Beschuldigden spreken op proces aanslagen Parijs: "Het was een aanval op Frankrijk, het was niet persoonlijk bedoeld"

Op het proces over de terreuraanslagen van 13 november 2015 in Parijs hebben de beschuldigden kort even het woord gekregen om een verklaring af te leggen. Salah Abdeslam, de enige overlevende dader, noemde die aanslagen een vergelding voor de Franse bombardementen op terreurgroep IS in Syrië.

Een voor een mochten de 14 aanwezige beschuldigden aan het assisenhof in Parijs vertellen hoe ze terugkeken naar de feiten waarvoor ze terechtstaan. Salah Abdeslam kwam als laatste aan het woord, maar had het meeste te zeggen: "We hebben gevochten tegen Frankrijk, we hebben Frankrijk aangevallen, we hebben de burgers getroffen. Maar eerlijk: we hebben niks persoonlijks tegen die mensen. We viseerden Frankrijk", verklaarde de Fransman uit Sint-Jans-Molenbeek, die als enige dader niet omkwam bij de aanslagen.

En waarom ze dat deden? "We wilden dat Frankrijk dezelfde pijn voelde als wij. De Franse vliegtuigen maakten (bij hun bombardementen op terreurgroep IS in Syrië, red.) geen onderscheid tussen mannen, vrouwen en kinderen. Toen (toenmalig president) François Hollande besliste om aan te vallen, wist hij dat er Fransen zouden sterven door die beslissing."

Toen president Hollande besliste om tegen IS te vechten, wist hij dat er Fransen zouden sterven door zijn beslissing

Salah Abdeslam, terreurverdachte

"Ik weet dat wat ik zeg, kan choqueren. Ik wil niemand kwetsen, en het mes niet in de wonde ronddraaien. Ik wil alleen maar eerlijk zijn tegen mensen die een onmetelijk verdriet voelen", ging Abdeslam verder. "Men zegt vaak dat ik provoceer, maar ik wil eerlijk zijn en niet liegen tegen de mensen. Bedankt om naar mij te luisteren, ik heb niks toe te voegen."

Voor Abdeslam kwamen de andere beschuldigden aan het woord. Sommigen van hen benadrukten dat ze onschuldig waren: "Ik heb op geen enkel moment terreurdaden willen plegen", zei Hamza Attou, die Abdeslam na de aanslagen kwam ophalen in Parijs. Ook zijn reisgezel Mohamed Amri bleef erbij: "Men heeft mij de stempel van terrorist gegeven, maar ik ben geen terrorist." Yassine Atar, die geholpen zou hebben bij de voorbereidingen van de aanslagen, veroordeelde de aanslagen en wenste de slachtoffers veel sterkte toe. Hij nam ook afstand van zijn broer Oussama Atar, die de opdrachtgever voor de aanslagen zou zijn geweest. Ook Brusselaar Abdellah Chouaa zei dat hij gechoqueerd was door de aanslagen, en dat hij onschuldig was.

Mohamed Abrini, de "man met het hoedje", die zich had moeten opblazen op de luchthaven van Zaventem en ook actief betrokken zou zijn geweest bij de aanslagen in Parijs, gaf zijn betrokkenheid wél toe. "Ik erken mijn deelname aan de aanslagen. Maar zoals Yassine Atar zei, ben ook ik niet Oussama Atar. Ik ben niet de opdrachtgever of het brein van dit ongeluk dat Frankrijk getroffen heeft." Abrini beloofde dat hij zou meewerken met het proces. Die belofte kwam er ook van Ali Oulkadi. Muhammad Usman, die deel uitmaakte van de groep, maar nog voor de aanslagen werd opgepakt, zei dat hij blij was dat hij niet had deelgenomen.

De verklaring van vooral Abdeslam kwam hard binnen bij verschillende slachtoffers en hun nabestaanden die in de assisenzaal zaten. Sommigen begonnen te huilen, anderen zochten steun bij elkaar.

Meest gelezen