Krachtbeeld van Ne Kuko.

Wat is roofkunst en wat niet? AfricaMuseum vraagt extra middelen om dat te achterhalen

Het AfricaMuseum in Tervuren vraagt extra middelen om te onderzoeken of voorwerpen uit de collectie al dan niet rechtmatig zijn verworven. De Belgische overheid gaat roofkunst uit de koloniale periode teruggeven aan Congo, maar van bijna 35.000 objecten is de oorsprong moeilijk te achterhalen. 

Veel stukken uit de collectie van het AfricaMuseum in Tervuren zijn tussen 1885 en 1960 in duistere omstandigheden in België beland: na diefstal, geweld of als oorlogsbuit. Van al die onrechtmatig verkregen stukken wordt de juridische eigendom overgedragen aan Congo.

Bekijk hier het verslag uit “Het journaal 13u” (en lees verder onder de video):

Videospeler inladen...

"De tijd is gekomen voor de teruggave van de voorwerpen die op onrechtmatige wijze zijn weggehaald uit Congo, want ze horen toe aan het Congolese volk", zei staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Thomas Dermine (PS) op een persconferentie in het AfricaMuseum.

De federale regering antwoordt met de juridische teruggave op de vraag van Congolees president Félix Tshisekedi om de stukken terug te geven. De vraag is overigens absoluut niet nieuw. In 1960 al werd gevraagd om geroofde objecten uit het museum in Tervuren terug te geven.

Zeker gestolen: het krachtbeeld van chef Ne Kuko

Het gaat al zeker om 885 stukken. Maar voor de duidelijkheid: dat is maar 1 procent van de totale collectie in het AfricaMuseum in Tervuren.

Eén van die stukken is de nkisi van chef Ne Kuko, een pronkstuk van het AfricaMuseum. Van dat beeld staat onomstotelijk vast dat het in 1878 brutaal werd geroofd uit een dorp in de buurt van de havenstad Boma. 

Directeur Guido Gryseels van het AfricaMuseum geeft uitleg bij enkele opvallende stukken, zoals het beeld van Ne Kuko, in "Terzake". Bekijk hier de reportage (de tekst gaat hieronder door): 

Videospeler inladen...

Het beeld kwam in handen van de Belg Alexandre Delcommune, een handelaar in rubber en ivoor die in conflict was gekomen met enkele lokale chefs. Om hen te straffen gaf hij huurlingen de opdracht hun dorpen aan te vallen. Uit het dorp van chef Ne Kuko werd de nkisi geroofd, zoals een krachtbeeld wordt genoemd dat door een geest wordt bewoond.

Dat uitgerekend dat beeld werd meegenomen, was geen toeval, zegt directeur Guido Gryseels van het AfricaMuseum. "Zo'n beeld werd gebruikt om dieven te vangen of informatie te vergaren. De handelaar Delcommune wilde het krachtbeeld graag hebben om zijn eigen werknemers te kunnen betrappen bij diefstal. Maar chef  Ne Kuko wilde het beeld absoluut niet weggeven of verkopen, daarom werd het met geweld meegenomen." 

Restitutiedepot

Dat Congo eigenaar wordt van de onrechtmatig verkregen stukken, betekent evenwel niet dat die meteen uit het AfricaMuseum zullen verdwijnen. Dermine zegt dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen het juridische eigendom van die stukken en de fysieke teruggave zelf. Congo wordt dus weer eigenaar van die geroofde stukken, maar de overdracht laat nog even op zich wachten.

(lees door onder de foto)

"We moeten nu een relatie bouwen met de Congolese autoriteit om er zeker van te zijn dat die objecten in goede omstandigheden naar Congo terug kunnen", zegt Dermine. In de praktijk komt er een "restitutie-depot"-overeenkomst: de stukken blijven in België, totdat Congo er een terugvraagt. Die geleidelijkheid moet de goede bewaring van de stukken in Congo verzekeren.

Intussen wil Dermine met Congo een wetenschappelijke commissie samenstellen. Die moet onderzoeken hoe de verschillende stukken in de collectie van het AfricaMuseum zijn beland. 

(lees door onder de foto)

Want wat met de duizenden stukken die zijn geschonken of verkocht? Zoals de prauw of kano die in 1957 in België is beland. "Dat was een geschenk van de Congolese bevolking naar aanleiding van het bezoek van koning Leopold III aan Congo", zegt Guido Gryseels.

Maar men zegt dan wel "een geschenk van de bevolking van Congo", maar de grote vraag is in hoeverre de gouverneur of de gewestbeheerder de bevolking de opdracht heeft gegeven of onder druk heeft gezet om die prauw of kano te maken."

(lees door onder de foto)

Van 50.000 stukken, of 58 procent, is zeker dat ze rechtmatig verkregen zijn. Van de overige ongeveer 40 procent is dat minder zeker, en is de oorsprong moeilijker vast te stellen.

Dat grootscheepse herkomstonderzoek wordt nu opgestart, samen met partners in Congo. Het AfricaMuseum rekent dan ook op meer middelen om die tienduizenden objecten te kunnen onderzoeken. "Ik verwacht dat we toch zeker acht extra mensen nodig zullen hebben, alleen al voor herkomstonderzoek de volgende vijf jaar, om enkel de belangrijkse collecties te kunnen doen", zegt directeur Guido Gryseels. 

Beluister een gesprek met directeur Guido Gryseels van het AfricaMuseum in "De wereld vandaag":

Meest gelezen