Europese Centrale Bank verhoogt inflatiedoelstelling naar 2 procent

De Europese Centrale Bank verhoogt haar inflatiedoelstelling naar 2 procent op de middellange termijn. Eerder mikte ze op een inflatie “onder, maar dicht bij 2 procent”. Maar die doelstelling wordt nu na 18 jaar bijgesteld.

De Europese Centrale Bank, kortweg ECB, werd in 1998 opgericht als centrale bank van de eurozone. De belangrijkste doelstelling van de ECB is prijsstabiliteit. De bank moet er met andere woorden over waken dat de prijzen in alle landen die de euro als munt hebben niet sterk stijgen of dalen. 

Als de prijzen stijgen en het leven dus duurder wordt, spreken we van inflatie. Als de prijzen zakken en het leven goedkoper zou worden, spreken we van deflatie. En als inflatie onder, maar dicht bij 2 procent ligt, sprak de ECB vooralsnog van prijsstabiliteit.

Wel, die doelstelling wordt nu dus na 18 jaar bijgesteld naar 2 procent. Dit nieuwe doel is symmetrisch, wat betekent dat zowel positieve als negatieve afwijkingen onwenselijk zijn. Er wordt dus geen voorkeur meer gegeven aan een inflatie die licht onder de 2 procent ligt.  (Lees verder onder de tweet.)

Waarom inflatie nastreven?

Een relatief beperkte inflatie wordt gezien als smeerolie voor de economie. Want als producten en diensten duurder worden, loont het om die eerder vandaag dan morgen te kopen.  Dat is dus de bedoeling van de ECB nu.

Maar als de inflatie hoger oploopt en de prijzen dus sterker stijgen, moeten de lonen eigenlijk stijgen om te zorgen dat de koopkracht gelijk blijft. 

Maar als de lonen stijgen, kunnen de producenten die weer doorberekenen in de prijzen. Hierdoor kan een opwaartse spiraal ontstaan, waardoor het vertrouwen in de economie afneemt. En dat wil je natuurlijk niet hebben. Vandaar dus: prijsstabiliteit. 

Meest gelezen