Foto David Weyns

Antwerpen, doe iets aan die coronafeesten op straat met veel drank, lawaai en afval

"Het lijkt alle dagen jaarmarkt in Antwerpen: de stad heeft nood aan een nieuw alcoholbeleid." Volgens David Weyns drinken jongeren niet meer aan de bar maar op pleinen in de stad. "Maar als de stad een bar wordt, heeft ze nood aan regels. En die moeten hetzelfde zijn voor iedereen."

Pinten pakken

Dat Antwerps dichter Willem Elsschot zelf graag een pintje dronk, mogen we afleiden uit het feit dat hij zelf nog het Wikings-NSK-clublied neerpende. Maar of hij de recente nihilistische uitspatting op zijn eigen standbeeld kan smaken, is nog maar de vraag. Tot afgelopen donderdag moest u de naam van Antwerpens bekendste dichter pierend zoeken tussen ontelbare krabbels, daar achtergelaten door een meute comazuipers die buiten de zomermaanden voor student moeten doorgaan. De nabijgelegen Antwerp Management School, een nieuw hotel, en tientallen winkels mochten delen in de graffiti-pret.

Toegegeven: het doet zeer om je stad zo te zien. Maar voor een bewoner uit de buurt komt het niet als een verrassing. Door de voorlopige sluiting van de discotheken zoeken jongeren andere manieren om te dansen en sjansen, en dat doen ze, één fles sterkedrank en een dozijn Cara-blikken per persoon, een luidspreker en niemand die om 3 uur de lichten komt aandoen. 

De plein-party is het feestformat van de lockdowngeneratie. Zuippartijen tot 5 uur zijn eerder regel dan uitzondering. Elke nis wordt volgezeken, plassen kots vormen een mijnenveld voor pendelaars de dag erop. De jeugd roept en dwaalt in een delirium, de buurt blijft wakker. Op de Antwerpse pleinen is het alle dagen jaarmarkt.

Clochards en droge zones

 

Voor de feestvierder is zo’n nacht snel niets meer dan een vage herinnering, voor de bewoner is het dagelijkse nachtterreur. De buurt slikt, sakkert en mort, maar in het stadhuis gebeurt er niets. Nu ja, niets: op het Mechelseplein doet de kuisploeg elke ochtend haar ronde. Vier paar, vaak buitenlandse werkhanden proberen de sporen uit te wissen van de festivaltrein die de nacht ervoor voorbijraasde, en die de volgende nacht terug zal razen. Waarom of wie? Ze proberen het zelfs niet te begrijpen. 

De vraag is: kunnen wij het nog? Ja, studenten en jeugd moeten kunnen drinken, en ze moeten zich daarin kunnen vergissen. Maar het is niet dat daarin geen enkele grens kan bestaan. Dat we elke uitspatting moeten toedekken met de mantel der liefde. We zijn bovendien inconsequent in onze verdraagzaamheid: de vermogende jeugd mag drinken en overlast veroorzaken, de vergeten clochard van de stationsbuurt en het De Coninckplein mag z’n blik Kaiser elders naar binnen werken. Alcohol verboden, Antwerpen kent dan toch zijn droge zones.

Ieders vrijheid op z’n tijd

In de grote steden van de VS, Canada of Zweden zijn zulke droge zones al lang de regel. In het centrum of in het park, overdag of 's nachts, gepakt worden met een open blik in je hand is op de bon vliegen. Zelf ben ik geen fan van zo'n beleid. Het is betuttelend en gaat uit van een gebrek aan verantwoordelijkheidszin. 

Het ziet alcohol als niets meer dan een probleem. Alcohol is meer dan dat. Het is cultureel erfgoed, genotsproduct en sociaal smeermiddel in één. Het heeft ons vergezeld tijdens onze geschiedenis, en het zal ons blijven vergezellen tijdens onze picknicks en spontane sit-downs. Een totaalverbod heeft geen zin.

Wat is ons model dan wel? Laat ons in deze discussie beginnen met wat ons allemaal heel dierbaar is: vrijheid. Het Antwerpse stadsbestuur en zijn grootste partij zien zich graag als de laatste voorvechters van het echte liberalisme, dus één van de grondbeginselen: zo veel mogelijk vrijheid voor het individu zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt. 

Wanneer ik om 3 uur 's nachts mijn kleine neefje dat komt logeren uit Limburg moet troosten en het kabaal probeer te verdrinken met het geraas van een ventilator, voel ik me toch in mijn vrijheid gepakt. Het verlies dat ik lijd, is groter dan de winst van die twintig pinten.

Een verbod op alcohol in het openbaar tussen 22 en 6 uur legt dat evenwicht in een veel logischere plooi. Het ontneemt niemand de vrijheid om op normale uren te picknicken of met een blik op een bankje te zitten. Doordrinken doe je dan op café.

Grenzen om uit te dagen

Zo'n arbitraire grens kan simplistisch of naïef lijken, maar ik geloof in de kracht ervan. Je kan een mens niet veranderen, maar je kan wel duidelijke grenzen stellen. De jeugd kan die grenzen aftasten en uitdagen – dat is haar taak – maar ze zal het wel eens zijn met de grote lijnen van die grenzen. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen