Verkeer op de Noorderlaan in Antwerpen (archieffoto).
Nicolas Maeterlinck

Burgerwetenschapsproject Straatvinken: "Gemotoriseerd verkeer neemt te traag af"

Na de verkeersluwe editie van het burgerwetenschapsproject Straatvinken in mei 2020, in volle lockdown, blijkt uit de resultaten van de verkeerstelling in mei 2021 dat het gemotoriseerd verkeer - vooral autoverkeer, maar ook vracht- en bestelwagens - opnieuw op het niveau van voor corona zit. Straat-O-sfeer, de leefbaarheidsbevraging van Straatvinken, leverde tegenover de voorgaande editie 30 procent meer negatieve verhalen op en een derde meer deelnemers raadde ook af om in hun straat te komen wonen. Het is duidelijk dat corona niet geleid heeft tot een trendbreuk naar meer duurzaam verkeer, zegt Straatvinken.

In 264 van de 300 Vlaamse steden en gemeenten hebben burgers tijdens de avondspits van donderdag 20 mei 2021 opnieuw één uur lang het verkeer geteld met Straatvinken. Dit burgerwetenschapsproject, met de begeleidende leefbaarheidsbevraging 'straat-O-sfeer', is een initiatief van de Antwerpse burgerbeweging Ringland en krijgt wetenschappelijke ondersteuning van de Universiteit Antwerpen en het HIVA-Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving - KU Leuven. 

Het gaat op straatniveau na wat de verhouding is tussen het auto- en vrachtverkeer en duurzame alternatieven (voetgangers, fietsers en openbaar vervoer) en hoe bewoners de leefbaarheid van hun straat beoordelen. De resultaten van alle deelnemende straten zijn te bekijken op www.straatvinken.be.

Na vier eerdere edities kan Straatvinken dit jaar voor het eerst een beeld geven van langetermijntrends in het verkeer in onze steden en gemeenten. Dat is zeker het geval voor de regio Antwerpen, waar het burgerwetenschapsproject in 2018 van start ging, maar ook in andere regio’s in Vlaanderen heeft het project de eerste aanwijzingen of we op weg zijn naar een duurzamere mobiliteit. 

In Antwerpen blijkt dat alvast niet het geval: in de stad Antwerpen was er zelfs een lichte stijging van het aandeel gemotoriseerd verkeer en in de zogenoemde Vervoerregio Antwerpen daalt dat aandeel te weinig om de mobiliteitsdoelstellingen te halen die vooropgesteld zijn voor 2030,  namelijk een modal split van 50/50. De modal split is de verhouding van de verkeersmiddelen tussen het auto- en vrachtverkeer en duurzame alternatieven, voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.  

Drukker verkeer na lockdown laat zich voelen

Het telmoment van mei 2020 vond plaats in de volle lockdown van de eerste coronagolf en was daarmee in veel opzichten een aparte editie. Naast alle ongemakken en persoonlijke drama’s die met corona gepaard gaan, waren er destijds ook enkele lichtpuntjes. Rustigere straten met minder autoverkeer en meer sociale interactie tussen buren deden heel wat straten opleven. Dat toonden de leefbaarheidsbarometer en de duizenden verhalen die burgers toen deelden bij de bevraging straat-O-sfeer duidelijk aan, zegt Straatvinken.

Op langere termijn heeft dit echter niet geleid tot een kentering in ons mobiliteitsgedrag, zo blijkt uit de verkeerstelling. De resultaten van mei dit jaar tonen aan dat het slechts om een korte opleving ging. De straten waren opnieuw bijna even druk als in de pre-coronaperiode, en dat kwam hard aan bij veel bewoners die deel hebben genomen aan het onderzoek.

Straatvinken vroeg deelnemers aan de verkeerstelling opnieuw het verhaal te doen over hun straat. Het aantal deelnemers aan de leefbaarheidsbevraging 'straat-O-sfeer' die negatieve gevoelens over hun straat uitten, steeg met 30 procent ten opzichte van de lockdowntelling van mei 2020. Het aandeel deelnemers die afraden om in hun straat te komen wonen, steeg met een gelijkaardig percentage.

De terugkeer van het verkeer is ook merkbaar in de 20 leefbaarheidsindicatoren waarmee de deelnemers hun straat beoordelen, zoals oversteekbaarheid, sociaal contact, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en bereikbaarheid voorzieningen. De scores liggen in 2021 voor bijna alle indicatoren gemiddeld 5 tot 10 procent lager dan in 2020.

Deze resultaten zijn volgens professor Huib Huyse, die vanuit HIVA - KU Leuven het leefbaarheidsonderzoek begeleidt, erg opmerkelijk: "In zekere zin kan de zware lockdown in het voorjaar van 2020 ook bekeken worden als een groot onvoorzien experiment dat toont wat er gebeurt wanneer het verkeer afneemt en burgers nieuwe sociale banden smeden. Dit  onderzoek suggereert dat dit een significante invloed heeft op de beleving van de straat. Zodra het verkeer terugkeert, wordt de beleving van de straat negatiever en is de vooruitgang voor bijna alle leefbaarheidsindicatoren weer uitgewist. Of positief gesteld: kleine veranderingen in de samenstelling en intensiteit van het verkeer kunnen substantieel bijdragen aan de leefbaarheid van een straat."

Tijdens de lockdown vorig jaar was er merkbaar minder gemotoriseerd verkeer (archieffoto).

"Vergroening van wagenpark volstaat niet"

Recente beleidsplannen voor een versnelling in de vergroening van het wagenpark zijn nuttig voor de verlaging van de CO₂-uitstoot en de verbetering van de luchtkwaliteit, maar ze dragen niet bij aan andere cruciale aspecten die de leefbaarheid van straten bepalen, zegt Straatvinken.

"Met straten die gedomineerd worden door auto’s is er weinig of geen ruimte om de verkeersveiligheid en verkeersdrukte te verbeteren, de ruimte voor voetgangers en fietsers te vergroten, of geluidsoverlast en het gebrek aan groen aan te pakken. Dat zijn allemaal indicatoren waarvan ons onderzoek aantoont dat ze in hoge mate de leefbaarheid van straten bepalen", zei professor Thomas Vanoutrive van de Universiteit Antwerpen.

"Ons onderzoek toont aan dat er meer moet gebeuren om op straatniveau een verduurzaming van het verkeer te realiseren. Onze overheden en andere betrokken actoren staan nog voor een grote uitdaging", zo besloot professor Huyse.

Maatregelen voor leefbaarder straten

Het Straatvinken-team lijstte aan de hand van de resultaten van de leefbaarheidsbevraging straat-O-sfeer al enkele maatregelen op waarop lokale besturen kunnen inzetten om straten leefbaarder te maken. De volgende verkeersgerelateerde ingrepen hebben een positieve impact op 12 indicatoren van de leefbaarheid, zoals verkeersveiligheid, oversteekbaarheid, luchtkwaliteit en geluidscomfort.

5 maatregelen om zwarte punten (straten die bewoners afraden om er te komen wonen) naar een aanvaardbaar niveau te tillen:

  1. De verkeersdrukte en de modal split beter afstemmen op de draagkracht van de straat: de straatbreedte, het aantal bewoners, enz.
  2. De snelheidsbeperkingen handhaven om de verkeersveiligheid te verhogen en hinder te beperken.
  3. Meer ruimte maken voor voetgangers, fietsers, kinderen en minder mobiele mensen.
  4. Straten vlot oversteekbaar maken.
  5. Milderende maatregelen treffen voor straten die veel verkeer moeten verwerken: fluisterasfalt, raamisolatie, gevelgroen en dergelijke.

Maar het ambitieniveau moet hoger, zegt Straatvinken. Zelfs in straten waar de leefbaarheid voldoende of goed scoort, geeft Straatvinken aan waar er ruimte is voor verbetering. Niet als een 'nice to have', maar om van de straat een plaats te maken waar de bewoners zich echt thuis voelen en willen blijven wonen.

5 maatregelen om ‘aanvaardbare’ straten echt leefbaar te maken

  1. Het aandeel duurzaam verkeer verder verhogen door de straatinrichting beter af te stemmen op fietsers en voetgangers.
  2. Voorzien in rustplekken en groen, bijvoorbeeld door de parkeerdruk te verminderen met wijkparkings.
  3. Straten zodanig inrichten dat ze veilig zijn voor (spelende) kinderen.
  4. Buurtactiviteiten mogelijk maken, zoals straatfeesten, terrasjes, speelprikkels of een buurtwinkel.
  5. Voorzien in een rijk aanbod aan deelmobiliteit en openbaar vervoer.

Volgende editie cruciaal om trends vast te stellen

De volgende telling vindt plaats op donderdag 19 mei 2022 van 17 tot 18 uur.

Elk jaar tellen duizenden mensen in steeds meer gemeenten in Vlaanderen het verkeer in hun straat, maar niet iedereen telt elk jaar mee. Professor Vanoutrive roept op om dat toch te blijven doen: "Zo kunnen we een trend vaststellen. Worden onze straten gezonder of net niet?"

Meest gelezen