S.Piyaset

Waar gaat het momenteel naartoe met ons klimaat? Een overzicht in negen sprekende grafieken

Met wat momenteel op tafel ligt aan klimaatplannen- en beloftes, stevenen we af op een opwarming van ongeveer 2,5 graden tegen het einde van de eeuw. Wat betekent dat voor de wereld, en wat voor België, waar de opwarming in Ukkel momenteel zelfs al aan 2,6 graden zit? In negen sprekende grafieken schetsen we wat er op het spel staat tijdens de  heel belangrijke klimaatconferentie in Glasgow. "Het wordt erop of eronder voor het doel van anderhalve graad, maar er is werk: ze zitten eigenlijk met een dubbele tweede zit", schetst klimaatwetenschapper Wim Thiery. 

Op de 26e VN-klimaatconferentie in Glasgow bespreken staatshoofden en regeringsleiders van zowat 200 landen hoe ze de uitstoot van broeikasgassen - door het verbranden van fossiele brandstoffen zoals olie, steenkool en gas - kunnen verminderen om zo naar meer ambitieuze klimaatdoelstellingen te evolueren. Dat is nodig nu het klimaat steeds sneller opwarmt en we steeds verder afdwalen van het klimaatakkoord van Parijs - de opwarming van de planeet "ruim onder de 2 graden houden en liefst op anderhalve graad". Daarom is deze klimaatconferentie ook zo belangrijk, na de mislukking twee jaar geleden in Madrid en het uitstel door corona vorig jaar.  

Het gaat over wat elk land apart aan inspanningen doet, maar ook over koolstofmarkten - een internationaal mechanisme waarbij landen  die te veel uitstoten uitstootrechten kunnen kopen bij andere landen die nog overschot hebben in hun uitstoot. En het zal ook gaan over geld van de rijke landen voor de armere landen en ontwikkelingslanden, zodat die de gevolgen van de klimaatverandering beter kunnen opvangen. 

Wim Thiery, klimaatwetenschapper aan de VUB, schetst wat er op het spel staat in Glasgow: "We gaan nu naar 2,5 graden Celsius opwarming, en dat betekent nog meer hittegolven, droogtes, overstromingen en andere extreme weerfenomen die we liever vermijden."

Videospeler inladen...

Op welk klimaatscenario stevenen we momenteel af?

Het klimaatpanel van de VN, het IPCC, heeft in zijn nieuwste rapport verschillende scenario's uitgetekend voor de klimaatopwarming afhankelijk van onze uitstoot van broeikasgassen. Het is aan de staats- en regeringsleiders in Glasgow om te beslissen waar de wereld zal landen. Halen we nog het klimaatakkoord van Parijs? Het wordt moeilijker en moeilijker, maar het kan voorlopig nog altijd.

Klimaatexpert Jean-Pascal Van Ypersele zegt daarover: "Het ligt allemaal in onze handen." Een optimist ziet daar goed nieuws in, een pessimist vindt die zin net onheilspellend. Want ondanks de beloftes in Parijs, in 2015, is de uitstoot van broeikasgassen gewoon blijven stijgen. Anderzijds zijn de nieuwe technieken om los te komen van fossiele brandstoffen beschikbaar, op papier kan het dus nog altijd. 

Het IPCC geeft enkel aan wat mogelijke scenario's zijn: het zegt niet hetwelk het meest realistisch is of waar we momenteel op afstevenen. Dat doet Climate Action Tracker (CAT) wel. CAT is een onafhankelijke groep van internationale experts die al jarenlang opvolgt wat belangrijke landen wereldwijd effectief doen om hun uitstoot te beperken, en waar we op afstevenen met hun plannen. 

Volgens hun berekeningen zouden we, met wat enkele weken voor de start van de klimaatconferentie op tafel lag, uitkomen op 2,4 graden extra op het einde van de eeuw. Dat is te zien aan de oranje curve van onderstaande grafiek, die het effect van de huidige klimaatplannen en -doelen weergeeft. VN-baas Antonio Guterres waarschuwde zelfs voor een opwarming van 2,7 graden, maar de VN verrekende nog niet alle langetermijnbeloftes voor klimaatneutraliteit in 2050. Experts beschouwen de drempel van 2 graden extra als desastreus voor mens en dier. 

Waar de zwarte lijn stopt, begint de toekomst. Als we blijven verder doen zoals we nu bezig zijn, belanden we in de rode zone bovenaan. Als we onze huidige klimaatbeloftes effectief zouden uitvoeren, zouden we op 2,4 graden of iets minder uitkomen, afhankelijk van hoeveel van de langetermijnbeloftes voor 2050 al worden verrekend. Het moet dus nog veel beter, omdat we liefst in een van de groene scenario’s uitkomen.

Glasgow wordt erop of eronder voor die anderhalve graad

Wim Thiery, klimaatwetenschapper

Eén ding is zeker: de doelstelling om maximaal anderhalve graad opwarming te halen, wordt steeds moeilijker. Eigenlijk wordt Glasgow daarvoor als de allerlaatste kans beschouwd. Wim Thiery, klimaatwetenschapper aan de VUB, zegt het zo: "Glasgow wordt een make-or-break-moment voor die anderhalve graad." Erop of eronder dus. 

Maar als er geen voldoende sterk akkoord uit komt, betekent dit niet dat we het zouden moeten opgeven, voegt Thiery er meteen aan toe: "De wereld is niet verloren na die anderhalve graad, natuurlijk. 1,6 of 1,7 graden kan dan ook nog." Experts blijven het onderstrepen: elk tiende van een graad telt en kan een groot verschil maken." 

Waarom we zo dicht staan bij die anderhalve graad opwarming, is eigenlijk gewoon wiskunde. Het IPCC heeft berekend wat we maximaal nog mogen uitstoten aan CO₂ vooraleer de wereld een bepaald aantal tienden van een graad opwarmt. Dat heet het koolstofbudget. Begin 2020 hadden we nog 400 gigaton over voor die anderhalve graad, maar we stoten ongeveer 40 miljard ton uit per jaar momenteel.

Waarom is een sterke uitkomst nodig in Glasgow?

De beloftes op de langere termijn (richting 2050) zitten goed, met grote economieën zoals de VS, Japan, Zuid-Korea, en de EU als geheel die klimaatneutraal willen zijn tegen 2050. Het probleem zit vooral in de korte termijn tussen nu en 2030, die door wetenschappers cruciaal wordt genoemd voor de verdere opwarming tijdens de rest van deze eeuw. 

Enerzijds blijken de destijds gemaakte klimaatbeloftes onvoldoende omdat het klimaat sneller opwarmt dan verwacht, anderzijds komen de landen ook te kort in het halen van hun eigen klimaatdoelen. 

De deelnemende landen op de klimaatconferentie hebben veel werk, weet klimaatwetenschapper Wim Thiery (VUB): "Eigenlijk komen ze naar Glasgow met een dubbele tweede zit, maar in Glasgow kan het rechtgetrokken worden."

Videospeler inladen...

We moeten de uitstoot halveren tegen 2030, klimaatneutraal worden tegen 2050, en daarna netto CO2 uit de lucht plukken 

Wim Thiery, klimaatwetenschapper

Dat de klimaatbeloftes en -plannen ruim ontoereikend zijn op de korte termijn, blijkt uit onderstaande grafiek van CAT die de zogenoemde "emissions gap" toont, de kloof tussen het pad dat we zouden moeten volgen om het klimaatakkoord van Parijs te halen, en de realiteit waar we momenteel op afstevenen.  De kloof is een klein beetje kleiner geworden, maar nog altijd veel te groot. 

Niklas Höhne van CAT zegt daarover: "Met die lange termijn en de klimaatneutrale beloftes zou het eventueel nog kunnen meevallen, tot misschien 2,0 graden tegen 2100 in het meest optimistische geval. Waar ik vooral bezorgd over ben, is die korte termijn. De kortetermijnkloof is heel groot." 

De korte termijn is zo belangrijk omdat wat we nu te veel uitstoten grote gevolgen zal hebben. De CO₂ die we nog uitstoten blijft nog honderden jaren hangen in de atmosfeer. Hoe meer we nu nog uitstoten, hoe moeilijker het daarna wordt om nog te corrigeren.  

In het geel zien we waar we in 2030 gaan uitkomen met de beloftes en plannen die nu op tafel liggen, en hoe groot de kloof is met de groene lijn, waar we eigenlijk zouden moeten staan om het klimaatakkoord van Parijs te halen . 

"We moeten eigenlijk onze uitstoot halveren tegen 2030, anders ligt die anderhalve graad buiten bereik. Het is nu het moment om de ambities te verhogen", duidt Wim Thiery. "We weten wat nodig is om binnen die anderhalve graad opwarming te blijven: we moeten onze uitstoot halveren tegen 2030, klimaatneutraal worden in 2050, en daarna netto CO₂ uit de atmosfeer plukken. Maar met wat we nu zien, stevenen we veeleer af op 2,5 graden extra." 

Die opwarming van 2,5 graden, wat betekent dat voor Ukkel?

De VN-klimaatconferentie vergelijkt de opwarming met de periode van 1850 tot 1900. Momenteel zitten we aan 1,1 graden extra. Dat is een wereldwijd gemiddelde, met een temperende werking van de oceanen die veel warmte absorberen. Op het land gaat de opwarming over het algemeen veel sneller. 

Zo zien we dat we in het park van het KMI in Ukkel momenteel aan 2,6 graden extra zitten. "Daar speelt de werking van het landeffect en ook een beetje van het hitte-eilandeffect in de stad", zegt Thiery. "Als de wereld aan 2,5 extra zou komen, betekent dat in Ukkel nog wat meer (dat kan pakweg vier graden zijn, red.). Maar dat is een gemiddelde. Het zijn vooral die extremen die ons pijn zullen doen, de droge periodes, de hittegolven of de intense regenval." 

Eerder berekende het KMI al dat onze winters natter zullen worden in de toekomst, terwijl de zomers lange(re) droge periodes kunnen hebben.  Voor Europa zijn de verwachtingen dat door de klimaatverandering de gebieden rond de Middellandse Zee nog droger zullen worden, terwijl het in het noorden van Europa meer zou regenen.  

Wat betekent die opwarming concreet?

Extreme periodes van warmte, zoals de ongeziene hitteperiode die we in Vlaanderen beleefden in 2019, zullen vaker voorkomen. Extreme warmteperiodes die vroeger maar één keer voorkwamen om de 10 jaar, zullen in een wereld van anderhalve graad opwarming 4 keer zo veel plaatsvinden. Bovendien zal de hittegolf ook intenser zijn, en mogelijk langer duren. 

Extreme regenval zal vaker voorkomen. De extremen zullen vaker optreden naarmate de klimaatopwarming zich doorzet: lange droge periodes ofwel heel zware regens. Kort samengevat: de extremen zullen vaker voorkomen en worden extremer. Een warmere atmosfeer kan meer waterdamp vasthouden (7 procent extra per graad opwarming), en dus kunnen regenbuien in een warmer klimaat potentieel zwaarder uitvallen. 

Ook de stijging van de zeespiegel zal zich doorzetten naarmate de gletsjers in de bergen, de ijskap op Groenland en delen van Antarctica verder afsmelten. Het tempo waaraan de zeespiegel stijgt, ligt momenteel al drie keer hoger dan in het verleden (in de periode van 2006 tot 2018 lag dat drie keer hoger dan in de periode van 1901 tot 1971). 

Het afsmelten zal sowieso nog een hele tijd doorgaan, ongeacht of we snel de klimaatopwarming onder controle krijgen of niet. Voor de Belgische kust is er sprake van een zeeniveaustijging tot 1 meter tegen 2100, maar ook de langere termijn baart wetenschappers zorgen. Over 10.000 jaar zal de zeespiegel tussen de 9 en de 37 meter gestegen zijn, berekende een team van de VUB eerder.  

Hoeveel groter zal de klimaatimpact zijn voor jongeren?

Dat de jongeren een grotere impact van de klimaatverandering zullen ondervinden, staat vast. De onderzoeksgroep BCLIMATE van de Vrije Universiteit Brussel onder leiding van Wim Thiery heeft dat onlangs concreet in kaart gebracht. 

Een baby die nu geboren wordt, zal 7 keer zoveel extreme hittegolven meemaken als zijn/haar grootouders die in 1960 zijn geboren, 2,6 keer meer droogtes, 2,8 keer meer overstromingen, 3 keer meer mislukte oogsten en dubbel zoveel bosbranden. 

Dat getal is een wereldwijd gemiddelde. Iedereen zal te maken krijgen met de gevolgen van de klimaatverandering, maar kinderen in de armere regio's zullen er in de toekomst nog meer mee te maken krijgen. Zo is sub-Saharisch Afrika op dat vlak één van de zwaarst getroffen gebieden. 

 (Noot: in de interactieve website die de VUB ontwikkelde en die te zien is in de video, wordt vergeleken met een wereld zonder klimaatverandering, in het voorbeeld in de tekst hierboven is vergeleken met de grootouders, die al voor een deel de klimaatverandering meemaken, red.). 

Elke verhoogde ambities in Glasgow vertaalt zich meteen in een iets veiliger klimaattoekomst voor kinderen van nu

Wim Thiery, klimaatwetenschapper

"Kinderen in ontwikkelingslanden hebben het minst bijgedragen aan het probleem en zijn het meest kwetsbaar voor de klimaatextremen. We zien een proportionele last voor kinderen in de ontwikkelingslanden. Een verhoging van de ambities in Glasgow vertaalt zich meteen in een iets veiligere toekomst voor de kinderen van nu", zegt Wim Thiery.

Videospeler inladen...

Het gaat ook over de centen in Glasgow?

Naast hernieuwde ambities voor het klimaat, zal het ook over geld gaan op de COP26. In Kopenhagen en Parijs hebben de rijke landen de arme landen en ontwikkelingslanden elk jaar een pot van 100 miljard dollar beloofd om zich beter te kunnen wapenen tegen de klimaatverandering, en zelf ook meer te kunnen investeren in een klimaatvriendelijke samenleving. 

Het is een punt dat heel gevoelig ligt bij de ontwikkelingslanden, omdat zij vaak het eerste slachtoffer zijn van de klimaatopwarming terwijl het, historisch gezien, vooral de rijke landen geweest zijn die veel broeikasgassen hebben uitgestoten. India bijvoorbeeld heeft de kwestie al een paar keer op tafel gelegd. Landen als India en ook China vinden dat zij, wegens hun lagere emissies in het verleden, recht hebben om nu iets meer te mogen uitstoten. 

Dat de beloftes van die 100 miljard nog niet gehaald zijn, zal de gesprekken zeker niet vooruit helpen. In onderstaande grafiek zien we dat de bijdragen van de rijke landen wel stegen, maar in 2019 - het laatste jaar met cijfers - nog ruim 20 miljard dollar onder de doelstelling lagen. Bovendien moeten de landen in Glasgow ook praten over een vernieuwde bijdrage vanaf 2025. 

Waarom warmt de wereld zo op?

Broeikasgassen in onze atmosfeer vormen een onzichtbaar deken ronde de aarde. Daardoor wordt de zonnewarmte die de aarde binnenkrijgt, minder goed weer afgestoten en warmt de planeet netto gezien dus op. Hoe meer broeikasgassen, hoe dikker dat deken. Of zoals Van Ypersele zei: "Hoe dikker je deken, hoe warmer je het zal krijgen." 

Hoeveel CO₂ er in de lucht hangt, wordt bepaald via de zogenoemde ppm of parts per million, deeltjes CO₂ per miljoen deeltjes per kubieke meter lucht. Ondanks corona is dat aantal gestaag blijven stijgen, tot ruim 413 ppm momenteel. Door de seizoensvariatie is dat in onze herfst iets lager dan in onze lentes. In april piekte de ppm-waarde naar een recordhoogte van ruim 421 ppm.  

Daarmee staat ze op het hoogste niveau in zowat 3 miljoen jaar, sinds het Plioceen. Toen was het op aarde 2,5 tot 4 graden warmer (tegenover 1,1 graden momenteel) en stond het zeeniveau tussen de 5 en de 30 meter hoger dan bij ons het jaar 1900. 

Pieter Boussemaere, docent aan de Vives-hogeschool en auteur van enkele klimaatboeken, nam begin 2019 deze explainervideo op, waarin hij teruggaat naar de vorige IJstijd om te schetsen wat enkele graden verschil tot gevolg kunnen hebben.

Videospeler inladen...

Meest gelezen