Een herdenking, vlak na de aanslagen van november 2015
AFP

Ja, de aanslagen van Parijs 2015 hebben Frankrijk veranderd, en niet alleen zoals je zou verwachten 

De aanslagen van november 2015 in Parijs zijn voor Frankrijk in zekere zin wat 11 september 2001 voor de Verenigde Staten was, een schok die door de hele natie werd gevoeld. 130 mensen verloren het leven toen terroristen hen doodschoten in de concertzaal Bataclan, op terrasjes en bij het voetbalstadion Stade de France. Nu het megaproces daarover van start gaat, rijst de vraag hoe het land die aanslagen heeft verwerkt. Is Frankrijk voor altijd veranderd? De politiek, de media, de mensen? En hoe dan wel? 

“Ja, natuurlijk hebben de aanslagen Frankrijk veranderd”, zegt de Nederlandse terreurdeskundige Jelle Van Buuren van de universiteit Leiden. “De aanslagen waren massaal. Niet alleen waren er veel slachtoffers, het waren ook gewone mensen. Iedereen kon slachtoffer zijn geweest - of nog worden. Overal, in een winkelstraat, op café of bij het voetbal. Ook het fenomeen van de zelfmoordaanslag was nieuw voor ons. Het is een vorm van terreur die de hele samenleving treft en bovendien moeilijk te bestrijden is. De ordediensten kunnen nu eenmaal niet overal tegelijk zijn.” 

We nemen je in deze video van 2,5 minuten mee door de avond vol terreur in Parijs:

Videospeler inladen...

De vijand komt van buiten, Frankrijk sluit de rangen

Het waren de meest dodelijke aanslagen ooit in Frankrijk. Eerder in 2015 was er ook in Parijs al Charlie Hebdo geweest en de Joodse supermarkt. Andere aanslagen zouden volgen, zoals in Nice op de nationale feestdag. Ook de buurlanden werden getroffen, denk aan ons land in 2016. Ondanks die golf aan terreur gaven de Fransen zich niet gewonnen. Naast de angst overheerste aanvankelijk een gevoel van nationale eenheid – we blijven ons leven leiden, de terreur krijgt ons niet klein. Een voorbeeld: de solidariteit was zo groot dat de hospitalen het aantal bloedgevers niet meer aankonden. 

Een grote nationale manifestatie kwam er deze keer nochtans niet. Die was er wel geweest na de aanslagen bij Charlie Hebdo, in januari. Toen toonden anderhalf miljoen mensen hun afkeer van de terreur, maar ook hun geloof in de vrije meningsuiting. Niks daarvan in november. Niet zozeer uit angst, maar omdat de overheid elke bijeenkomst had verboden. Ze zou een gemakkelijk doelwit vormen voor eventuele nieuwe aanslagen.

Toenmalig president François Hollande had het meteen in de nacht van de aanslagen al over “een oorlogsdaad van een terroristisch leger, IS”. De president riep de noodtoestand uit en in zijn toespraken had hij het over Frankrijk en Fransen, over oorlog en actie… De natie sloot de rangen. Er waren al bij al ook weinig pogingen tot politieke recuperatie. Alsof de politici begrepen dat dit geen tijd was voor spelletjes.

De schuld van de Belgen

Wel werden er vragen gesteld. Hoe konden de inlichtingendiensten het gevaar over het hoofd hebben gezien? Was het land naïef geweest? De aanslagen waren beraamd in Parijs, maar ook in Brussel of Charleroi. De beschuldigende vinger wees in eerste instantie naar ons land. Als de politie had gefaald, dan toch vooral in België. De voorbije dagen nog kwam het uitgebreid aan bod in de Franse pers : “Het relaas van de mislukkingen van de Belgische politie voor de aanslagen van 13 november" luidde de kop. 

“Kijk”, zegt Jelle van Buuren “Frankrijk liep sinds de jaren 90 voorop in de strijd tegen de terreur… als het land dacht nog alles onder controle te hebben, dan is het zes jaar geleden wel wakker geworden uit die illusie. De Fransen wezen met een beschuldigende vinger naar België, maar ze beseften wel dat er ook bij hen iets moest veranderen.“ President Hollande kwam in 2016 met een plan van aanpak. Datzelfde jaar opende ook het eerste centrum voor deradicalisering

Tweeduizend mensen zijn van ver of dichtbij betrokken bij radicalisering

quote regeringsdocument

Tweeduizend geradicaliseerden? Het was bruut ontwaken voor wie dacht dat het om enkelingen ging. Radicale islamisten en aanhangers van IS zaten in elke hoek van het land. Als reactie versterkte Frankrijk de inlichtingendiensten en werd de betrokkenheid bij de voorbereiding van aanslagen strafbaar gemaakt.

13 november 2015, de aanslag op een café in Parijs
Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Van eenheid naar polarisering

Ja, er werden intussen nieuwe aanslagen verijdeld, maar dat kon niet verhinderen dat de terreur maar bleef doorgaan. Het waren geen massale aanslagen meer - met uitzondering van Nice op 14 juli 2016 - maar geregeld werden agenten omgebracht, een rabbijn aangevallen, een priester en gelovigen de keel doorgesneden... Meer dan twintig aanslagen en pogingen tot aanslagen volgden. 

Van de aanvankelijke golf van “nationale eenheid” bleef intussen alleen nog een rimpel over.  Verschillende partijen – het RN van Marine Le Pen op kop – wezen met een beschuldigende vinger naar de “naïeve” regering van president Emmanuel Macron. Al helemaal na de onthoofding van leerkracht Samuel Paty in oktober 2020. President Macron verklaarde “dat de islam in crisis was.” Moslims reageerden hevig, in de hele wereld en in Frankrijk zelf. “De president vergist zich van doel. De extremisten vormen het probleem, niet de islam.” 

Zijn we zelf onze grootste vijand?

De polarisering in de Franse samenleving nam hand over hand toe, zegt ook de Leidse onderzoeker van Buuren. “Neem nu die open brief van Franse ex-militairen”. In april van dit jaar ondertekenden twintig gewezen generaals en meer dan duizend (ex-)militairen een open brief waarin werd gewaarschuwd voor een nieuwe burgeroorlog. Niet meer, niet minder. 

Frankrijk zou in gevaar zijn, niet alleen door het islamisme maar ook door "de hordes uit de buitenwijken, de laksheid van de politici en een zekere beweging van anti-racisme". Al waren die generaals gepensioneerd en hadden verschillende van hen banden met uiterst rechts, het signaal werd breed opgepikt.

Het was dus (ook) de schuld van de president, van een softe aanpak en van links gewauwel. De visie van uiterst rechts kreeg brede navolging. Er volgde ook een polemiek over “links-islamisme”. Zelfs ministers van de regering-Macron beschuldigden intellectuelen en (uiterst-)linkse kringen ervan “het radicale islamisme aan te wakkeren”. 

Islamo-gauchisme is een kanker van onze maatschappij

Jean-Michel Blanquer, minister van onderwijs

De Franse universiteiten reageerden scherp. Ze noemden het cafépraat en een poging om politieke munt te slaan uit de crisis. Hoe dan ook, van de nationale eenheid die we in het begin zagen, bleef in 2020 niets meer over. De polarisering in politiek en media was nooit zo groot. “Veiligheid wordt ook bij de presidentsverkiezingen van volgend voorjaar een belangrijk thema”, zegt Jelle Van Buuren. “Dat Marine Le Pen zo hoog scoort in de peilingen heeft ook daarmee te maken. Ook president Macron kan het thema onmogelijk uit de weg gaan. Het wordt een soort van opbod." 

Antonio Masiello/NurPhoto

Een Franse Fox

De aanslagen hebben niet alleen de politiek, maar ook de media veranderd. Anders dan de kranten waren nieuwszenders in Frankrijk tot voor kort generalistisch en zonder uitgesproken politieke kleur. Maar begin 2017 wordt CNews geboren, als opvolger van het weinig bekeken i-télévision.  De lijn van CNews is radicaal-rechts, een beetje de Franse tegenhanger van het Amerikaanse Fox. Eric Zemmour, een boegbeeld van de zender, heeft zelfs ambities voor het presidentschap. Had zo’n medium kunnen doorbreken zonder de aanslagen? 

De principes van de republiek

Uiteraard is ook het beleid veranderd onder invloed van de terreur. Onder impuls van president Macron werd dit jaar nog de wet “tegen het separatisme en voor de versterking van de principes van de republiek” van kracht. De controle van de staat op allerlei verenigingen – ook moskeeën en verenigingen van religieuze aard – wordt opgevoerd. Wie zich niet houdt aan de regels krijgt geen geld meer of riskeert geschrapt te worden. 

Sinds de aanslagen neemt de staat de actie tegen de terreur ernstig 

Marlène Schiappa, staatssecretaris binnenlandse zaken

Na de woorden volgen ook de daden. Meer dan zeshonderd radicale buitenlanders zijn het land uitgezet. Begin dit jaar zijn op een paar weken tijd 18 moskeeën met radicale predikanten gesloten, tientallen anderen worden in de gaten gehouden. Online-haat is strafbaar gemaakt. De centrale boodschap: niet één euro gaat nog naar de vijanden van de republiek.

Wat iedereen toejuicht natuurlijk. Of toch niet helemaal. Want wordt met de nieuwe wet tegelijk de vrijheid niet aangetast? Een van de fundamenten van de Franse republiek? Verenigingen die niets met terreur te maken hebben vrezen het onschuldige slachtoffer te worden van een repressievere staat. Een groene beweging als Les Amis de la Terre vreest dat hun acties van burgerlijke ongehoorzaamheid ook onder de wet zullen vallen. 

"Nu proces dichterbij komt, neemt adrenaline toe": bekijk hier de reacties van enkele overlevenden die onze redactie kon spreken

Videospeler inladen...

Minder liberté en fraternité, meer racisme en intolerantie?

Kortom, wie de Franse politiek en media volgt kan alleen besluiten dat de aanslagen de waarden van de Franse samenleving - Liberté, Fraternité, Egalité - onder druk hebben gezet. “Het blijft een worsteling”, zegt Jelle van Buuren. Het land worstelt niet alleen met de terreur, maar ook met zichzelf. Is de Franse bevolking na de aanslagen dan globaal ook minder tolerant geworden? Vallen de Fransen terug op de eigen groep, zien we weer meer racisme? Wie daar een goed zicht op heeft is de socioloog Vincent Tiberj, een professor aan de universiteit van Bordeaux die de waarden in de Franse samenleving onderzoekt.

Hij verwijst meteen naar het racismerapport 2021, dat verscheen met als ondertitel “Een globaal tolerant Frankrijk”. Hoezo? “Er is bij de bevolking geen sprake van groeiende intolerantie”, zegt Vincent Tiberj. “Sinds de jaren 90 blijken de Fransen in de loop der jaren integendeel net toleranter te worden. Er zijn wat schommelingen, maar zelfs in 2016, net na de grote aanslagen dus, zagen we een grotere tolerantie." Voor de duidelijkheid: geen tolerantie voor geweld uiteraard, wel voor mensen met een andere levensopvatting, een andere godsdienst of huidskleur. 

Elke nieuwe generatie is toleranter dan de voorgaande

Vincent Tiberj, socioloog universiteit Bordeaux

“Uit onderzoek blijkt dat mensen niet racistischer worden of intoleranter met het ouder worden”, zegt Vincent Tiberj. "Dat ouderen wat minder tolerant zijn heeft alleen te maken met de waarden van de maatschappij waarin ze zijn opgegroeid." Een voorbeeld? Op de vraag “of moslims Fransen zijn zoals alle andere” antwoordt van de jongste generatie al 87 procent met “ja”. Dat vermindert per leeftijdsgroep, bij de oudste groep is dat maar zeventig procent. “Wie is opgegroeid in een stedelijke omgeving, en klasgenoten had met diverse achtergronden kijkt anders naar de maatschappij. Voor de jongere generaties is het samenleven met anderen vanzelfsprekender."

Dat je de strijd aanbindt met extremisten en terroristen leidt dus niet automatisch tot meer racisme of verdeeldheid in de Franse samenleving?

“Nee” zegt professor Tiberj. “Het staat misschien haaks op wat je zou verwachten, maar ook de aanslagen hebben globaal weinig invloed op de waarden die leven bij de bevolking.” Een kanttekening: uit onderzoek blijkt wél dat de meest radicale meningen in moeilijke tijden nog radicaler worden. 

Maar globaal is het dus niet zo dat de Franse maatschappij harder is geworden of racistischer. “Onze wetenschappelijke bevindingen zijn anders dan wat je zou vermoeden als je alleen de media volgt en het politieke debat." De Franse waarden van vrijheid en tolerantie staan dan wel onder druk, volgens Vincent Tiberj is verdeeldheid en intolerantie daarom niet noodzakelijk de toekomst van Frankrijk. "En dat heeft veel te maken met de wissel van de generaties". 

Kurt Desplenter

Meest gelezen