Waarom het niet zo simpel is om te snijden in de wedde van afwezige parlementsleden

Door de verontwaardiging in de zaak-Sihame el Kaouakibi heeft het Vlaams Parlement beslist dat parlementariërs geen onkostenvergoeding meer krijgen als ze 30 dagen onafgebroken afwezig zijn door ziekte. Verder snijden in de parlementaire wedde bleek niet meteen mogelijk te zijn. Het is ook niet wenselijk, zo waarschuwen experten. “Het is een impopulaire mening, maar het zou een heel gevaarlijke evolutie zijn als als je begint parlementsleden te behandelen als werknemers”, zegt professor Bart Maddens.

Politici worden in de volksmond al snel als zakkenvullers bestempeld. De zaak rond Vlaams parlementslid Sihame el Kaouakibi heeft de publieke opinie op dat vlak geen deugd gedaan. Sinds de voormalige Open VLD-politica begin dit jaar in opspraak kwam, omdat ze verdacht wordt van subsidiefraude, is ze afwezig wegens ziekte. 

Ondanks haar afwezigheid, bleef El Kaouakibi de afgelopen maanden wel haar volledige vergoedingen als parlementslid ontvangen. In het statuut van parlementsleden staat immers dat zij, ook bij afwezigheid door ziekte, recht blijven hebben op hun volledige parlementaire wedde. Parlementsleden zijn immers geen werknemers en het bleek daarom juridisch niet mogelijk te zijn om een controlearts langs te sturen.

Mede onder druk van de publieke opinie en de berichtgeving in de media, werd in het Vlaams Parlement onderzocht wat hieraan gedaan kon worden. Uiteindelijk heeft het Vlaams Parlement beslist dat parlementsleden na 30 dagen onafgebroken afwezigheid hun onkostenvergoeding verliezen. 

Die belastingvrije vergoeding bedraagt bijna 40 procent van hun volledige vergoeding van gemiddeld zo’n 5.700 euro netto. Door deze nieuwe regeling zullen parlementsleden na 30 dagen ziekte terugvallen op een vergoeding van gemiddeld zo’n 3.500 euro, zo’n 60 procent van hun totale wedde. De nieuwe regeling gaat al meteen vanaf 1 oktober in.

Vlaams Parlementsvoorzitter Liesbeth Homans legde gisteravond in “De afspraak” uit welke vergoedingen parlementsleden krijgen:

Videospeler inladen...

Vlaams Parlementsvoorzitter Liesbeth Homans (N-VA) erkende gisteravond, in “De afspraak”  dat parlementsleden “behoorlijk hun boterham verdienen”. Ze wees er tussen neus en lippen  op dat alle vergoedingen die parlementsleden krijgen overigens gedetailleerd op de website van het Vlaams Parlement staan.  

Tegelijk wees Homans erop dat het statuut van een parlementslid verankerd zit in federale wetgeving en dus niet aangepast kan worden door het Vlaamse niveau. 

Het statuut van een parlementslid is ook niet hetzelfde als dat van een werknemer benadrukt Homans. “Je mag geen appels met peren vergelijken, want bij die vergelijking worden altijd de voordelen van parlementsleden eruit genomen én de nadelen van werknemers. Maar wij hebben bijvoorbeeld geen verzekering gewaarborgd inkomen, wij kunnen ook niet terugvallen op de mutualiteiten of invaliditeit. Als wij ziek zijn kunnen wij geen uitkering krijgen als we ziek zijn.”

“Om de vijf jaar moeten wij naar de stembus gaan en kijken of je (her)verkozen wordt. Als politicus heb je ook een bepaald etiket, het is niet zo simpel om daarna naar de arbeidsmarkt te gaan”, aldus Homans. 

Onderzoek wijst uit dat het verloop van parlementsleden in Vlaanderen steeds groter wordt, waardoor het voor vele politici realiteit wordt dat ze eerder vroeg dan laat weer gewoon werk moeten gaan zoeken, als ze niet opnieuw verkozen worden.

Campagnegeld?

Wetstraatjournalist Bart Brinckman schreef vandaag in de krant De Standaard dat de onkostenvergoedingen van parlementsleden worden opgespaard om de eigen verkiezingscampagne te financieren. “Wie het ongeluk heeft om langdurig ziek te worden, verliest veel budget”, zo schreef hij.

Maar dat wordt grotendeels tegengesproken door professor politicologie Bart Maddens (KU Leuven). Uit onderzoek van Maddens en enkele collega’s blijkt dat individuele verkiezingscampagnes van kandidaten gemiddeld voor 86 procent gefinancierd worden door hun partij. Wel is het zo dat parlementsleden een deel van hun parlementaire wedde afstaan aan hun partij.

Geen werknemer

Eerder dan praktische bezwaren heeft Maddens principiële bezwaren tegen het ondoordacht snijden in de vergoedingen van parlementsleden. “Het jammerlijke aan het huidige debat is dat parlementsleden over dezelfde kam geschoren worden als gewone werknemers. Dat klinkt ook logisch, maar dat is het niet.”

De professor wijst erop dat parlementsleden een speciaal statuut hebben, dat bedoeld is om hun positie zoveel mogelijk te beschermen. “Ze worden aangeduid door de kiezer, om hen te vertegenwoordigen. Na de verkiezingen worden ze vrijgesteld gedurende vijf jaar, zodat ze niet elders moeten werken.” 

Daarom moeten hun vergoedingen volgens Maddens ook niet gezien worden als een loon, zoals bij gewone werknemers. “Parlementsleden worden betaald om onafhankelijk te kunnen werken en niet zoals gewone werknemers, die verantwoording moeten afleggen aan hun werkgever.”

Als parlementsleden het vertrouwen van de kiezer beschamen, kan de kiezer hen afstraffen bij de volgende verkiezingen.
Professor Bart Maddens (KU Leuven)

“Het is de kiezer die hen bij de verkiezingen het vertrouwen geeft en als dat beschaamd wordt, bijvoorbeeld door weg te blijven in het parlement, dan kan de kiezer hen afstraffen bij de volgende verkiezingen. Dat is het basisprincipe.” 

“Als je begint parlementsleden te behandelen als werknemers, opent dat de deur naar misbruik, waarbij arbitrair wordt ingegrepen in de samenstelling van het parlement. Het is een impopulaire mening, maar het zou een heel gevaarlijke evolutie zijn als als je parlementsleden begint te behandelen als werknemers.” 

Tegelijk vindt professor Maddens het wel goed dat er eerder in het Vlaams Parlement gesneden is in de riante pensioenen en uittredingsvergoedingen voor parlementsleden. Het mag geen Win For Life worden, maar je moet er wel voor zorgen dat ze onafhankelijk hun werk kunnen doen”, besluit hij.

Ondoordacht

Ook professor Ria Janvier van de universiteit van Antwerpen wijst erop dat parlementsleden geen werknemers zijn. Toen Vooruit-voorzitter Conner Rousseau opperde dat zieke parlementsleden moesten terugvallen op 60 procent van hun loon, keek Janvier door haar bril als professor sociale zekerheid en ambtenarenrecht naar de zaak.

Janvier waarschuwde in het Radio 1-programma “De wereld vandaag” voor ondoordachte ingrepen, op basis van één individueel geval van mogelijk misbruik:

Meest gelezen