Ruim 500 euro duurder dan de Brusselaars: Vlaamse middenklassengezinnen in energiearmoede  zwak beschermd

Middenklassengezinnen die voor de energiefactuur geen recht hebben op een sociaal tarief, komen bij betalingsproblemen terecht bij de zogenoemde sociale leveranciers. Een wurgend systeem: voor elektriciteit zijn de facturen tientallen procenten duurder dan in Brussel en Wallonië. Mogelijk zijn die facturen de duurste van Europa. Bovendien zijn er grote onderlinge verschillen. Als je in het verkeerde dorp woont, betaal je bijna 20 procent meer dan in je buurgemeente.

Als gezinnen in ons land hun energiefacturen niet meer kunnen betalen, worden ze grosso modo op twee manieren opgevangen. Ofwel kunnen ze een beroep doen op het sociaal tarief, ofwel vallen ze terug op de zogenoemde sociale leverancier. Het is vooral het inkomen dat bepaalt in welk systeem de gezinnen terechtkomen.

"200 euro verschil op de factuur in eenzelfde straat, wie kan dat begrijpen?", zegt Stefan Goemaere, expert energiearmoede van de vzw Samenlevingsopbouw:

Videospeler inladen...

Sociaal tarief?

Huishoudens met een beperkt inkomen (ruwweg minder dan 20.000 euro bruto per jaar), die het moeten stellen met een leefloon, als gehandicapte of gepensioneerde aanvullende tegemoetkomingen nodig hebben of als zieke recht hebben op verhoogde tegemoetkomingen krijgen het sociaal tarief. Je betaalt dan automatisch de goedkoopste marktprijs voor je elektriciteit en gas én je betaalt ook de goedkoopste netkosten. 

Voor elektriciteit betekent dat al gauw 27 procent minder dan een gemiddeld commercieel contract, voor gas gaat er maar liefst 64 procent af. Een eenvoudige én billijke regeling: alle minderbedeelden in België krijgen hetzelfde tarief, of ze nu in Oostende aan de kust wonen, of in Aarlen in de diepe Ardennen. De stijging van het sociaal tarief is ook geplafonneerd: voor elektriciteit mag het maximaal 20 procent per jaar stijgen, voor gas is dat  25 procent.

Momenteel kunnen zowat 900.000 Belgische gezinnen gebruikmaken van dat sociaal tarief, een stevige buffer tegen de oprukkende energiearmoede. Een gemiddeld gezin met 3.500 kWh jaarverbruik en een enkelvoudige meter betaalt momenteel 796,01 euro, alles inbegrepen. Dat is honderden euro's goedkoper dan de gemiddelde commerciële prijs.

Of sociale leverancier?

Maar wat met de circa 4 miljoen andere Belgische huishoudens die geen beroep kunnen doen op het sociaal tarief? Wat als je net boven de grens van de 20.000 euro bruto-inkomsten zit en in betalingsproblemen komt voor gas of elektriciteit? Wat wanneer geen enkele commerciële leverancier je nog wil?

Je wordt dan uiteindelijk "gedropt' bij de distributienetbeheerder. Die neemt de levering van je stroom en gas over en rekent je daarvoor ook een wettelijk bepaald tarief aan. De netbeheerder wordt je "sociale leverancier"

Elke drie maanden leggen de distributienetbeheerders de tarieven vast op basis van instructies van de federale energieregulator de CREG. Opvallend: die zijn in Vlaanderen hoger dan wat je  bij de goedkoopste commerciële energieleveranciers betaalt. De verschillen lopen makkelijk op tot meer dan 12 procent, of 120 euro per jaar.

Onze sociale leveranciers zijn makkelijk 12 procent duurder dan de goedkoopste commerciële leverancier

"Het is zeker niet het duurste tarief, maar bewust ook niet het goedkoopste", zegt woordvoerder Björn Verdoodt van Fluvius. "De overheid wil mensen eigenlijk aanmoedigen om hun schulden zo snel mogelijk af te betalen. Daarom wordt er ook gesproken over een ontradingstarief."

Een sociale leverancier die de mensen moet afschrikken

Door bewust niet het goedkoopste tarief aan te bieden, willen onze overheden de getroffen gezinnen zoveel mogelijk financiële discipline bijbrengen en ze zo snel mogelijk terugsturen naar de commerciële markt. Daar vallen immers betere deals te rapen. Als je er tenminste maar de moeite voor wil doen.

Het is eigenlijk een les in het goed leren beheren van het gezinsbudget. Tot voor een paar jaar rekenden de distributienetnetbeheerders zelfs het duurste tarief op de markt door. Dat waren bijna wurgcontracten.

Dat is intussen bijgesteld. Maar dat dit geen liefdadigheidstarief is, blijkt vooral uit de aanrekeningen voor de elektriciteit. Het gemiddelde tarief van de Vlaamse sociale leverancier is een flink stuk duurder dan de standaardtarieven in de ons omringende landen. Op de kaart van Europa kleurt Vlaanderen donkerrood.

Momenteel betaalt een gemiddeld Nederlands gezin met een enkelvoudige meter en een jaarverbruik van 3.500 kWh elektriciteit 657,72  euro aan zijn leverancier. Bij een gemiddelde Vlaamse sociale leverancier zou datzelfde Nederlandse gezin 1.168,44 euro moeten betalen. Dat is maar liefst 511,44 euro meer, of bijna 73 procent extra.

Niet alleen met Nederland is het verschil groot. Een Vlaams middenklassengezin dat in de energiearmoede sukkelt en een beroep moet doen op zijn sociale leverancier, betaalt bijna 60 procent meer dan het Franse standaard "Tarif Bleu" en ruim de helft meer dan de gemiddelde commerciële contracten in het Groothertogdom Luxemburg.

De Vlaamse sociale leveranciers zijn voor hun elektriciteit mogelijk de duurste van Europa, 7 procent duurder dan de al peperdure Duitsers

Uit de vergelijking blijkt dat het gemiddelde tarief van de sociale leveranciers zelfs ruim 7 procent duurder is dan het Duitse "Grundversorgungstarif": dat is het standaardtarief waar je in Duitsland automatisch bij terechtkomt als je niet actief naar een commerciële leverancier op zoek gaat. Het is meestal de grootste leverancier van een bepaalde regio die dat tarief aanbiedt. Het Grundversorgungstarif is nooit het goedkoopste op de markt. 

Het gemiddelde tarief van de Vlaamse sociale leveranciers is dus zelfs hoger dan het doorsnee standaardtarief in Duitsland, het land dat de duurste stroomprijzen van Europa hanteert. Waarschijnlijk rekenen onze sociale leveranciers voor hun elektriciteit de duurste tarieven van Europa aan.

Een sociale leverancier die de mensen ongelijk behandelt

Het is u misschien opgevallen dat we het voortdurend hebben over het "gemiddelde" tarief van de netbeheerders. Daar is een reden voor. In tegenstelling tot het sociaal tarief voor de lage inkomens is er niet één ontradingstarief in Vlaanderen. Er zijn er maar liefst tien.

Tussen het duurste en goedkoopste ontradingstarief gaapt een kloof van maar liefst 240 euro of ruim 22 procent. Uit ons onderzoek blijkt dat dit verschil eigenlijk geen objectieve grond heeft. Het heeft niets te maken met de financiële situatie waarin de betrokken gezinnen zich bevinden. Het heeft niets te maken met sociale achteruitstelling, met gelijkekansenbeleid of wat dan ook.

Tussen het duurste en het goedkoopste ontradingstarief in Vlaanderen gaapt een kloof van maar liefst 240 euro

Ook het vaak gebruikte argument dat dit te wijten zou zijn aan verschil tussen het platteland of de stad gaat niet langer op. Het heeft ook niets te maken met het onderscheid tussen achtergestelde buurten of welvarende residentiële wijken. Het is eigenlijk een systeem geworden van totale willekeur.

Het hangt namelijk gewoon af van de gemeente waar u woont, meer bepaald van de intercommunale waartoe die gemeente behoort. Die intercommunales zijn historische, los gegroeide samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. Geografisch gegroepeerd in grofweg tien clusters, die al jarenlang hun eigen weg gaan. Die eigen weg uit zich onder meer in verschillende tarieven die de intercommunales aan hun inwoners aanrekenen voor het gebruik van hun elektriciteits- en gasnetwerken. Tarieven die tientallen procenten uit mekaar kunnen lopen en ook onverkort worden doorgerekend aan middenklassengezinnen die in energiearmoede zijn geraakt. 

Die verschillen worden nogal eens toegewezen aan de investeringen die de intercommunales moeten doen. In landelijke, dunbevolkte gebieden (zoals de West-Vlaamse polders bijvoorbeeld), moeten vaak tientallen kilometers kabels en leidingen worden gelegd waarop weinig afnemers zitten.

Dan duikt het klassieke beeld op van een verlaten landweg met elektriciteitskabels aan de verlichtingspalen en met amper één aftakking naar één grote eenzame boerderij. De intercommunale moet dan heel veel geld investeren in weinig klanten, luidt het. Dus moet ze die klanten noodgedwongen ook hogere tarieven aanrekenen. 

Een sociale leverancier met amper verklaarbare tariefverschillen

Maar de kaart van Vlaanderen toont aan dat er toch wat schort aan die redenering. Ze ziet eruit als een slordig canvas waarop de tien verschillende tarieven bijna willekeurig lijken uitgesmeerd, zonder veel logica.

Zoek op de kaart hieronder op hoeveel u in uw gemeente zou betalen bij uw sociale energieleverancier:

De quasi-willekeur komt duidelijk naar boven in het polderstadje Veurne bijvoorbeeld en zijn buur Diksmuide. Met een bevolkingsdichtheid van 125 inwoners/km² zou volgens de logica hierboven Veurne dus goedkopere tarieven moeten hebben dan zijn buur Diksmuide, want Diksmuide is minder dichtbevolkt (111 inwoners/km²) en groter in oppervlakte: minder klanten op de kabels dus. Toch betalen middenklassengezinnen in energiearmoede in Veurne aan hun sociale leverancier meer dan hun buren in Diksmuide:  ruim 200 euro meer om precies te zijn.

In West-Vlaanderen ligt namelijk de duurste intercommunale (Gaselwest) van Vlaanderen vlak naast de op één na goedkoopste (Fluvius West). En Veurne wordt bediend door het peperdure Gaselwest, terwijl het veel grotere en minder bevolkte Diksmuide wordt bediend door het goedkope Fluvius West.

Even verderop in Zuid-West-Vlaanderen, dezelfde toestand. In de Bissegemstraat in Kortrijk betalen gezinnen in energiearmoede 200 euro meer dan de overburen in dezelfde Bissegemestraat vlak over de grens in Wevelgem. Kortrijk zit bij Gaselwest. Wevelgem bij Fluvius West.

Een Kortrijks middenklassengezin in energiearmoede betaalt 200 euro meer dan de Wevelgemse buren 

En het wemelt nog van andere ongerijmdheden. Waarom betaalt een gezin in nood in Nieuwpoort 200 euro meer aan zijn sociale leverancier dan in buurgemeente Middelkerke? Waarom is Zelzate de enige groene stip in het voor de rest rood kleurende Oost-Vlaanderen? Waarom betalen alle buren van de Zelzatenaren bijna 65 euro meer aan hun sociale energieleverancier? 

Waarom kleuren bijna alle gemeenten in de Antwerpse Noorderkempen donkerbruin met zeer dure jaarcontracten van 1.234 euro, terwijl de buren in de Limburgse Kempen bijna 200 euro minder betalen? Waarom ligt er in de donkerbruine Antwerpse Kempen één groen lichtpunt, Vosselaar, waar kwetsbare gezinnen 135 euro minder betalen dan hun lotgenoten in de buurgemeenten? Kunnen die andere gemeenten dan ook geen goedkoper tarief aanrekenen?

Grote verschillen, maar als je in ons land over de gewestgrenzen gaat kijken, worden de contrasten nog groter. Het Brusselse en Waalse gewest vangen middenklassengezinnen die gedropt zijn door hun energieleverancier namelijk op een heel andere manier op dan de Vlamingen.

Een Vlaming uit de rand betaalt bij zijn sociale leverancier jaarlijks 412 euro meer dan een Brusselse Vlaming

Brussel heeft voor middenklassegezinnen die in schuldbemiddeling zitten ziin eigen 'regionaal sociaal tarief'. Gezinnen met een inkomen van minder dan 20.000 euro (die dus recht hebben op het goedkoopste federale sociale tarief) en de gezinnen boven die inkomensgrens die in betalingsmoeilijkheden geraken worden gewoon gelijk behandeld. De Brusselse sociale leverancier Sibelga rekent iedereen hetzelfde goedkope sociale tarief aan. Sibelga en het gewest passen het verschil met het door de CREG vastgelegde ontradingstarief bij uit eigen middelen. Carine Stassen van de Brusselse energieregulator Brugel: "We houden er gewoon een andere filosofie op na dan de Vlamingen: zij kijken meer naar de commerciële markt. Wij doen dat minder." Let wel: er zijn nog altijd gedropte klanten die wel op een ontradingstarief, zitten. Maar dus geen enkel gezin in een schuldbemiddelingstraject. Bijna 3300 Brusselse gezinnen zouden volgens de CREG zo extra opgevangen worden.

Een Brusselse Vlaming die in energiearmoede raakt betaalt daardoor voor zijn stroom op jaarbasis 796,01 euro. Een "Vlaamse Vlaming", net over de gewestgrens in de randgemeenten Wemmel, Grimbergen, Vilvoorde of Machelen betaalt maar liefst 412 euro meer.

Walen pakken het grotendeels hetzelfde aan als de Brusselaars. De elf Waalse distributienetbeheerders hanteren allemaal dezelfde bodemprijs voor middenklassengezinnen in energiearmoede: 798,64 euro (zijnde het sociaal tarief, plus een kleine aansluitingsvergoeding). Het contrast met Vlaanderen is enorm. 

De West- en Oost-Vlaamse gemeenten van Gaselwest die aan Wallonië grenzen doen hun gezinnen in energiearmoede maar liefst ruim 500 euro op jaarbasis meer betalen dan hun Waalse buurgemeenten, dat is ruim 62 procent meer.

Als we echt over de landsgrenzen gaan kijken, wordt de kloof wel heel groot. In Kalmthout, Wuustwezel, Hoogstraten, Baarle-Hertog, Turnhout, Ravels; Arendonk, Mol...  betalen middenklassengezinnen in energiearmoede voor hun stroom maar liefst 558 euro meer dan hun Nederlandse buren. Dat is 82 procent duurder.

Aan de andere kant van het land moeten de West-Vlaamse gezinnen die moeten aankloppen bij Gaselwest als sociale energieleverancier vaststellen dat hun buren in Frans-Vlaanderen, vlak over de grens, ruim 550 euro of 77 procent goedkoper af zijn. 

Een sociale leverancier die niet in toom te houden is

Er is nog een derde element dat het Vlaamse ontradingstarief van de sociale leveranciers onderscheidt van het federale sociale tarief. Dat ontradingstarief is niet geplafonneerd: het kan onbeperkt stijgen. En het doet dat ook. Voor elektriciteit steeg het ontradingstarief tussen oktober vorig jaar en nu met 16 procent. Voor gas was dat maar liefst met 55 procent.

Vooral met het gas dreigt het de slechte kant uit te gaan. De gastarieven van de sociale leveranciers zijn nu nog onder controle: goedkoper dan in de meeste buurlanden én zelfs goedkoper dan de beste commerciële deals op de markt. Ondanks de stijging van 55 procent. Maar die stijging is nog niet ten einde. 

De huidige prijs is door de CREG voor drie maanden vastgeklikt op basis van de prijzen van juli, augustus en september. Maar dat zijn zomermaanden. De gasprijzen liggen dan sowieso lager dan in de winter. Bovendien was er in de zomer nog lang geen explosieve stijging van de gasprijzen zoals we die nu kennen.

Bij de volgende aanpassing in januari worden die peperdure wintermaanden en torenhoge prijspieken wél verrekend.  Armoedeverenigingen vrezen dat de gas- en stroomprijzen dan explosief gaan stijgen. Er is niets dat die stijgingen kan tegenhouden: plafonds bestaan er immers niet.

De gastarieven zijn op één jaar tijd met 55 procent gestegen. In januari komt er zo goed als zeker een nieuwe prijsexplosie

De hoge tarieven, de amper verklaarbare verschillen tussen de gemeenten, de ongelimiteerde plafonds, het zijn elementen die armoedeorganisaties al langer zorgen baren. Al jarenlang klagen ze de niet meer te rechtvaardigen tariefverschillen tussen de verschillende netbeheerders en het dure systeem aan.  

Ook de Vlaamse energieregulator (VREG) ging er in zijn sociaal rapport van mei jongstleden op in. Volgens de VREG  belandden in 2020 in totaal bijna 62.000 gezinnen bij de netbeheerders met een ontradingstarief voor elektriciteit. Voor gas waren dat er zo'n 45.000. Dat waren er minder dan de jaren voorheen. Maar de VREG wees erop dat 2020 een uitzonderlijk jaar was: vele gezinnen werden extra gespaard door de coronamaatregelen, de plaatsing van budgetmeters liep door de lockdown vertragingen op en in 2020 waren de energieprijzen uitzonderlijk laag. Er was lang geen sprake van prijsexplosie zoals we die nu kennen.  

De torenhoge heffingen en taksen maken de stroomtarieven van de sociale leveranciers heel duur

Vooral de elektriciteitsprijzen baarden de VREG toen zorgen. Die waren in vergelijking met onze buurlanden toen al verontrustend hoog. De belangrijkste reden volgens de VREG: de torenhoge taksen en heffingen voor allerlei openbaredienstverplichtingen die onze elektriciteitsfacturen heel duur maken.

De situatie is er sindsdien zeker niet op verbeterd: in oktober 2020 was maar één van de tien sociale leveranciers duurder dan de Duitsers. Nu zijn er dat al negen. En het verschil is opgelopen van 1,3 procent naar ruim 7 procent. 

De VREG toonde zich in mei ook amper bezorgd over de gasfacturen. Zelfs zonder milderende sociale maatregelen zaten onze gasfacturen nog goed. Mogelijk wordt dat volgend jaar helemaal anders.

Het is zo goed als zeker dat er veel meer gezinnen een beroep zullen moeten doen op de sociale leveranciers. Ondanks de almaar somber wordende ontradingstarieven. Die in januari nog somberder dreigen te worden, want er is momenteel geen enkel wettelijk middel om de steigerende tarieven in toom te houden.

Meest gelezen