Sporza

Belgian Cat Jana Raman aangekomen in olympisch dorp: "Douches zijn gemaakt naar grootte van Japanners"

Basketster Jana Raman uit Laarne is vandaag samen met de nationale basketploeg aangekomen in het olympisch dorp in Tokio. Daar bereidt ze zich voor op de eerste wedstrijd van de Belgian Cats, komende dinsdag tegen Australië. "Soms zie je hier toppers rondlopen waarmee ik toch even op de foto zou willen", lacht Raman.

Morgen starten de Olympische Spelen in Tokio. En deze voormiddag is basketster Jana Raman aangekomen in het olympisch dorp. Samen met de Belgian Cats speelt ze dinsdag haar eerste olympische wedstrijd tegen Australië. "Het is wel even schrikken om te zien hoeveel atleten er wel niet rondlopen in zo’n olympisch dorp", vertelt Raman bij Radio 2 Oost-Vlaanderen. 

Belgische vlaggen

De Cats verblijven op de bovenste 3 verdiepingen van een appartementsgebouw in het dorp. "We hebben ook heel wat vlaggen uitgehangen om te tonen dat we hier zijn. Alle Belgische atleten zullen voor elkaar supporteren en dat is heel leuk," klinkt het bij Raman.

Een veelbesproken thema bij de atleten in het olympisch dorp zijn de kartonnen bedden, maar daar maakt Raman weinig problemen van. "Ze voelen wat hard aan als je er voor de eerste keer op zit, maar voorlopig hebben we nog geen bedden gebroken en houden ze stand."

Emma Meesseman staat al met haar hoofd tegen het plafond

Belgian Cat Jana Raman over de douches

Een groter probleem zijn de douches, vindt Raman. "Die zijn echt gemaakt voor Japanners. Ikzelf ben al niet de grootste van de ploeg, dus sommige zullen er wel wat meer last van hebben. Dan denk ik vooral aan de mannelijke basketters, maar Emma Meesseman staat bijvoorbeeld ook al met haar hoofd tegen het plafond."

Voor de basketster is het ook de eerste keer dat ze zoveel verschillende nationaliteiten samen ziet. "Ik heb voorlopig nog geen contact gehad met de atleten van andere landen, maar er lopen hier heel wat toppers rond en soms kom je wel iemand bekend tegen waarmee je wel eens op de foto wil", lacht Raman. 

Meest gelezen