Europees Geneesmiddelenbureau keurt derde Pfizer-prik voor alle volwassenen goed, maar landen moeten zelf beslissen

Het coronavaccin van Pfizer/BioNTech kan worden gebruikt om het brede publiek een boosterprik te geven, als dit door de overheid nodig wordt geacht. Dat laat het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) weten.

Uit de gegevens van de Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) blijkt dat het aantal antilichamen bij de 18- tot 55-jarigen wordt verhoogd wanneer er ongeveer zes maanden na de tweede dosis van het Pfizer-vaccin Comirnaty een nieuwe prik wordt toegediend. 

"Boosterdoses van Comirnaty kunnen minstens zes maanden na de tweede dosis overwogen worden voor mensen van 18 jaar en ouder", zo luidt de conclusie van het EMA. Het is aan de gezondheidsinstellingen op nationaal niveau om af te wegen of zo'n boostervaccin in hun land noodzakelijk is.  

Bij afweerstoornissen

Daarnaast kan het coronavaccin van Pfizer/BioNTech net als dat van Moderna gebruikt worden om mensen met een ernstige afweerstoornis een extra prik te geven. Dat moet minstens 28 dagen na de tweede prik gebeuren. 

"Hoewel er geen direct bewijs is dat het vermogen om antilichamen te produceren bij deze patiënten beschermt tegen COVID-19, wordt verwacht dat de extra dosis de bescherming bij ten minste sommige patiënten zal verhogen", zegt het EMA. Of Spikevax, het vaccin van Moderna, ook gebruikt kan worden voor een derde prik bij alle volwassenen, wordt nog verder onderzocht.

In België hadden de ministers van Volksgezondheid een tiental dagen geleden al beslist dat alle 65-plussers een bijkomend vaccin kunnen krijgen. Eerder was ook al beslist om personen met een verlaagde immuniteit en bewoners van woonzorgcentra extra te vaccineren met een vaccin van producenten Pfizer of Moderna.

Meest gelezen