De Piramide van Cheops, rechts

Piramide van Cheops werd gebouwd in teams van 40 door Egyptenaren met namen als Merer, Mesou en Sekher

De Egyptenaren die 4.500 jaar geleden de Grote Piramide van Gizeh hebben gebouwd, werkten in teams van zowat 40 arbeiders en deden shiftenreeksen van 10 dagen. Hun ploegbazen luisterden naar namen als Merer, Mesou en Sekher. Dat blijkt uit de analyse van millennia-oude papyrusrollen die een unieke blik bieden in de bouw van een van de zeven klassieke wereldwonderen.

In 2013 heeft een team van Franse en Egyptische archeologen een spectaculaire ontdekking gedaan in de woestijn in Wadi Al-Jarf aan de Rode Zee. Ze ontdekten er resten van een haven die 4.500 jaar oud is en stamt uit de tijd van farao Cheops (Khufu), bekend van de Grote Piramide in Gizeh. Daarbij zijn ook meer dan 400 papyrusfragmenten teruggevonden. 

Een van de meest opvallende papyrusfragmenten is het dagboek van Merer die betrokken was bij de bouw van de Grote Piramide in Gizeh. De documenten bieden een inzicht in het dagelijkse leven in het Oude Egypte.

De Franse archeoloog Pierre Tallet heeft nu een tweede deel van de papyrusrollen kunnen bestuderen. Zijn bevindingen zijn verschenen bij het Institut français d’archéologie orientale du Caire.

Enkele van de papyrusfragmenten:

AP2013

De rollen waarvan nu sprake bestrijken grosso modo een periode van één jaar. Tallet heeft eruit kunnen afleiden hoe de structuur van de arbeiders ineen zat. Ze waren onderverdeeld in vier teams die afgaande op hun rantsoenen uit zowat 40 werknemers bestonden.

Elk team werd geleid door een "inspecteur", een ploegbaas. De administratieve controle boven die teams was in handen van een schrijver-ambtenaar. Aan het hoofd van alle teams stond de vizier die alle koninklijke bouwwerken leidde.

In dit concrete geval was de vizier Ankhhaf, de halfbroer van de farao. Zijn naam valt verschillende keren in de documenten. De schrijver-ambtenaar heette Dedi en de ploegbazen die de vier teams leidden, heetten Merer, Mesou, Sekher en Nykaounnesout.

Deze buste is vermoedelijk een beeltenis van Ankhhaf:

Marcus Cyron

Vooral over het team van Merer zijn veel details bewaard gebleven. Veel andere fragmenten zijn te beschadigd en te versnipperd om veel conclusies uit te trekken. Mogelijk waren er nog tientallen andere teams, want 160 arbeiders lijkt weinig om een monument met de grootte van de Grote Piramide te bouwen. Schattingen gaan uit van zowat 25.000 arbeiders.

Uit de maanden januari, februari en maart zijn geen fragmenten teruggevonden. In die tijd van het jaar waren de waterwegen niet altijd bevaarbaar. Mogelijk lag het werk voor de teams dan stil of hadden ze zelfs vrijaf. Anderzijds geeft Tallet aan dat het evengoed mogelijk is dat de documenten die specifiek die periode overspannen niet bewaard zijn gebleven.

Uit de papyrusfragmenten blijkt dat de bouw van de piramide niet de enige taak van de teams was. Ze hadden een veelzijdig takenpakket gaande van het ophalen van de stenen in de steengroeve over het onderhouden van de kanalen van het paleis tot zelfs het bouwen van een haven.

Aangezien ze zo’n gevarieerd aantal opdrachten kregen, werden ze volgens Tallet als heel gekwalificeerd aanzien en hadden ze mogelijk verschillende privileges die de gemiddelde Egyptenaar niet had. Ze waren wellicht goed betaalde werkkrachten en ambachtslui.

Een beeldje dat vermoedelijk farao Cheops voorstelt:

Olaf Tausch

Sommige passages geven mee dat ze werkten in reeksen van telkens 10 werkdagen na elkaar. Als ze kalksteen voor de piramides moesten oppikken in de steengroeve van Toere, dan waren die 10 dagen genoeg voor drie transporten heen en terug.

De details en de hoeveelheid gegevens die op de papyrusrollen werd bijgehouden geven een beeld van hoe omvangrijk de administratie van de farao moet geweest zijn. Het weinige wat er van over is gebleven is een schat aan informatie voor wetenschappers. Helaas geven de documenten vooralsnog niet prijs hoe de piramides exact tot stand zijn gekomen.

Meest gelezen