Van "We don't wanna Put In" over boegeroep tot uitsluiting: de roerige Russische relatie met het Songfestival

Rusland mag dit jaar niet deelnemen aan het Eurovisiesongfestival, als gevolg van de oorlog tegen Oekraïne. Hoewel het Songfestival een apolitiek evenement is, laten geopolitieke spanningen zich er wel vaker voelen. En de laatste jaren is dat niet zelden met Rusland als protagonist.

Hoe uitzonderlijk is de uitsluiting van Rusland?

Een historisch precedent is het. In het verleden werden liedjes wel al eens gebannen omdat ze een politieke boodschap hadden. En als een staatsomroep uit de EBU (de koepel van omroepen die het Songfestival organiseert) wordt gegooid, kan het land van die omroep natuurlijk ook niet deelnemen aan de liedjeswedstrijd. Het overkwam Wit-Rusland, omdat het land niet voldoet aan de waarden van de EBU.

In de jaren 90 mocht wat overbleef van Joegoslavië (Servië en Montenegro) ook niet deelnemen aan het Songfestival wegens de burgeroorlog. Maar dat kwam toen door internationale sancties van de Verenigde Naties die louter door de EBU werden gevolgd. Dat de EBU zelf een land bant van het Songfestival wegens de betrokkenheid in een oorlog, is nog nooit voorgekomen.

 De omroeporganisatie heeft altijd het niet-politieke karakter van de wedstrijd sterk benadrukt. Maar een Russische deelname dit jaar zou de wedstrijd in diskrediet brengen, klinkt het. En vooral: heel wat andere landen hadden de druk opgevoerd en dreigden zelfs met een boycot van het Songfestival. Rusland zelf had nog geen liedje geselecteerd voor Turijn.

Is het Songfestival wel apolitiek?

Het niet-politieke karakter van het Eurovisiesongfestival is in elk geval een waarde die de organisatie bijzonder hoog in het vaandel draagt. Maar (geo)politieke spanningen zijn nooit weg te denken op de grootste liedjeswedstrijd ter wereld. En niet zelden spelen spanningen met Rusland een belangrijke rol. 

Even terug naar het Songfestival in 2009, dat plaatsvond in Moskou. Het jaar voordien was Rusland in een korte oorlog met Georgië verwikkeld geraakt. Georgië wou daarom aanvankelijk niet naar het Songfestival in Moskou trekken. Het land selecteerde dan toch een liedje, een disconummer met de weinig subtiele titel "We don't wanna put in". De EBU verbood de politieke boodschap die duidelijk gericht was tegen de Russische president en uiteindelijk trok Georgië zich toch terug.

Vijf jaar later trok het Songfestivalcircus naar Denemarken, we zijn dan enkele maanden na de Russische annexatie van de Krim. Uit protest daartegen - en ook tegen de schrijnende situatie van de holebi's in Rusland - klonk er een oorverdovend boegeroep in de zaal toen Rusland zich kwalificeerde voor de finale. De daaropvolgende edities voorzag de organisatie van het Songfestival vooraf opgenomen applaus en gejuich.

Het jaar erop, in 2015, zag Oekraïne af van een deelname aan het Songfestival omdat het land nog te veel gebukt ging onder instabiliteit door de oorlog met pro-Russische rebellen in het oosten. In 2016 was Oekraïne er wel weer bij. En hoe: het land haalde een tweede overwinning binnen. Een geladen overwinning wel want Jamala zong "1944", een lied over de verdrijving van de Krim-Tataren door de Sovjet-dictator Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Russische vakjury had dat jaar - geen verrassing - geen punten veil voor Oekraïne.

Maar het is niet altijd Rusland dat betrokken is. Zelfs ons land was ooit onderwerp van een politiek relletje, zij het onrechtstreeks. Daarvoor moeten we terug naar het jaar 1978. Ook de Jordaanse televisie zond toen de liedjeswedstrijd uit. Maar toen tijdens de puntentelling stilaan duidelijk werd dat Israël zou gaan winnen met "Abanibi", lag dat te gevoelig in het Arabische land. De uitzending werd prompt onderbroken en kijkers kregen beelden van narcissen te zien. En zo komt het dat België, dat in 1978 met "L'amour ça fait chanter la vie" van Jean Vallée tweede werd op het Songfestival, in Jordanië te boek staat als winnaar.

Wat met Oekraïne dit jaar?

Tot nader order staat Oekraïne nog steeds op de deelnemerslijst van het Eurovisiesongfestival dit jaar (Mocht Rusland niet uitgesloten geweest zijn, stonden de twee landen trouwens in dezelfde halve finale). Oekraïne wordt vertegenwoordigd door de groep Kalush Orchestra, die het lied "Stefania brengt". Nochtans was Kalush Orchestra pas tweede geëindigd in de preselectie. Maar de winnaar zelf trok zich terug toen er twijfels waren ontstaan over de juistheid van de documenten waarmee ze eerder naar de Krim was afgereisd. 

Een land in oorlog op het Songfestival? Dat is wel degelijk al eerder gebeurd. Voor een van de meest frappante verhalen moeten we terug naar het jaar 1993. Na het uiteenvallen van Joegoslavië werd Bosnië-Herzegovina verteerd door een etnisch conflict met de Serviërs. Toch slaagde Bosnië-Herzegovina erin om dat jaar een kandidaat af te vaardigen naar Millstreet in Ierland. Al ging dat niet vanzelf.

Zanger Fazla en zijn bandleden riskeerden hun leven door midden in de nacht het belegerde Sarajevo te ontvluchten, de bergen rondom de stad in. Hun liedje "Sva bol svijeta" ("De pijn van de hele wereld') hadden ze enkele weken voordien met de hulp van een noodgenerator kunnen opnemen. De dirigent (toen was er op het Songfestival nog een live orkest) had zijn vertrek later gepland, maar kon Sarajevo niet meer ontvluchten door hevige gevechten, in Milllstreet viel de Ierse dirigent in voor Bosnië.

Toen er bij de puntentelling moest ingebeld worden naar Sarajevo (toen verliep alles nog telefonisch), was de klank bijzonder slecht. Maar eens de zin "Hello Millstreet, Sarajevo calling" weerklonk, steeg er een groot applaus uit de zaal op. Bosnië-Herzegovina zelf werd 16e, maar ze hadden wel de sympathie van heel Europa gewonnen. 

Meest gelezen