Soldaten bewaken de grensovergang in Dajabon tussen de Dominicaanse Republiek en Haïti. Na de moord op president Moïse werden de grenzen gesloten.
afp

Haïti vraagt Amerikaanse troepen om hulp bij bescherming belangrijke infrastructuur na moord op president

De interim-regering van Haïti vraagt de Verenigde Staten om militaire hulp bij de bescherming van belangrijke infrastructuur. Een gelijkaardig verzoek is ook naar de Verenigde Naties gestuurd. Haïti hoopt zo de situatie in het land te stabiliseren, na de moord op president Jovenel Moïse. Intussen zijn nog drie extra verdachten opgepakt. Het motief en wie de opdracht gaf voor de moord blijft onduidelijk.

"We hebben absoluut bijstand nodig en hebben die ook gevraagd aan onze internationale partners," bevestigt interim-premier Claude Joseph aan persbureau AP. "We geloven dat onze partners de nationale politie kunnen helpen om deze situatie op te lossen."

De Haïtiaanse regering vreest dat ook belangrijke infrastructuur in het land een doelwit zou kunnen worden, zoals havens, luchthavens en het energienetwerk, en hoopt met buitenlandse hulp de situatie in het land te kunnen stabiliseren in de aanloop naar verkiezingen in september. 

De VN bekijkt de vraag van Haïti, die besproken zal worden op de volgende Veiligheidsraad. Maar de Amerikaanse regering laat weten dat het "op dit moment" niet van plan is om militaire bijstand te verlenen. Wel sturen de VS en Colombia politie- en veiligheidsagenten om te helpen bij het onderzoek naar de moordaanslag op president Moïse, nadat verschillende Amerikanen en Colombianen opgepakt waren voor de moord.

De politie in Haïti zegt dat een commando van 26 Colombiaanse en twee Haïtiaans-Amerikaanse huurmoordenaars achter de moordaanslag zitten. Intussen zijn twintig van hen opgepakt. Vijf zijn nog op de vlucht. Drie zijn doodgeschoten bij vuurgevechten met de politie.

(Lees voort onder de afbeelding.)

De bevelhebber van het leger van Colombia voor een persconferentie. Zeker 20 Colombiaanse soldaten zouden betrokken zijn bij de moord op de Haïtiaanse president.
AFP or licensors

Verwarring over politieke macht

De moord op president Moïse heeft de politieke crisis in het armste land van het Amerikaanse continent alleen maar dieper gemaakt. De grondwet is onduidelijk over wie er de macht overneemt in dit soort situatie. Maar de Senaat heeft zijn voorzitter Joseph Lambert uitgeroepen tot interim-president.

Het is niet duidelijk of de Senaat wel die bevoegdheid heeft. Er zetelen momenteel maar 10 van de normaal 30 senatoren, omdat de vorige verkiezingen van oktober 2019 niet zijn doorgegaan, door de gewelddadige protesten tegen president Moïse toen.

Bovendien bestaat er ook grote onduidelijkheid over de functie van regeringsleider. President Moïse had enkele dagen voor zijn dood Ariel Henry aangeduid als interim-premier, in afwachting van nieuwe verkiezingen. Maar omdat hij nog niet beëdigd was, ziet ook uittredend eerste minister Claude Joseph zichzelf nog altijd als regeringsleider. 

Claude Joseph heeft na de moord op de president ook de staat van beleg afgekondigd en meer bevoegdheden naar zich toegetrokken. Hij heeft ook de steun van de VN en van de VS en verschillende andere landen om die rol tot de verkiezingen in september op zich te nemen.

Vrouw Moïse: "Het waren huurlingen"

Intussen heeft de vrouw van de Haïtiaanse president Jovonel Moïse, Martine Moïse, zich voor het eerst uitgesproken over de moord op haar man. In een audiobericht dat ze zaterdag via Twitter verspreidde, is haar man door huurlingen vermoord.

Martine Moïse raakte bij de aanslag zwaargewond en werd voor verzorging overgebracht naar Miami in de Verenigde Staten. In haar audioboodschap zeg ze dat haar man werd vermoord omdat hij vocht voor wegen, water, elektriciteit en een grondwettelijk referendum. "Huurlingen hebben zijn ideeën en dromen gedood", zegt ze. 

Meest gelezen