Hans Ogg/Heemkunde Kanne

Wat gebeurde er in 1926 onder de Muizenberg in Kanne?

In Kanne (Riemst) wordt een pas ontdekte schacht onderzocht, omdat die mogelijk naar de mergelgroeve van de Muizenberg leidt. Op 11 mei in 1926 raakten daar twee arbeiders bedolven onder het puin, na een enorme instorting. Ze werden nooit gevonden. Wat gebeurde er die fatale ochtend? En bestaat er een kans dat hun overblijfselen alsnog teruggevonden worden?

11 mei 1926 staat bij de vorige generatie Riemstenaren in hun geheugen gegrift. Want bij de instorting in de groeve onder de Muizenberg kwamen vijf mensen om het leven. Een handjevol arbeiders was 's ochtends in de mergelgroeve afgedaald, zoals ze dat elke dag deden. Maar om 7.15 uur liep het mis. Acht hectare van de groeve stortte in, met een oorverdovende knal. 

Door de enorme luchtdruk werden arbeiders naar buiten geslingerd, en vlogen brokstukken mergel in het rond. De opzichter van de groeve stierf vrijwel meteen na de instorting. Vier andere arbeiders werden zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht. Twee van hen, een 60-jarige man en een jongeman van 19, overleden een dag later. “Enige tijd na de ramp werd duidelijk dat Anton Schiepers en Martin Vrijens, twee arbeiders, nog vermist waren", vertelt Paul Vrijens van Heemkunde Kanne. "Op dat moment was het niet duidelijk of ze nog leefden.” 

(Lees verder onder de foto)

Arbeiders uit Kanne waren wekenlang in de weer om de bedolven arbeiders terug te vinden tussen het puin. Ook arbeiders uit de streek en over de grens, en ook de toenmalige burgemeester van Riemst kwamen helpen. Maar zonder succes, want alle gangen van de groeve zaten vol brokstukken. 

De lichamen van de twee arbeiders zijn nooit gevonden. Vermoedelijk liggen hun overblijfselen nog steeds bedolven onder het puin, ergens in de groeve van de Muizenberg. "Ik betwijfel dat die ooit nog gevonden zullen worden", denkt Paul Vrijens van de heemkundige kring. "Daar is zó veel mergel ontgonnen dat er heel veel gangen nu vol puin zitten."

(Lees verder onder het interview)

De Muizenberg was eigendom van Felix Poswick, de oud-burgemeester van Kanne. "In principe mocht hij daar geen mergel meer ontginnen, maar hij deed dat toch in het Belgische deel van de groeve", gaat Vrijens verder. Maar door een gelukkig toeval waren verschillende arbeiders die dag naar de Kruisprocessie in het dorp.  Anders was de tol wellicht nog zwaarder geweest. "Daardoor waren nogal wat arbeiders die in de groeve werkten pas later, wat vermoedelijk hun leven heeft gered." 

Er was die ochtend de Kruisprocessie bezig in het dorp, dat heeft het leven van veel arbeiders gered

Waarschijnlijk waren er op het ogenblik van de instorting meer dan 15 mensen aanwezig, vlakbij of in de groeve. Dat waren blokbrekers, die werkten in het Belgische gedeelte van de groeve maar ook champignontelers, die in het Nederlandse gedeelte van de groeve werkten. 

(Lees verder onder de foto)

Niet alleen de menselijke tol was hoog, er was ook veel materiële schade. "De weg van Kanne naar Vroenhoven werd geheel vernield, met gaten tot acht meter diep." 

Er was zó veel solidariteit dat al dat geld eigenlijk niet meer nodig was

Na de ramp ging er een golf van solidariteit door Riemst. “Dat blijkt uit een brief die ik gevonden heb in het parochiearchief”, vertelt Vrijens. “Daarin stond dat de bisschop van Luik destijds, een Limburger van afkomst, 2.000 frank had gestort. De pastoor van Riemst schreef een brief terug, om te zeggen dat hij maar 1.000 frank gebruikt had om aan de families van de slachtoffers te geven. Er was zó veel solidariteit dat al dat geld eigenlijk niet meer nodig was.”

Meest gelezen