De oren van konijnen, die een rol spelen bij het regelen van de lichaamstemperatuur, zijn groter geworden.
Marie-Lan Taÿ Pamart/Wikimedia Commons/CC BY-SA 4.0

Opwarmend klimaat maakt dat dieren van vorm veranderen

De klimaatverandering is niet alleen een probleem voor de mensheid, ook dieren moeten zich er in een zeer snel tempo aan aanpassen. Sommige warmbloedige dieren veranderen daarvoor van vorm en krijgen grotere snavels, staarten, poten en oren om beter hun lichaamstemperatuur te kunnen regelen in een warmer klimaat. Dat blijkt uit een overzichtsstudie van een Australisch-Canadees team. Het is echter lang niet zeker dat alle soorten zich zullen kunnen aanpassen. 

"Als de klimaatverandering in de media besproken wordt, vragen mensen vaak 'kan de mensheid dit het hoofd bieden?' of 'welke technologie kan dit oplossen?'", zei Sara Ryding. "Het is hoog tijd dat we erkennen dat ook dieren zich aan deze veranderingen moeten aanpassen, en dat dit plaatsvindt in een veel korter tijdsbestek dan in het grootste deel van de voorbije  evolutie het geval is geweest." 

"De klimaatverandering die wij veroorzaakt hebben, zet erg veel druk op de dieren en hoewel een aantal soorten zich zullen aanpassen, zullen andere soorten dat niet doen". Ryding is een doctor in de biologie, gespecialiseerd in vogels, aan de Deakin University in een voorstad van Melbourne en de corresponderende auteur van de nieuwe studie. 

Het is al lang bekend dat een aantal, vooral warmbloedige, dieren hun lichaamstemperatuur regelen via 'aanhangsels' als snavels, oren, poten en staarten. Bij soorten die in warmere klimaten leven, zijn die aanhangsels groter, een verschijnsel dat bekend staat als de 'regel van Allen'.

Uit het onderzoek van Ryding en haar collega's is nu gebleken dat bij een aantal soorten, vooral soorten die voldoen aan de regel van Allen, de aanhangsels de laatste decennia groter zijn geworden.

Ryding merkt op dat de klimaatverandering een complex fenomeen is met veel facetten dat traag vordert, zodat het moeilijk is om slechts één oorzaak aan te wijzen voor de verandering van vorm bij de dieren. Maar de veranderingen komen voor in verschillende geografische regio's, van Alaska tot de tropische gebieden in Australië en bij een breed gamma van diersoorten, van zangvogels en papegaaien tot muizen en konijnen, zodat er weinig gemeenschappelijke elementen te vinden zijn buiten de klimaatverandering. 

Een grijze junco, een Amerikaans zangvogeltje waarbij er een link is tussen de grootte van de bek en extreem hoge temperaturen.
Cephas/Wikimedia Commons/CC BY-SA 2.0

Een levende Dumbo

Vooral bij vogels zijn er grote veranderingen van vorm gerapporteerd. De snavels van vogels zijn niet bedekt met veren en zijn sterk doorbloed, zodat ze erg geschikt zijn om warmte af te geven. 

Bij verschillende soorten Australische papegaaien is sinds 1871 een gemiddelde groei van de snavel vastgesteld met 4 tot 10 procent, en er is een positieve correlatie met de zomertemperaturen elk jaar. 

Bij de grijze junco, een Amerikaans zangvogeltje, is er een link tussen de grootte van de snavel en extreme temperaturen op korte termijn in koude omgevingen.

Dat de selectiedruk voor grotere snavels bij vogels hoog  is in warmere omstandigheden, blijkt uit een studie bij darwinvinken. Die vinken uit de Galapagos-eilanden zijn een geliefd studieobject in de evolutionaire biologie en een van de soorten, de middelste grondvink, heeft twee vormen, één met een grote snavel en één met een kleinere. 

Uit een nieuwe analyse door het team van Ryding van een studie van de middelste grondvinken blijkt dat de populatie van de vorm met de kleinere snavel terugviel na warmere jaren omdat de sterfte er hoger lag dan bij de vorm met de grote snavel. 

Ook bij kleine zoogdiersoorten zijn er veranderingen van vorm vastgesteld. Dat is het geval bij Europese konijnen in Australië, die grotere oren hebben gekregen, bij bosmuizen zijn langere staarten vastgesteld - de haarloze staarten dienen bij muizen onder meer om de lichaamstemperatuur te regelen -, terwijl bij bepaalde spitsmuissoorten de staarten en de poten langer zijn geworden. 

"De toename van de grootte van de aanhangsels die we tot nu toe gezien hebben, is redelijk klein - minder dan 10 procent -, dus het is onwaarschijnlijk dat de veranderingen onmiddellijk zullen opvallen", zei Ryding. "Er wordt echter voorspeld dat opvallende aanhangsels zoals oren groter zullen worden, dus in de niet zo verre toekomst kunnen we misschien een levende Dumbo tegemoetzien."

Ryding zegt dat de veranderingen van vorm nog niet veel aandacht hebben gekregen en dat de rol van de opwarming onderbelicht is gebleven. Er is dan ook nog meer onderzoek nodig, zegt ze. 

Zelf gaat ze de veranderingen bij de Australische vogels nader onderzoeken door 3D-scans te maken van specimens uit musea van de afgelopen 100 jaar en die te vergelijken met hedendaagse exemplaren. Dat zal haar team meer leren over bij welke vogels de aanhangsels van grootte veranderen door de opwarming van de aarde en waarom. 

"Het veranderen van vorm betekent niet dat dieren opgewassen zijn tegen de klimaatverandering en dat alles in orde is", zei Ryding. "Het betekent enkel dat ze evolueren om de klimaatverandering te overleven, maar we weten niet zeker wat de overige ecologische gevolgen van deze veranderingen zijn, of zelfs dat alle soorten in staat zijn te veranderen en te overleven." 

De studie van de onderzoekers van de Deakin University, de Australian National University en de Brock University in Canada is gepubliceerd in Trends in Ecology and Evolution. Dit artikel is voornamelijk gebaseerd op een persbericht van Cell Press.  

Een video in het Engels met de belangrijkste punten uit de overzichtsstudie. (Video: Ryding et al)

Meest gelezen