Wegwijs in de coronacijfers: wat betekenen de verschillende getallen en hoe moeten we ze interpreteren?

We worden al twee jaar lang om de oren geslagen met allerlei coronacijfers: van besmettingscijfers over het reproductiegetal tot het aantal ziekenhuisopnames. Veel van die cijfers kunnen ons helpen om in te schatten hoe ons land eraan toe is op het vlak van corona. Zie jij door de bomen het bos nog? Dit artikel biedt mogelijk soelaas.

Voor de meeste coronacijfers zijn we afhankelijk van Sciensano. Die federale instelling voor gezondheid rapporteert zo goed als dagelijks cijfers over de covidpandemie.

Niet onbelangrijk om mee te geven is dat Sciensano ook niet alle voor hen beschikbare gegevens deelt. Sommige gegevens worden ook niet elke dag aangeboden. Zo hebben we bijvoorbeeld geen dagelijkse gegevens van de verhouding tussen wel en niet-gevaccineerde patiënten op de afdelingen intensieve zorg.*

Die cijfers die er wel -zo goed als dagelijks- zijn helpen om in te schatten hoe de huidige coronasituatie in ons land is. Hieronder leggen we de belangrijkste termen uit en hoe je ze het best kunt interpreteren.

Eerste belangrijke term: de gerapporteerde cijfers worden een "dagcijfer" genoemd, maar dat dagcijfer is eigenlijk een gemiddelde van de voorgaande week. Op die manier zorgen kleine verschillen tussen dagen niet voor plotse stijgingen of dalingen per dag. In het weekend zijn er bijvoorbeeld minder tests en dat zou voor een vertekening in de cijfers kunnen zorgen.

Besmettingscijfers

Het aantal besmettingen in ons land is gebaseerd op het aantal positieve tests dat geregistreerd is. Het zijn dus de bevestigde gevallen. Dat zal een onderschatting zijn van het totaal aantal werkelijke besmettingen, want niet iedereen wordt (meteen) getest.

Let op: op bovenstaande grafiek kan je de cijfers nu niet vergelijken met de cijfers van het voorjaar 2020. In het voorjaar van 2020 stond elke vastgestelde besmetting voor naar schatting 30 werkelijke besmettingen, nu is dat voor slechts 3. Dat komt omdat er meer getest wordt. 

De besmettingen worden gerapporteerd als een absoluut aantal. Dat wil zeggen dat dit cijfer hoger kan liggen als er meer tests worden afgenomen. Daarom wordt ook de positiviteitsratio berekend: het aantal positieve gevallen op 100 afgenomen tests uitgedrukt als percentage. Als de positiviteitsratio stijgt, zijn er dus verhoudingsgewijs meer positieve resultaten in het totaal aantal tests.

Daarnaast is er het reproductiegetal. Dat geeft aan hoeveel mensen die positief zijn getest op hun beurt iemand anders besmetten. Het geeft dus een inzicht in hoe snel de pandemie aan kracht wint of verliest. Een reproductiegetal van 1 betekent dat de cijfers stabiel blijven: één besmet persoon besmet op zijn beurt één ander persoon. Zakt het reproductiegetal onder 1, dan dalen de cijfers; stijgt het boven 1, dan stijgt het aantal geregistreerde besmettingen.

Het aantal besmettingen is natuurlijk niet gelijk aan het aantal zieken: niet iedereen die besmet wordt, wordt (even) ziek. Vaak zien we een opflakkering van de pandemie wel eerst aan stijgende besmettingscijfers. Als er veel meer mensen besmet raken, zullen er ook meer mensen ziek worden. 

Ziekenhuisopnames

De ziekenhuisopnames geven een beeld van het aantal ernstig zieken. Dat cijfer wordt dus niet beïnvloed door het aantal tests en lijkt de meest betrouwbare parameter te zijn. Het stijgt wel vaak pas een drietal weken na een stijging in de positiviteitsratio. Als er meer besmettingen zijn, kunnen er natuurlijk ook meer mensen ernstig ziek worden.

Het reproductiegetal, dat de besmettingsgraad aangeeft, wordt door Sciensano ook berekend op het aantal opnames. Net omdat dat een stabielere parameter is.

Intensieve zorg

Het aantal covidpatiënten op intensieve zorg geeft weer hoeveel van de in het ziekenhuis opgenomen mensen in kritieke toestand zijn. Het geeft ook een indicatie van de druk op de gezondheidszorg. Hoe meer bedden er bezet zijn op intensieve zorg, hoe minder bedden vrij zijn voor andere niet-covidpatiënten.

De nodige capaciteit wordt in vijf "fases" onderverdeeld. Van zodra de bezetting stijgt en het beschikbaar aantal bedden vol dreigt te liggen, schakelt men over op de volgende fase. In totaal hebben de ziekenhuizen samen 2.000 bedden op de afdelingen intensieve zorg.

Fase 1A voorziet één kwart daarvan (500 bedden) voor covidpatiënten, fase 1B de helft (1.000 bedden), en vanaf fase 2A wordt er extra capaciteit gecreëerd voor intensieve covidzorg. Die ruimte en het nodige personeel kunnen dan niet ingezet worden voor andere zorgen, waardoor die uitgesteld worden.

Overlijdens

Ook de overlijdens geven de kracht van de pandemie iets consistenter aan dan de besmettingscijfers. Bij die overlijdens zijn zowel de ziekenhuispatiënten met covid als mensen uit woonzorgcentra gerekend. Ook hier kan er een foutenmarge zijn. Als bijvoorbeeld een kwetsbare persoon die ook een andere aandoening had overlijdt in een woonzorgcentrum, wordt dat misschien net wel of niet als covid-19 gerapporteerd.

Om in te schatten welke gevolgen een pandemie heeft, is de oversterfte daarom interessant. Daarin wordt berekend hoeveel mensen er over een langere periode méér gestorven zijn dan in voorgaande jaren, een cijfer dat in 2020 erg hoog lag.

In ons land toont dat cijfer dat we iets meer covidoverlijdens rapporteerden dan achteraf uit de oversterfte blijkt, maar dat cijfer geeft dus vooral een beeld op de lange termijn en biedt geen inzicht in acute veranderingen.

Bij oversterfte kan je je ook nog de vraag stellen hoeveel overlijdens er zijn die enkel onrechtstreeks verband houden met corona. Wanneer bijvoorbeeld de zorg voor andere medische problemen wordt uitgesteld. Sommige patiënten stellen ook zelf een behandeling uit, omdat ze de ziekenhuizen mijden om ze niet extra te belasten of uit angst voor een eventuele besmetting.

Kort samengevat:
Om goed in te schatten hoe goed of hoe slecht de huidige covidsituatie is, kijken we dus het best naar: de ziekenhuisopnames, het aantal covidpatiënten op de afdelingen intensieve zorg en naar de overlijdens. Op langere termijn is ook de oversterfte een interessante parameter.

*
Op langere termijn geeft Sciensano overigens wel cijfers over de verhouding tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden op intensieve zorg.
De Hoge Gezondheidsraad werkt ook aan een uitgebreide analyse over doorbraakinfecties (besmettingen bij wie toch gevaccineerd is) en ziekenhuisopnames, opgesplitst per vaccinproducent. Die gegevens zijn vandaag nog niet openbaar.

Dat lichtte onze ombudsman Tim Pauwels eind vorige maand toe in deze video:

Videospeler inladen...

Meest gelezen