Nu minderjarige verdachten in zaak-Polfliet "uit handen zijn gegeven": wat is dat en gebeurt het nog?
Twee van de drie minderjarige verdachten in de zaak-Polfliet zijn door de jeugdrechter "uit handen gegeven", maar wat betekent dat concreet? Wanneer beslist een jeugdrechter om minderjarigen als volwassenen te berechten en hoe uitzonderlijk is dat?
Uithandengeving: wat is dat?
Een jeugdrechter legt jeugdige criminelen geen straffen op, maar neemt wel maatregelen. Zo kan hij of zij bijvoorbeeld beslissen hen in een gesloten jeugdinstelling te plaatsen. Maar wanneer de minderjarige de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en een misdrijf pleegt, kan de jeugdrechter de zaak ook uit handen geven. Dat betekent dat de minderjarige dan als een volwassene berecht wordt, omdat de jeugdrechter vindt dat de bestaande maatregelen van het jeugdrecht niet meer kunnen helpen en de jongere niet meer "heropvoedbaar" is.
Het is het parket dat de uithandengeving moet vorderen bij de jeugdrechter. "Die zal ook altijd een psychiatrisch expertiseverslag van de minderjarige vragen", legt Ine Van Wymersch uit. Zij is Procureur des Konings van Halle-Vilvoorde en wenst niet in te gaan op de concrete zaak-Polfliet, maar heeft de voorbije jaren veel jeugddossiers behandeld. "Er moet een zekere maturiteit en intellectuele capaciteit van de minderjarige zijn", aldus Van Wymersch. "Als een minderjarige zwakbegaafd is, zal een jeugdrechter hem of haar wellicht niet snel uit handen geven."
Jeugdbescherming zolang het kan, uithandengeving als het moet
Naast een expertiseverslag vraagt de jeugdrechter bijvoorbeeld ook rapporten op van de opvoeders in de gesloten instelling waar de minderjarige verblijft. Het zijn allerlei elementen samen die de jeugdrechter zijn of haar beslissing zullen laten nemen. "Parketten zullen nooit over één nacht ijs gaan. Ze gaan altijd proberen om het hele arsenaal van het jeugdrecht uit te putten voor ze een uithandengeving overwegen", gaat Van Wymersch verder. "Maar soms moet je vaststellen dat je er met al die maatregelen binnen het jeugdrecht niet gaat geraken om een gedragsverandering teweeg te brengen. En zo is het jeugdbescherming zolang het kan en uithandengeving als het moet", besluit ze.
Voor welk soort rechtbank de jongere dan moet verschijnen, hangt af van het misdrijf. Voor "lichtere" misdrijven moet de minderjarige voor een bijzondere kamer in de jeugdrechtbank verschijnen. Die kan dan als strafrechtbank optreden en de minderjarige een straf opleggen. Bij zeer ernstige misdrijven, zoals moord, zal de minderjarige doorverwezen worden naar het hof van assisen. Hij of zij kan daar wel geen levenslang krijgen, zoals een volwassene, maar maximaal 30 jaar. Minderjarigen die uit handen zijn gegeven, vallen ook voor andere feiten niet langer onder het jeugdbeschermingsrecht.
Is het uitzonderlijk?
De cijfers tonen aan dat een uithandengeving uitzonderlijk is. Uit de jaarlijkse statistieken van de hoven en de rechtbanken blijkt dat er in 2019 in het hele land 42 minderjarigen uithanden gegeven zijn. 33 in Vlaanderen en Brussel, 9 in Wallonië.
Van de grootste jeugdrechtbank in ons land bijvoorbeeld, die van Antwerpen, hebben we nog meer recente cijfers. Daar was er in 2020 slechts in vijf op de bijna 4.000 vonnissen sprake van een uithandengeving van minderjarigen. Tussen 2016 en 2020 waren er daar nooit meer dan acht uithandengevingen per jaar.
In welke zaken is het nog gebeurd?
Op 20 mei 2004 werd Ingrid Van Regenmortel (32) aangevallen terwijl ze langs het Netekanaal in Viersel jogde. De beschuldigde, Björn M., was amper 16 toen hij de jogster wurgde. De jonge dader werd uithanden gegeven en moest voor het hof van assisen verschijnen. Hij bleek als kleuter onhandelbaar en kampte in zijn kindertijd al met agressieproblemen. De jeugdrechter vond dat heropvoeden geen zin meer had.
M. werd in 2007 veroordeeld tot 30 jaar cel, de maximumstraf voor minderjarige criminelen. De jury sprak toen over een "uitzonderlijke gewelddadigheid van de feiten waarbij op een gruwelijke en zinloze wijze werd tekeer gegaan vanuit een egocentrische instelling zonder op enige wijze rekening te houden met het slachtoffer."
Wie nog dertig jaar cel heeft gekregen, is Jimmy H. voor de moord op Thijs De Luyck (18). H. pleegde de moord op De Luyck toen hij 17 jaar was. De twee jongens zaten samen in een instelling. Twee jaar eerder had hij ook al een andere vriend vermoord.
Nog een ander geval van uithandengeving zien we in de zaak Joe Van Holsbeeck. Op 12 april 2006 werd de jongen van toen 17 in het station Brussel-Centraal zeven keer met een mes in de borst gestoken omdat hij zijn mp3-speler niet wilde afgeven. Een van de twee daders deelde de messteken uit. Hij ging er met een kompaan met de mp3-speler vandoor.
De jongen die de fatale messteken heeft uitgedeeld, was Adam G. uit Polen. Hij was 17 jaar op het moment van de feiten en moest zich voor het hof van assisen verantwoorden voor roofmoord. Hij werd schuldig bevonden aan diefstal met geweld op Joe Van Holsbeeck en kreeg 20 jaar cel, die hij moet uitzitten in Polen. Zijn zestienjarige kompaan Mariusz O. moest niet voor assisen verschijnen maar moest van de jeugdrechter tot zijn twintigste in een gesloten instelling blijven.
Zin en onzin van uithandengeving
Binnen het jeugdrecht is er al bijzonder veel te doen geweest over de zin en onzin van de uithandengeving. Ook in het parlement is er over gedebatteerd bij de bespreking van het nieuwe decreet Jeugddelinquentierecht. Dat zou in september volledig uitgerold moeten zijn. Uiteindelijk is er toch gekozen om de mogelijkheid tot uithandengeving te behouden, hoewel heel wat kinderrechtenorganisaties en -specialisten dat niet in overeenstemming vinden met het Kinderrechtenverdrag.
Bijna een jaar geleden, vlak na de feiten in Beveren, was professor jeugcriminologie aan de VUB Yana Jaspers te gast in "De ochtend" op Radio 1. Het straffen van minderjarigen alsof ze volwassen zijn, werkt volgens haar niet. "We weten dat het streng straffen van jongeren niet afschrikkend, maar juist verergerend werkt", zegt Jaspers. "Er zou ingezet moeten worden op preventie door acht grote risicofactoren aan te pakken. Dat zijn zaken als antisociaal gedrag, het hebben van delinquente peers (vriendenkring red.), familiale problemen, slechte school-en werkprestaties, het gebrek aan zinvolle vrije tijd, enzovoort."
Beluister hieronder het interview met professor jeugdcriminologie Yana Jaspers in "De ochtend"