Strenge controles op luchthavens, minder privacy en geschrapte filmscènes: hoe 9/11 ons dagelijkse leven heeft veranderd

De aanslagen van 11 september 2001 hebben niet alleen veel slachtoffers gemaakt in de Verenigde Staten, ze hebben ook ons dagelijks leven enorm veranderd. Denk maar aan de strengere controles in luchthavens. En zijn er nog steden waar geen camera's hangen? Na 9/11 zag de wereld er plots heel anders uit.

Vooral in de luchtvaart is er sinds 11 september 2001 veel veranderd. Voordien was reizen met het vliegtuig een leuke en snelle ervaring. Op luchthavens stonden efficiëntie en het reiscomfort van de passagier centraal. Controles waren er wel, maar het was vooral belangrijk dat de passagier een aangename reiservaring had. 

Focus verschuift van comfort naar veiligheid

Dat veranderde drastisch na de aanslagen. De focus van alle spelers in de luchtvaartsector kwam nog sterker op beveiliging te liggen en luchthavens en luchtvaartmaatschappijen moesten investeren in veiligheid. "In de VS werd daar zelfs een nieuw overheidsdepartement voor opgericht: de Transportation Security Administration of TSA", zegt onze luchtvaartexpert Steven Decraene in "De ochtend" op Radio 1. 

Een passagier kan een potentiële terrorist zijn, dat is de mindset geworden

Steven Decraene, luchtvaartexpert VRT NWS

Voor de reizigers had dat drastische gevolgen. "Een passagier kan een potentiële terrorist zijn, dat is de mindset geworden", zegt Decraene. "Vroeger moest je enkel zelf als persoon door een metaalscanner, maar vanaf dan ook alle handbagage. Je moet ook je riem afdoen. Dat maakte dat het allemaal veel trager ging."

Elk stuk bagage wordt gecontroleerd, terwijl dat vroeger steekproefgewijs gebeurde. Voor de identificatie van elke passagier zijn nu ook officiële documenten met foto vereist. 

De ervaring tijdens de vlucht is ook veranderd. Vroeger kon je als je geluk had een kijkje gaan nemen in de cockpit. Nu is dat niet meer mogelijk, zegt Decraene. "Cockpitdeuren worden nu kogelwerend verstevigd en moeten altijd dicht zijn." 

"Er werden ook no-flylists aangelegd, met mensen die een potentieel gevaar zijn en die geweerd werden van vliegtuigen", zegt Decraene. In de Verenigde Staten vlogen in de nasleep van de aanslagen zogenoemde air marshalls mee met elke vlucht. "Dat zijn federale veiligheidsagenten die incognito meereisden en bewapend waren en die konden ingrijpen zodanig dat er niets meer zou gebeuren zoals dat dramatische scenario van 9/11", verduidelijkt Decraene.  

Evolutie van de maatregelen

Net na 11 september 2001 was het strikt verboden om vloeistoffen en gels mee aan boord van een vliegtuig te nemen. Die maatregel is in de loop der jaren ietwat versoepeld. Nu zijn vloeistoffen en gels wel toegestaan, op voorwaarde dat ze zijn verpakt in individuele houders van elk maximaal 100 milliliter. Je mag maximaal 10 van die kleine verpakkingen in je handbagage steken, samen in een doorzichtig plastic zakje. 

De laatste jaren is er ook een evolutie merkbaar in de aanpak van al die veiligheidsmaatregelen, zegt Steven Decraene nog. Zo wordt er veel meer ingezet op technologie. Na de aanslagen van 2001 was er vooral controle op welke bagage passagiers aan boord brachten. "Nu is het vooral inzetten op profiling: kijken naar hoe iemand een potentieel gevaar kan vormen", zegt Decraene. 

"Er zijn nu irisscans, biometrische paspoorten, er zijn meer en meer bewegingssensoren. Er zijn nu ook bijvoorbeeld gedragsspecialisten betrokken bij die beveiliging", zegt hij. Die gedragsspecialisten worden ingezet op luchthavens om mensen op voorhand uit de massa te halen als ze zich verdacht gedragen. Decraene heeft ook weet van constructeurs die experimenten doen met vliegtuigen die volledig vanuit een controlekamer op de grond kunnen worden bestuurd. 

Luister hier naar onze luchtvaartexpert Steven Decraene over de gevolgen van 9/11 op vliegtuigreizen:

Europa Press 2021

Een dikke maand na de aanslagen van 11 september werd in de Verenigde Staten de zogenoemde USA Patriot Act goedgekeurd. Dat is een Amerikaanse wet die mogelijk maakt dat de overheid op grote schaal gegevens van mensen verzamelt, in het kader van terrorismebestrijding. 

Van gericht monitoren naar massasurveillance

"Voordien werd er gericht gemonitord, gericht geluisterd," zegt Tim Verheyden, privacy-expert bij VRT NWS, in "De wereld vandaag". "In de Patriot Act was een bijzonder hoofdstuk voorzien voor massasurveillance. Vanaf dan is de Amerikaanse overheid gaan samenwerken met telecomoperatoren om letterlijk iedereen in de gaten te houden." Het ging daarbij voornamelijk eerst om metadata van onze telefoons. "Veel belangrijker nog dan wát we tegen elkaar zeggen, is wie communiceert met wie, en langs welke antenne dat gebeurt", zegt Verheyden.

Niet enkel in de Verenigde Staten, maar ook bij ons zag je zo'n evolutie. "In de havens is men containers gaan screenen. Er kwamen meer gedetailleerde passagierslijsten en dat soort zaken", zegt Verheyden. 

"Maar wat je vandaag nog altijd ziet in het straatbeeld, is die massasurveillance door middel van camera's. De angst die er toen was, was een goed draagvlak voor politici om sommige wetten erdoor te krijgen. Voor politici blijft veiligheid nog steeds een belangrijk visitekaartje, en dan vooral veiligheid door camera's." Dat aantal camera's blijft vandaag nog steeds stijgen. 

Een rapport van het Witte Huis zegt dat massasurveillance niets fundamenteels heeft bijgedragen in de strijd tegen terrorisme, maar toch wordt ermee doorgegaan

Tim Verheyden, privacy-expert VRT NWS

Een belangrijke factor is ook de lobby van de cybersecuritydiensten en de surveillancemaatschappijen. "Wat er ook gebeurt in de maatschappij, men springt dan op die surveillancekar omdat daar een miljoenenbusiness achter zit", zegt Verheyden.

Toch is een deel van de mogelijkheden om ons te volgen, ook voortgekomen uit de technologische vooruitgang. "We willen graag de nieuwste laptops en de nieuwste iPhone, maar we weten vaak niet wat er achter de schermen gebeurt." Technologiebedrijven en inlichtingendiensten hebben vaak enorm veel middelen om ons te volgen, waar wij niet van op de hoogte zijn. 

Groter besef bij bevolking

De laatste jaren is er een tegenbeweging op gang gekomen. Zo is het bijvoorbeeld moeilijker geworden om mensen af te luisteren en te volgen voor gerechtelijke onderzoeken. Door de invoering van de GDPR, de Europese verordening voor de gegevensbescherming, is het moeilijker geworden voor grote bedrijven om onze persoonsgegevens zomaar te pakken te krijgen.

Tim Verheyden merkt een groeiend privacybesef bij mensen. Toch is er in de VS op vlak van gegevensbescherming en privacy niet veel veranderd sinds de strenge maatregelen net na de aanslagen. "Onder Bush is het allemaal begonnen," zegt Verheyden, "en de presidenten daarna zouden het evenwicht een beetje hebben hersteld, maar niks is minder waar. Vandaag de dag gebeuren dingen in Amerika nog steeds op dezelfde manier als net na 9/11, met hier en daar wat bijsturing."

Privacy opgeven in ruil voor veiligheid?

Toch zijn er volgens Verheyden ook positieve kantjes aan de verhoogde surveillance, al zijn die vrij bescheiden. Hij verwijst daarbij naar de luchtvaart, waar we een deel van onze privacy opofferen in ruil voor meer veiligheid. "Op dat vlak mag je wel spreken van een veiligheidsvooruitgang."

De massasurveillance sinds 11 september is een ander verhaal. Een aantal Amerikaanse generaals hebben gezegd dat door die massasurveillance er sinds dan geen aanslag meer geweest is op Amerikaans grondgebied, maar dat nuanceert Verheyden sterk. "Een rapport van het Witte Huis nog niet zo lang geleden zegt: dit heeft niets fundamenteels bijgedragen in de strijd tegen terrorisme. Maar toch wordt ermee doorgegaan."

Luister hier naar onze privacy-expert Tim Verheyden over de gevolgen van 9/11 op onze privacy:

Een groot deel van de films en series die we dagelijks consumeren, is van Amerikaanse makelij. Ook daarop heeft 9/11 een onmiskenbare stempel gedrukt.

Lennart Soberon is programmator van KASKCinema en maakte een doctoraat aan de Universiteit Gent over vijandbeelden in Hollywood-actiefilms in de periode 1981 tot 2016. In het Radio 1-programma "De wereld vandaag" vertelt hij hoe de aanslagen de film- en tv-wereld hebben veranderd. 

Stereotypen bestonden al decennia lang

Het stereotype van de moslimterrorist gaat al terug tot in de jaren '70. Toen was er bijvoorbeeld Zwarte September, de terroristische organisatie die verantwoordelijk was voor de aanslag op de Olympische Spelen van 1972 in München.

"In de jaren '90 was er een vreemde periode waarin Amerika zijn eigen doembeeld aan het maken was. Sommige theoretici zeggen dat Amerika kreeg waar het al decennia van droomde", zegt Soberon. "Je hebt bijvoorbeeld een film uit 1998, "The Siege", met Denzel Washington en Bruce Willis. Die vertelt bijna op profetische wijze over de aanslagen van 9/11. Veel mensen zien daar zelfs complottheorieën in." 

Taboe op alles wat met aanslagen te maken had

"Na 9/11 heb je een periode van complete taboeïsering van de gebeurtenis. 2001 tot 2004 waren de jaren van het grote blockbuster-escapisme", zegt Soberon. Er kwamen toen veel films uit over superhelden. "Het duurde tot 2004 tot er een film zou uitkomen die echt ging over de aanslagen van 9/11."

In de eerste maanden werden films met verwijzingen naar de aanslagen of alles wat ermee te maken kon hebben uit de zalen geweerd. "Er was een trailer van Spider-Man waar de Twin Towers werden uitgeknipt. Je had een film met Arnold Schwarzenegger waarin er een verwijzing naar terrorisme kwam, en die is een jaar uitgesteld", weet Soberon. 

Ook series werden in de periode vlak na de aanslagen onder de loep genomen en aangepast. Zo werden de Twin Towers weggeknipt uit een aflevering van de tekenfilmserie "The Simpsons". Uit een andere aflevering werd een scène verwijderd waarin een moslimpersonage ten onrechte beschuldigd wordt van het doen ontploffen van een kerktoren. In de serie "Friends" zat oorspronkelijk een scène waarin het personage Chandler een grap maakt over een bom op een luchthaven, maar die werd geschrapt en opnieuw ingeblikt. Het uitzenden van twee afleveringen van de tekenfilmserie "Pokémon" werd op de lange baan geschoven door hun naam: "The tower of terror" ("De toren van terreur") en "A scare in the air" ("Een verschrikking in de lucht").

"Ondanks de initiële voorzichtigheid na de aanslagen, was Hollywood meteen na 9/11 in de schaduw bezig met samenwerken met de Amerikaanse regering", zegt Soberon. Zo stond Hollywood de Amerikaanse regering bij in het verantwoorden van de oorlogsvoering na de aanslagen. Dat is volgens Soberon niet nieuw: "Er is vaak een alliantie met de CIA die scripts naleest van Hollywoodproducenten. De link tussen het militaire apparaat van Amerika en de commerciële cinema gaat al een lange tijd terug."

Herinnering als wapen

"In de periode van 2004 tot 2006 heb je een hoop integere films die voornamelijk rond Amerikaans heroïsme draaien en Amerikaans slachtofferschap", zegt Soberon. Ook nu is dat nog het geval wanneer films over de oorlog in Irak of Afghanistan uitkomen.

"9/11 is een manier om een herinnering tot een wapen te maken. De vraag is natuurlijk: wat zien we niet in die films? Het gaat dan over burgerleed en Amerikaans imperialisme. Zelfs in Europese cinema zien we dat diezelfde fouten worden gemaakt."

Bij televisie zien we volgens Soberon hetzelfde fenomeen. Hij verwijst daarbij naar de serie "24", die de spits afbijt met een verhaal over terrorisme. Recenter, beginnend in 2011, was ook de serie "Homeland" populair in ons land. 

"Populaire cultuur en de militaire pogingen van de VS zijn na 9/11 enorm verstrengeld," besluit Soberon. Je kan daarbij echt spreken van een soort "militainment", een combinatie van "military" en "entertainent". 

Luister hier naar Lennart Soberon in "De wereld vandaag" op Radio 1:

Meest gelezen