen zijn bijvoorbeeld regenworm, condoom, of regenbui", zegt Veronique. 

Niet alleen oudere begrippen kennen een dialectwoord
Veronique De Tier, dialectoog bij het Instituut voor de Nederlandse Taal en de Universiteit Gent

Als het over dialect gaat, denken we meestal aan oudere begrippen, die veel mensen  niet meer kennen. "Maar de bedoeling van dit boek is ruimer", zegt Veronique, "we hebben niet alleen ouderwetse begrippen gezocht die bijna niemand meer gebruikt. Het zijn eigenlijk allemaal voorwerpen of handelingen die nu nog bestaan en waarvoor de meeste mensen nog neen naam hebben. Bijvoorbeeld de balpen: dat is een relatief nieuw voorwerp en wordt in Oost-Vlaanderen soms een "stylo", soms een "bic". In West-Vlaanderen is er zelfs nog een plek waar ze dat een "byro" noemen. Dat is de naam van één van de uitvinders van de balpen."

Dialect in livestream

Vanavond is er ook een panelgesprek over dialect onder de titel De dialecten zijn dood, leve de dialecten. Het gesprek is hier live te volgen

Veronique gaat er in gesprek met Chris Dusauchoit en de VRT taalraadsman Ruud Hendrickx over verschillende vragen. Zijn dialecten dood of leven ze nog? Spreek jij nog dialect en met wie? Moeten we dialecten in stand houden? Kan dialect op de VRT? Moet dialect een plaats krijgen in het onderwijs en zo ja, op welke manier? Heeft het spreken in dialect voordelen? Een boeiend gesprek, vanavond om 20u.

Meest gelezen