Raf Beckers Professionele Fotografie

In nieuwe grafheuvel in Dessel: zo zal ons radioactief afval in de toekomst geborgen worden

Een groot deel van het radioactieve afval in ons land zal over een paar jaar geborgen worden in een nieuwe installatie in Dessel, in de Antwerpse Kempen. Als de installatie voltooid is, zal ze als een grafheuvel opgaan in het landschap. Een interactieve tentoonstelling in een gloednieuw bezoekerscentrum maakt duidelijk hoe de berging zal verlopen.   

Tabloo, zo heet het nieuwe bezoekerscentrum dat vandaag in Dessel is opengegaan. Het is een initiatief van NIRAS, de instelling die instaat voor het beheer van het radioactieve afval in ons land. Over enkele jaren wordt in Dessel een nieuwe bergingsinstallatie in gebruik genomen waar een deel van het radioactieve afval een definitief onderkomen krijgt. In het bezoekerscentrum kunnen omwonenden - en al wie geïnteresseerd is - via een interactieve tentoonstelling alvast vernemen hoe de berging van het afval zal verlopen.    

In Dessel wordt al tientallen jaren radioactief afval opgeslagen. En voortaan kunt u er in het nieuwe bezoekerscentrum Tabloo te weten komen hoe dat in z'n werk gaat.

Videospeler inladen...

Een grafheuvel in het landschap

Het radioactieve afval in ons land ligt op dit moment in Dessel opgeborgen in speciale beveiligde gebouwen. Maar omdat die niet gebouwd zijn voor de eeuwigheid, krijgt het afval in de toekomst een nieuwe bestemming.

Voor het  laag- en middelactief kortlevend afval, dat onder meer afkomstig is uit ziekenhuizen en filters van kerncentrales, wordt in Dessel een zogenoemde oppervlaktebergingsinstallatie gebouwd. Als de installatie voltooid is, zal ze eruitzien als een tumulus: een grafheuvel in het landschap waarin het afval veilig ingekapseld is. 

Dat inkapselen gebeurt in verschillende fases. In een eerste fase wordt het afval bewerkt en qua volume verkleind, waarna het in metalen vaten wordt gestoken. Die worden verder opgevuld met mortel, waardoor er een compacte massa ontstaat. Het metaal van de vaten vormt een eerste beschermingslaag tegen de straling van het afval.  

In een tweede fase worden de vaten in zogenoemde monolieten gestoken. Dat zijn betonnen kisten met 12 centimeter dikke wanden. Het beton werkt als een tweede beschermingslaag tegen de straling. Om te voorkomen dat de vaten in de kisten kunnen bewegen en zo beschadigd kunnen geraken, worden ook de kisten opgevuld met mortel.   

In een derde fase worden de monolieten opgeborgen in bunkers van gewapend beton, met wanden van wel 70 centimeter dik. De bunkers vormen een derde beschermingslaag tegen de straling. 

In een laatste fase worden de bunkers afgedekt met een 4,5 meter dikke beschermingslaag, die onder meer bestaat uit zand, klei, stenen en biologisch materiaal. Op die manier ontstaan er kunstmatige heuvels die na verloop van tijd moeten opgaan in de natuur. De laatste fase zal wel maar eerst ingaan over enkele tientallen jaren, als alle bunkers gevuld zijn. In afwachting krijgen de bunkers een stalen dak, dat hun inhoud moet beschermen tegen weer en wind en dat verwijderd zal worden als de laatste fase kan ingaan. 

Wat met radioactief afval dat hoogactief is?

Voor het hoogactieve en/of langlevende radioactieve afval, dat voornamelijk bestaat uit splijtingsproducten van de opwerking van kernbrandstof, is een ander soort berging nodig. Voorlopig ligt het net als het andere radioactieve afval in tijdelijke opslagplaatsen boven de grond. Maar omdat het veel warmte uitstraalt en duizenden jaren lang radioactief blijft, zou het volgens specialisten het best geborgen worden in de ondergrond, in zout-, graniet- of kleilagen.  Momenteel wordt nog gezocht naar een geschikte locatie om het te bergen.  

Meest gelezen