Atalanta vaakst opgemerkt in Vlaamse tuinen tijdens Grote Vlindertelling van Natuurpunt

Tijdens de Grote Vlindertelling van Natuurpunt is de atalanta of admiraalvlinder het vaakst opgemerkt in de Vlaamse tuinen. De atalanta werd 14.595 keer geteld. Het klein koolwitje en de dagpauwoog vervolledigen de top-drie. Aan de Grote Vlindertelling hebben in totaal 26.600 tellers deelgenomen, een nieuw record.

De Grote Vlindertelling van Natuurpunt liep van 3 tot 25 juli. Iedereen kon in die periode mee vlinders tellen in tuinen of op balkons. 

Omdat vlinders erg afhankelijk zijn van het weer en de eerste helft van juli wisselvallig was, waren de verwachtingen bij Natuurpunt niet hoog gespannen. Maar er waren ook zonniger periodes. Vooral het weekend van 17 en 18 juli was een "topweekend" met veel tellingen.

Volgens Natuurpunt hebben 26.600 mensen in 9.242 tuinen meegeteld. Daarmee is het record van vorig jaar opnieuw gesneuveld. Uit de tellingen blijkt dat er in elke tuin gemiddeld zes vlinders geteld worden in de periode van vijf minuten. 

Met 14.595 waarnemingen is de atalanta de meest getelde vlinder, gevolgd door het klein koolwitje (13.370) en de dagpauwoog (11.575). Er zijn wel regionale verschillen. Zo scoort de citroenvlinder bijvoorbeeld beter in Limburg en Antwerpen en komt het oranje zandoogje dan weer vaker voor in Oost- en West-Vlaanderen dan in de andere provincies. 

Met 177 tellingen voerde Ortwin Hoffmann uit Waasmunster de meeste tellingen uit. Ludo Vorsselmans uit Zoersel registreerde dan weer de meeste soorten. In zijn tuin werden 38 verschillende vlindersoorten geteld.

Meest gelezen