© VRT - 2010

Vijftig jaar geleden stal "Limburgse Robin Hood" schilderij van onschatbare waarde, waarna hij live naar de radio belde

Morgen is het dag op dag vijftig jaar geleden dat Mario Roymans – in de volksmond bekend als Tijl van Limburg – het peperdure schilderij “De Liefdesbrief” van Johannes Vermeer stal uit het Paleis voor Schone Kunsten. Als een ware Robin Hood eiste hij miljoenen euro’s losgeld om aan de straatarme bevolking van Bangladesh te schenken. Stijn Meuris, die in 2010 een documentaire over de kunstroof maakte, neemt ons een halve eeuw mee terug in de tijd en schetst hoe het de volksheld is vergaan.

Donderdag 23 september 1971. ‘Een man met een plan’ kon je hem niet noemen, maar een doel had de 21-jarige Mario Roymans wel voor ogen: het duurste schilderij van cultuurfestival Europalia in het Paleis voor Schone Kunsten mee naar huis nemen. Dat bleek “De Liefdesbrief” van Johannes Vermeer te zijn, een Nederlandse kunstschilder uit de Gouden Eeuw. “Het zeventiende-eeuws doek was verzekerd voor niet minder dan 200 miljoen Belgische frank (vandaag 5 miljoen euro, red.) en werd speciaal voor het festival door het Rijksmuseum in Amsterdam uitgeleend aan Brussel”, begint Stijn Meuris het opmerkelijke verhaal.

Roymans glipte naar binnen op de vernissage, verstopte zich in een bezemkast die uitkeek op het kunstwerk en timede zorgvuldig hoeveel minuten hij had om uit het vizier van de bewakers zijn slag te slaan. "In het holst van de nacht sloop hij naar buiten, maar zijn eerste poging mislukte: het schilderij was stevig verankerd aan de muur. De tijd drong en dus vond hij er niet beter op dan met een aardappelmesje het doek los te snijden uit de lijst.” Hij frommelde het kunstwerk achter zijn broekzak (hebben we al gezegd dat het om een stuk van onschatbare waarde ging) en gleed via de rioolpijp weer naar beneden. Met een taxi verdween hij in de nacht, richting thuisstad Tongeren. “Een verfilming waard”, vindt Meuris.

"Wilde alleen maar ellende de wereld uithelpen"

Het is in Nerem, een deelgemeente van Tongeren, dat jaren eerder het zaadje voor Roymans’ diefstal werd geplant. Hij groeide op in een ontworteld gezin en pendelde in zijn tienerjaren tussen Limburg en Spanje, waar zijn vader na het overlijden van zijn moeder bij de vleet appartementsblokken neerzette. Roymans voelde zich nergens of bij niemand thuis en had iets nodig waar hij zijn tanden in kon zetten, bij voorkeur iets dat inging tegen de gelddrift van zijn vader.

“En dan was daar in de zomer van 1971 “The concert for Bangladesh”, een evenement van George Harrison om fondsen te werven voor de vluchtelingen uit Oost-Pakistan, het huidige Bangladesh”, gaat Meuris verder. Voor het eerst werd Roymans geconfronteerd met harde beelden van armoede en oorlog. Hij begreep niet dat wij in zoveel luxe konden leven terwijl kinderen aan de andere kant van de wereld stierven van de honger.

Mario Roymans - in de volksmond bekend als "Tijl van Limburg"

Toen Roymans hoorde over het internationale kunstfestival, was 1 en 1 voor hem 2. “Bangladesh had geld nodig, in Brussel hingen – in zijn ogen – nutteloze en peperdure kunstwerken. Hij kende niets van kunst, noch was hij een crimineel. Het enige wat hem interesseerde, was ellende de wereld uithelpen.”

Van een koffer in het bos naar een kussensloop onder een matras

Aanvankelijk ging het Roymans voor de wind en wist hij “De Liefdesbrief” succesvol verborgen te houden. Eerst in een koffer begraven in een bos - tot het begon te regenen, vervolgens in een kussensloop onder de matras van zijn bed in hotel Soetewey in Heusden-Zolder, waar hij als kelner aan de slag was en verbleef. “Intussen was de kunstroof wereldnieuws geworden”, aldus Meuris. “Tot in Amerika toe sprak men schande over de inbraak. Bovendien was iedereen het erover eens: deze diefstal was door topgangsters met kennis van zaken uitgevoerd (lacht).”

Tijd voor de volgende stap: losgeld eisen via de media. “Roymans schreef een brief naar de toenmalige BRT waarin hij 200 miljoen Belgische frank eiste. Niet voor hemzelf, maar voor de vluchtelingen uit Oost-Pakistan.” Hij ondertekende de brief met “Tijl Uilenspiegel”. In belang van het onderzoek deed de openbare omroep niets met de brief, maar Roymans gaf niet op. Hij maakte onder meer zijn opwachting in het Radio 2-programma “Te bed of niet te bed” van Jos Ghysen en was te horen in diverse radiobulletins.

“Op dit punt werd hij overmoedig”, schetst Meuris. “In Roymans’ ogen was het glashelder: hij kreeg het geld voor Bangladesh, het museum kreeg “De Liefdesbrief” terug, maar zo werkte het natuurlijk niet.” Omdat reactie uitbleef, contacteerde Roymans uiteindelijk Le Soir-journalist Walter Schwilden. Aan de kerk van Kermt bij Hasselt spraken de twee af. Roymans blinddoekte de reporter en reed met hem naar de Bolderbergse bossen. In het licht van de koplampen toonde hij het gehavende schilderij en bewees hij dat hij het doek wel degelijk in handen had. De ochtend nadien kopte de krant voor het eerst over “Tijl van Limburg”. De Robin Hood van zijn generatie was geboren.

Roymans tijdens zijn rechtszaak in 1972.
BELGA/FILES

Mestgeur moest speurhonden te slim af zijn

Een telefoontje naar BRT op 6 oktober deed hem uiteindelijk de das om. “We tekenen 1971, dus van mobiele telefoons was toen geen sprake. Hij belde vanuit een hokje aan een tankstation in Kuringen naar Radio 2. De uitbaters luisterden mee en beseften wie zich in levende lijve in hun zaak bevond. De lijn was door Roymans bezet, en dus renden ze naar de buren om van daaruit de rijkswacht te alarmeren.” 

Luister hier naar het bewuste laatste telefoontje dat Roymans naar BRT pleegde, en lees verder onder het audiofragment:

Roymans ging er op zijn brommertje vandoor en verstopte zich in een mesthoop aan de Abdij van Herkenrode om speurhonden te slim af te zijn, maar dat mocht niet baten: de politie kon hem inrekenen en niet veel later werd het gestolen schilderij in zijn kamer gevonden. Het kunstwerk werd zorgvuldig gerestaureerd en hangt vandaag – beveiligd en wel – weer in het Amsterdamse Rijksmuseum.

"Gestorven van ellende"

Met Roymans zelf ging het na zijn arrestatie alleen maar bergaf. “Nochtans was de rechter mild en toonde hij begrip voor Roymans' naïviteit: hij kreeg 24 maanden cel, maar zat er slechts een aantal effectief in de gevangenis. Ook aan sympathie van het volk geen gebrek: mensen vonden hem tof en steunden zijn actie.” 

Maar Roymans sukkelde in een depressie en werd enkele jaren later meer dood dan levend in een veld gevonden. “Tot vandaag wordt er gespeculeerd over de doodsoorzaak”, besluit Meuris. “Vermoedelijk stierf hij niet aan zelfdoding, maar van ellende. Hij stak na zijn vrijlating niet onder stoelen of banken dat hij enorm teleurgesteld was dat hij niets had kunnen betekenen voor de mensen in Bangladesh.”

Beluister hier het volledige gesprek met Stijn Meuris uit "De Wereld Vandaag":

© VRT - 2010

Stijn Meuris’ documentaire “Tijl van Limburg, een wilde weldoener” is te bekijken op VRT NU.

Meest gelezen