De toren van de duikboot met een periscoop.
Tomas Termote

Opmerkelijke vondst in de Noordzee: wrak blijkt Duitse duikboot UB-32 uit WO I te zijn

In de Noordzee is een wrak dat in de jaren 80 werd ontdekt geïdentificeerd als een Duitse duikboot, de UB-32. Dat is een duikboot van het 'modernere' UB-II type, die vanaf februari 1917 in de Noordzee werd ingezet, heel wat schepen kelderde, en in september 1917 zelf tot zinken werd gebracht door een Engels vliegtuig. Het wrak vertoont duidelijke sporen van een zware impact en is geïdentificeerd dankzij een inscriptie in een van de schroeven. 

Het was het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) dat de ontdekking bekendgemaakt heeft op een persconferentie.  

Een video van het VLIZ met onderwaterbeelden van het wrak van UB-32:

Videospeler inladen...

Het wrak ligt op het uiterste punt van het Belgische territoriale zeegebied, op 35 mijl ten noordwesten van Oostende en een tweetal mijl ten oosten van de grens met het zeegebied van het Verenigd Koninkrijk. 

Het werd in de jaren 80 ontdekt door de Vlaamse Hydrografische Dienst en als B140/225 op de kaart gezet. In 1999 werd het geïdentificeerd als wrakresten, maar door de beperkte zichtbaarheid bij die eerste duik kon het niet geïdentificeerd worden. In 2009 werden enkele uitvoerige duiken verricht bij uitstekende zichtbaarheid en werd duidelijk dat het om de resten van een U-boot ging. 

Het wrak ligt op een maximale diepte van 41 meter en het ligt op zijn bakboordkant. De resten strekken zich uit over een lengte van zo'n 35 meter, met een breedte van 5 meter. Het hoogste punt is de toren die zo'n 6 meter boven de bodem uitsteekt. 

De duikboot is intact van de achtersteven tot zo'n 2 meter voor de toren. Het voorschip is volledig vernield, blijkbaar door een zware impact, en het lijkt te zijn platgedrukt van bovenaf, waarbij de romp over de lengte in tweeën gebroken is. 

Op 20 meter van het voorschip liggen aan bakboord twee grote ijzeren fragmenten, stukken van de drukhuid van de duikboot, waarschijnlijk van de 2 voorste diepteroeren. De 2 periscopen zijn ingetrokken en opvallend is dat de koppen van de periscopen, met het deksel, oculair en glas, opengebarsten zijn.

Een van de opengebarsten koppen van een periscoop.
Tomas Termote
De andere opengebarsten periscoop.
Tomas Termote

UB.32

Het staartstuk van de U-boot hangt voor een deel vol met verloren netten en touwen. Nadat die deels weggehaald werden, vond men de bronzen stuurboordschroef van de duikboot.

Op een van de zijden daarvan vond men de inscriptie: 'B & V, 1150 mm, 660, Projiz Flache 8416, Mangan Bronze, STB Schiffsschr. 6, UB.32'. 

Na enig graafwerk kon ook de bakboordschroef teruggevonden worden, maar daarvan kon de tekst niet volledig gelezen worden omdat die naar de bodem gekeerd is. Het feit dat de duikboot 2 schroeven heeft, maakt duidelijk dat het om duikboot van het type UB-II gaat. Dat moest een verbetering worden op de kleinere UB-I-duikboten, dankzij een hogere oppervlaktesnelheid, een grotere actieradius en een betere bewapening. De UB-II-boten hadden ook een heel korte duiktijd: in 30 seconden waren ze onder het oppervlak verdwenen. 

Het is niet altijd evident om duikboten positief te identificeren, aldus maritiem archeoloog Tomas Termote van het VLIZ. Meestal is er enkel op de schroef of schroeven een aanwijzing te vinden van een nummer, maar dat geeft niet altijd uitsluitsel. Veel schroeven hebben geen nummer, of enkel het typenummer of zelfs een verkeerde U-bootnummering. 

Dat op wrak B140/225 het nummer UB-32 werd teruggevonden, is dus geen sluitend bewijs, maar wel een sterke aanwijzing voor de identificatie. De plaats waar het wrak gevonden is en de schade die het vertoont, zullen de identificatie bevestigen.  

De stuurboordschroef van de duikboot.
Tomas Termote
De inscriptie op de schroef met onderaan UB.32.
Tomas Termote

Gekelderd door een watervliegtuig

UB-32 was een tamelijk laat model van het UB-II-type en de bouw ervan werd begonnen in juli 1915. Begin december werd de duikboot te water gelaten en tot eind 1916 werd hij ingezet in de Oostzee, met weinig succes. 

In februari 1917 kwam het schip over naar de U-Flotille Flandern en werd het ingezet in het Kanaal, de Britse wateren en de Noordzee. Tussen februari en begin augustus 1917 kelderde de UB-32 in 16 patrouilles 22 schepen. Daaronder waren er heel wat vissers- en zeilschepen, maar ook grotere schepen zoals het hospitaalschip SS Gloucester Castle en het troepentransportschip SS Ballarat dat 1750 Australische soldaten aan boord had. De opvarenden van die 2 schepen konden overigens gered worden.  

Op 10 september 1917 verliet UB-32 voor de laatste keer Zeebrugge en voer in de richting van het Kanaalgebied. Over zijn ondergang is niets met zekerheid bekend. 

Volgens de Britten zou de duikboot tot zinken gebracht zijn door een aanval met dieptebommen door het Britse schip MTB 358. Dat zou gebeurd zijn aan de Franse kant van het Kanaal, ter hoogte van Le Touquet, op 21 september. 

Maar de Britten spreken ook over de vernietiging van UB-32 's anderendaags, door een luchtaanval van watervliegtuig 8695. In het oostelijk deel van de engte van Dover zagen de Britse piloten van het Amerikaanse toestel een traag bewegende U-boot die aan de oppervlakte naar het zuidoosten voer. 

De boot dook onder bij het zien van het vliegtuig, maar de Britten konden twee zware bommen laten vallen. De duikboot leek dodelijk getroffen want hij ging op zijn kant liggen en verging temidden van een hoog opwellende luchtbel, wrakstukken en olie. 

U-32 kreeg daarmee de twijfelachtige eer de geschiedenis in te gaan als de eerste U-boot die tot zinken was gebracht door een vliegtuig. 

De door de Britse piloten opgegeven positie van het treffen ligt 'slechts' 13 mijl ten westen van de locatie van het wrak. 

De UB-32 in Zeebrugge.
Heiko Hermans
Een Curtiss H8 Large watervliegtuig, het Amerikaanse toestel waarmee de UB-32 bestookt werd en tot zinken gebracht werd.
© IWM (Q 68163)

Schade bevestigt impact van bovenaf

De schade die duidelijk zichtbaar is aan het wrak, bevestigt dat de UB-32 gezonken is door een zware inslag van bovenaf. 

Het feit dat er twee luiken gesloten waren en dat de beide periscopen ingetrokken waren, kan erop wijzen dat de UB-32 onder water voer toen hij getroffen werd of aan het duiken was. 

Het voorschip met de accomodatie voor de bemanning, het torpedoruim en de batterijcompartimenten, is volledig uiteengereten. Die beschadigingen kunnen niet te wijten zijn aan een ontploffing van een mijn. Mijnen leiden meestal tot een afgeblazen boeg of hek, een scheur in de romp of een zware deuk aan de onderkant van de romp. 

Bij dit wrak is het duidelijk dat een impact van bovenop de onderzeeboot geleid heeft tot het 'platgedrukte' uitzicht van het wrak. Daarbij lijkt het bovendek doormidden gespleten te zijn en uiteengevallen in 2 helften.  

Op een afstand van het wrak zijn ook relatief grote fragmenten gevonden, zoals de plaatijzeren stukken van de voorste diepteroeren. Dat alles wijst op een zware ontploffing, mogelijk gevolgd door een tweede, interne ontploffing. De kracht die daarbij ontwikkeld werd, was zo groot dat ze geleid heeft tot het wegslingeren van de fragmenten en het ontploffen van de beide periscoopkoppen. 

Een dergelijke hevige ontploffing kan veroorzaakt worden door een diepte- of vliegtuigbom of het inslaan van een torpedo. Die ontploffing kan dan op haar beurt geleid hebben tot het ontploffen van de springstof van een gestouwde torpedo in het torpedoruim van de duikboot. 

Ook het feit dat de positie die de Britse piloten van het watervliegtuig opgaven als de plaats waar de duikboot tot zinken werd gebracht, op slechts 13 mijl van het wrak ligt, is een bevestiging van de identificatie. Het is een opmerkelijk staaltje van navigatiekunde, aangezien de piloten vanuit een bewegend vliegtuig, met de sextant en zonder duidelijke herkenningspunten, een positie moesten schieten. 

Daardoor kunnen we met zekerheid aannemen dat wrak B140/225 wel degelijk de duikboot UB-32 is, zo besloot maritiem archeoloog Tomas Termote.

Het wrak van de UB-32 is waarschijnlijk een zeemansgraf geworden voor de bemanningsleden. Het zal dan ook ongemoeid blijven liggen op de plaats waar het nu rust. 

De fragmenten van de romp die op een 20 meter van het wrak liggen.
Tomas Termote
Een schets van het wrak op de zeebodem.
Tomas Termote
Geschut en een deel van de bemanning op de UB-32 in (voor hen) betere tijden.
Een zogenoemde Multi-beam opname van de site van het wrak. Het blauw geeft de bodem en de zandgolven weer, de gele en oranje elementen zijn het wrak en zijn schaduw.
Vlaamse Hydrografie
Een gedenkplaat voor verschillende UB-II-boten
Een watervliegtuig in actie.

Meest gelezen