Na meer dan een jaar heeft Libanon opnieuw een regering, onder leiding van een van 's lands rijkste mannen

In Libanon heeft de zakenmagnaat Najib Mikati dan toch een nieuwe regering gevormd. Daarmee komt een einde aan een politieke crisis die meer dan een jaar geduurd heeft. Libanon zit echter ook in een nog grotere sociale en economische crisis die erger geworden is door de hevige explosie die vorig jaar een deel van de haven van Beiroet verwoest heeft.

De 65-jarige premier Mikati is dan toch geslaagd waar anderen gefaald hebben: vanmiddag is hij president Michel Aoun gaan melden dat hij een coalitieregering met voldoende steun in het parlement gevormd heeft.

Daarmee komt een einde aan de politieke crisis die in de zomer van vorig jaar uitgebroken is nadat de vorige regering ontslag moest nemen na de verwoestende explosie die een groot deel van de haven van de hoofdstad Beiroet verwoest heeft. 

Politiek is er dan een uitweg, maar tegelijk kijken Mikati en Libanon aan tegen een enorme sociaal-economische crisis die verergerd is nadat de haven van Beiroet -de economische toegangspoort van het land- verwoest werd. Ruim 78 procent van de Libanezen leeft onder de armoedegrens en de munteenheid, het Libanese pond, is zo goed als in elkaar gestort.  Veel jonge Libanezen -uit alle geledingen van de maatschappij- zoeken dan ook een toekomst elders.

Mikati is echter niet aan zijn proefstuk toe. Hij was eerder al premier, kortstondig na de terugtrekking van de Syrische troepen in 2005 en tussen 2011 en 2014 toen het land in een andere crisis zat. Najib Mikati komt uit Tripoli en is als zakenman in de bouw en telecom uitgegroeid tot een van de rijkste mensen in Libanon. Omdat hij niet behoort tot de politiek-militaire "dynastieën" van het land, wordt hij vaak beschouwd als een compromisfiguur. Toch heeft hij in het verleden nauwe banden met het regime van de Assads in Syrië uitgebouwd. Mikati is een soennitisch moslim en volgens de grondwet komt de premier altijd uit die groep. Hij lijkt nu echter vooral een beroep te willen doen op (vooral soennitische) Arabische landen, eerder dan op Iran of Syrië.

Net zoals in de vorige regering zijn de meeste ministers mensen met technische expertise in terreinen zoals financiën of economie, maar zijn ze wel benoemd op voorstel van de grote politieke partijen. Zo wordt Yusuf Khalil, een topman van de centrale bank, minister van Financiën. De regering heeft overigens een in de tijd beperkt mandaat. Volgende lente zouden er parlementsverkiezingen moeten komen. Dat opent dan de weg naar een nieuwe regering (of een nieuwe politieke crisis).

Meest gelezen