Nicolas Maeterlinck

Wint de oppositie stemmen als ze de regering dwarsboomt?

Het beproefde recept voor oppositiepartijen is om de regering te bekritiseren, maar werkt dat ook? Minister Zuhal Demir (N-VA) krijgt forse kritiek omdat ze vanuit de Vlaamse regering de federale regering zou dwarsbomen. Politicoloog Dieter Stiers onderzoekt hoe kiezers reageren op strategieën van partijen.

De Belgische politieke partijen maakten de voorbije weken geen al te beste beurt. Vooral Groen en N-VA staan in het oog van de storm. 

Het klimaatdebat drijft de ideologische tegenstellingen tussen de partijen op de spits, en de verschillende samenstelling van de federale en de Vlaamse regering leidt tot gekibbel en zelfs regelrechte tegenwerking tussen ministers die hun eigen beleidslijnen willen uitzetten. Minister van energie Van der Straeten vraagt het zich luidop af.

Partijen zijn steeds kritischer voor de beslissingen van de regering, soms zelfs als ze daar zelf deel van uitmaken

Een tegenstelling tussen Groen en N-VA stond in de sterren geschreven, aangezien ze beide zowel regerings- als oppositiepartij zijn. Het is echter deel van een breder fenomeen dat we sinds enkele jaren zien opduiken: partijen zijn steeds kritischer voor de beslissingen van de regering, soms zelfs als ze daar zelf deel van uitmaken. 

Daar waar onenigheden tussen de coalitiepartners vroeger achter gesloten deuren werden besproken, gebeurt dit nu meer en meer vrijuit via de (sociale) media. Sommige partijen gedragen zich als oppositie binnen de coalitie. Het kan een strategie zijn: meesurfen op de populaire beslissingen, en openlijk afstand nemen van de meer controversiële besluiten. Maar: is dit wel een goede strategie?

Een van de meest prominente theorieën binnen de politieke wetenschap om stemgedrag te verklaren, is die van kiezen op basis van beleidsevaluaties. Het stelt dat kiezers, wanneer ze beslissen op welke partij ze zullen stemmen, een keuze maken op basis van hun evaluatie van het beleid van de voorbije jaren. 

Wanneer kiezers tevreden zijn met het beleid, zullen ze een regeringspartij steunen; zijn ze ontevreden, dan stemmen ze voor de oppositie. Uit democratisch oogpunt is dit een goede manier om te stemmen: het zorgt ervoor dat partijen maar beter de wil van de bevolking volgen, omdat ze anders afgestraft zullen worden bij de volgende verkiezingen.

Lang werd gedacht dat kiezers enkel het beleid van de regering konden beoordelen, aangezien deze de beslissingsmacht heeft. Oppositiepartijen deden er dan ook best aan de regering zo veel mogelijk te bekritiseren: als ze het beleid van de regering in negatief daglicht konden stellen, zouden kiezers deze immers de rug toedraaien, en de oppositie steunen.

Recent onderzoek brengt echter goed nieuws voor partijen in oppositie: ook zij worden geëvalueerd voor de manier waarop ze zich gedragen als oppositiepartijen, en kunnen daarvoor beloond worden. Vanuit dit opzicht is het dus een goed idee om je als politieke partij duidelijk te profileren – als deel van de regeringscoalitie of als oppositiepartij – zelfs als dat betekent dat je daarbij soms tegen je coalitiepartners ingaat, of beslissingen die genomen werden op andere beleidsniveaus tegenwerkt.

Mijn eigen recentste onderzoek biedt meer details over deze evaluaties van oppositiepartijen. Daaruit blijkt dat Belgische kiezers vinden dat een goede oppositie vooreerst constructief is. 

“Oppositie voor de oppositie” waarbij partijen zich hardnekkig en negatief opstellen omdat ze nu eenmaal in de oppositie zitten, wordt zwaar bekritiseerd, en kiezers willen vooral dat oppositiepartijen realistische alternatieven aandragen voor de beslissingen van de regeringen die ze bekritiseren.

 Meer nog, kiezers houden oppositiepartijen zelfs verantwoordelijk voor de stand van zaken in het land – zij het minder dan regeringspartijen. Kiezers erkennen dus dat de oppositie ook een belangrijke rol speelt in het politieke proces, en verkiezen een positieve benadering, waarbij constructief wordt meegedacht over het te voeren beleid.

Partijen hebben meer te winnen bij het overtuigen van de kiezer van de eigen sterkte, dan van de zwakte van de tegenpartijen

Een “politiek van tegenwerking” is een veelgebruikte strategie om de eigen achterban te laten zien dat de partij het voor haar opneemt en vasthoudt aan haar belangrijkste standpunten. 

Echter, voor de partijen die hopen kiezers van andere partijen te overtuigen voor hen te stemmen bij de volgende verkiezingen en zo electoraal te groeien, lijkt een “politiek van samenwerking” een betere keuze. Partijen hebben meer te winnen bij het overtuigen van de kiezer van de eigen sterkte, dan van de zwakte van de tegenpartijen. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen