21,3 miljoen euro: is de organisatie van het WK wielrennen een goede investering? 

Koersliefhebbers uit de hele wereld kunnen al de hele week kijken naar de wereldkampioenschappen wielrennen in Vlaanderen. Aan de organisatie van dit grote sportevenement hangt een prijskaartje van 21,3 miljoen euro. Dat wordt grotendeels betaald met belastinggeld: van de Vlaamse overheid, de vier gaststeden en de provincie Vlaams-Brabant. Tijd om eens te kijken waarom deze overheden zoveel geld in het WK pompen en of dit een goede investering is.

Waarom organiseert Vlaanderen het WK wielrennen?

Drie jaar geleden, tijdens het WK in Innsbruck, in Oostenrijk, werd bekendgemaakt dat Vlaanderen het WK wielrennen in 2021 zou organiseren. Vlaanderen had er een erezaak van gemaakt om de 100e verjaardagseditie naar Vlaanderen te halen. 

Maar waarom doet Vlaanderen dit? “Een heel belangrijke reden is dat Vlaanderen de bakermat is van het wielrennen en wij, Vlamingen, koesteren ons koerserfgoed”, zegt professor Wim Lagae, sporteconoom aan de KU Leuven en zelf ook een groot koersliefhebber. 

De Vlaamse regering ziet de organisatie van het WK wielrennen als een handig vehikel om promotie te maken voor Vlaanderen en zijn koerserfgoed. “Het wordt één grote reclamespot voor Vlaanderen als bakermat van de koers. Zo zetten we Vlaanderen toeristisch in de vitrine", zei Ben Weyts (N-VA), toen nog minister van Toerisme, nu minister van Sport, drie jaar geleden bij de toekenning.

Maar het is niet alleen een verhaal van toerisme en regio- en citymarketing, merkt professor Lagae op. “Toen vier jaar geleden de haalbaarheid onderzocht werd van de organisatie van het WK wielrennen in Vlaanderen, zag Sport Vlaanderen het WK wielrennen ook als een belangrijke gangmaker voor het fietsbeleid in Vlaanderen”. 

Dat benadrukt ook Gert Van Goolen, woordvoerder van de vzw WK 2021 die het WK organiseert. Die vzw is een samenwerking van de twee grote sportorganisatoren van het land - Golazo en Flanders Classics - die voor de organisatie van het WK de handen in elkaar hebben geslagen.

“Dit WK gaat natuurlijk om topsport, om koers, maar de overheden willen dit moment aangrijpen om het gebruik van de fiets in het dagelijkse leven en de fietsbereikbaarheid en - vriendelijkheid in Vlaanderen en de vier steden hard naar voor schuiven. Dat moet eigenlijk de belangrijkste erfenis zijn van dit WK.” 

“Vlaanderen zal de komende jaren verder werken aan de versnelling van de bouw van fietsinfrastructuur. Dat is de afgelopen jaren al gebeurd en moet de komende jaren nog meer gebeuren”, vertelt Van Goolen. “Over twee à drie jaar zouden we dit overal moeten zien in betere fietsverbindingen, waardoor het voor iedereen aangenamer en veiliger wordt om de fiets te nemen.”

Hoeveel kost het?

Drie jaar geleden werd geschat dat de organisatie van het WK in 2021 19 miljoen euro zou kosten. Na wat extra rekenwerk komt de organisatie nu op 21,3 miljoen euro kosten uit. “Dat is het totale budget waarmee wij werken”, zegt Gert Van Goolen. 

Waar gaat dit geld nu naartoe? “Om een WK te organiseren, moet je in de eerste plaats rechten betalen aan de UCI”, legt professor Lagae uit.  Dat is de grootste factuur: 6,8 miljoen euro “In ruil leveren wij heel wat infrastructuur. Wij voorzien de timing, de televisieproductie, in een contract met de EBU, ook de ganse rompslomp omtrent de accreditaties …”, zegt UCI-topman Peter Van den Abeele hierover. 

De rest van de organisatie is in handen van de vzw WK 2021. Samen zijn er 62 van hun medewerkers fulltime bezig met de organisatie en tijdens deze WK-week tijdelijk zelfs bijna 500. De organisatie staat o.a. in voor de logistieke operatie: overal de nodige accommodatie voorzien, hekwerk plaatsen, beveiliging inhuren, persruimtes inrichten…

Corona jaagt de organisatie op zo’n 125.000 euro onvoorziene kosten, voor de aankoop van CO2-meters, om een bedrijf in te huren dat de covidprotocollen in goede banen moet leiden. Daarnaast heeft de coronacrisis vele materialen fors duurder gemaakt, en verzekeringen zelfs dubbel zo duur.

Wie betaalt het?

Waar komt dit geld nu vandaan? “Aan de inkomstenkant betaalt de Vlaamse overheid een groot stuk: 13 miljoen euro”, legt Gert Van Goolen uit. “Onze vier gaststeden - Knokke-Heist, Brugge, Antwerpen en Leuven - investeren samen 2,89 miljoen euro. En de provincie Vlaams-Brabant investeert ook nog eens 400.000 euro.”

Alles opgeteld kom je aan zo’n 16,3 miljoen euro die de overheden samen investeren in de organisatie, niet genoeg dus om de 21,3 miljoen euro geschatte onkosten te betalen. “Dat betekent dat naast het stuk dat van de overheden komt, we het andere stuk nog budgettair hebben moeten dichtfietsen met commerciële partners, met inkomsten uit hoofdzakelijk hospitality (VIP-arrangementen) en nog een aantal randzaken zoals merchandising”, zegt Gert Van Goolen.

Is de organisatie van zo’n WK rendabel?

De organisatoren maken zich sterk dat ze op het einde van de rit break-even zullen draaien. Winst noch verlies dus. “Wij hebben berekend dat dit evenement op het einde van de rekening in principe budgetneutraal moeten zijn. De 21,3 miljoen inkomsten zouden de kosten moeten dekken”, zegt Gert Van Goolen. 

“We willen dit voor elkaar krijgen door de steun van onze diverse overheidspartners en door hard en goed te werken op het commerciële verhaal: partnerships en hospitality. Door de investeringen van bedrijven die zich willen linken aan een topevenement als dit, kan je erin slagen om het budget sluitend te maken.” 

Toenmalig minister van Sport Philippe Muyters (N-VA) rekende drie jaar geleden nog op zo’n 30 miljoen euro inkomsten. Maar het is lastig om op voorhand exact te berekenen wat de return zal zijn, merkt Gert Van Goolen op. “Temeer omdat er na de toekenning van het WK de coronacrisis is losgebarsten. Daardoor is het veel moeilijker geworden om alles te kunnen inschatten.” 

Ook professor Lagae zet vraagtekens bij dergelijke voorafspiegelingen. “In economische impactstudies die vooraf worden uitgevoerd, wordt berekend wat een stad of regio moet betalen en wat het de overheid en de handelaars opbrengt. Uit bijna al die studies blijkt dat een sportevenement organiseren geld opbrengt, voornamelijk voor de lokale economie en de horeca.”

Maar het is moeilijk om overal exacte bedragen op te plakken, zegt Lagae. Er wordt ook geen rekening gehouden met de negatieve effecten: cultuurtoeristen die op drukke dagen wegblijven uit steden, bedrijven die noodgedwongen moeten sluiten. Ook het feit dat het geld dat geïnvesteerd wordt in het evenement niet aan iets anders kan worden uitgegeven en dat het geld naar niet-lokale bedrijven wegvloeit (bijvoorbeeld evenementenbureaus) wordt niet verrekend.

In dit filmpje wikt en weegt professor Wim Lagae de rendabiliteit van sportevenementen:

Videospeler inladen...

Professor Lagae ziet wel een voordeel tegenover vorige wereldkampioenschappen. Vorige wk’s werden soms financiële fiasco’s - bijvoorbeeld het WK van 2014 in Ponferrada in Spanje en het WK van 2017 in Bergen, in Noorwegen - en veroorzaakten financiële putten bij de organiserende steden. Maar tijdens het WK in Vlaanderen worden de onkosten gespreid over de Vlaamse overheid, de vier gaststeden en de provincie Vlaams-Brabant. 

“De vier gaststeden hadden de ambitie om een directe economische impact te krijgen door tijdens het WK vele bezoekers over de vloer te krijgen en achteraf ook nog toeristen aan te trekken. Door de gezamenlijke kandidatuur hebben ze het voordeel dat Vlaanderen de motor is en dat de vier steden mee in het zog kunnen surfen van Vlaanderen.” 

Maar Lagae ziet ook een gevaar. “De bedreiging is dat het natraject niet goed verzorgd of verwaarloosd wordt. Vlaanderen en de vier gaststeden moeten zich bewust blijven van de zware investering die gedaan is en die zich nadien ook moet blijven terugverdienen. Tot er een nieuw WK in Vlaanderen georganiseerd wordt, moet je de merknaam Flanders 2021 zo lang mogelijk in leven houden.” 

In #Steljevraag ging Sporza-collega Ruben Van Gucht gisteren ook in op de rendabiliteit van het WK:

Videospeler inladen...