Goed of slecht nieuws voor  hondshaai en zeekat? België onderzoekt impact windmolens in beschermd zeegebied

Een nieuw windmolenpark voor ons land in beschermd Natura 2000-gebied in de Noordzee: is dat een probleem voor de plaatselijke fauna, of biedt het net kansen? Onderzoeker Steven Degraer (UGent) ziet zeker kansen: "We willen negatieve effecten vermijden, maar ook positieve effecten versterken." Dat gebeurt aan de hand van 25 verschillende wetenschappelijke studies, waarvan er eentje vanmorgen is voorgesteld in Gent.  

Om de omslag naar hernieuwbare energie te versterken en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, wil ons land de windmolenparken in het Belgische deel van de Noordzee verder uitbreiden. 

De huidige windmolens in de Belgische Noordzee voorzien energie voor 2 miljoen Belgische huishoudens. Met extra capaciteit in de Prinses Elisabeth-zone zouden alle Belgische gezinnen van groene energie uit de Noordzee moeten kunnen genieten. Maar 37 procent van het Belgische grondgebied in de Noordzee is beschermd gebied in het kader van Natura 2000, waar biodiversiteit extra beschermd moet worden: twee van de nieuwe zones zouden aan of in dat beschermd gebied terechtkomen, volgens het Marien Ruimtelijk Plan 2020-2026.  

België is het eerste Europese land dat windmolenparken in beschermd zeegebied bouwt, en wil niet over één nacht ijs gaan

Zo vormen enkele grind- en zandbanken In de zone "Vlaamse Banken" een toevluchtsoord voor de bedreigde dodemansduim (een zachte koraalsoort) en de geweispons. De grindgebieden zouden ook een plek kunnen vormen waar de hondshaai en de zeekat eitjes leggen. 

België is het eerste Europese land dat windturbines in beschermd gebied gaat bouwen, zegt vicepremier en minister van de Noordzee Vincent Van Quickenborne. Er zijn daarom 25 studies opgestart om de mogelijke impact, maar ook om kansen voor biodiversiteit grondig te onderzoeken. 

EDEN 2000 (Exploring options for a nature-proof Development of offshore wind far.ms inside a Natura 2000 area), dat de 25 studies omvat, loopt volop en zou volgend jaar afgerond moeten zijn, waarna de federale overheid via een tender partners kan gaan zoeken voor het plaatsen van de windmolens. "We zullen de randvoorwaarden voor die tenders perfect kunnen invullen dankzij deze studies", schetst Van Quickenborne.   

Aquarium met eitjes en straling

Steven Degraer, marien ecoloog aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), is bezig met een van die 25 studies. In zijn proefopstelling in UGent staat een groot aquarium waar eitjespakketten van onder meer de hondshaai (Scyliorhinus canicula) en de zeekat (Sepia officinalis, een inktvis) geplaatst zijn. Daar onderzoekt Degraer of elektromagnetische straling, zoals degene die vrijkomt bij een windmolenpark, al dan niet een impact heeft op de eitjes. 

"De lange grindbedden zijn ideaal terrein voor die dieren om eitjes te deponeren", weet Degraer. "Maar als ze langere tijd zouden worden blootgesteld aan die straling, moeten we bekijken wat de gevolgen zouden zijn. Is er gevaar voor misvorming? Dat is wat we hier onderzoeken."

De grindbanken zijn een goed gebied voor de hondshaai om zich voort te planten

Steven Degraer, UGent

Maar het hoeft zeker niet allemaal slecht nieuws te zijn. De windturbines kunnen net ook kansen bieden, omdat de visvangst dan wegvalt. Zo zullen sleepnetten niet of veel minder de bodem verstoren. "Mogelijk kan de hondshaai daardoor opnieuw met meer succes eitjes leggen in de grindbedden", zegt Degraer.  

Want de Noordzee is misschien druk bevaren, er is best wel wat biodiversiteit. Zo huizen ook de Europese kreeft (Homarus gammarus) en gewone pijlinktvis (Loligo vulgaris) er. Nu de bodemverstorende visserij er gaat wegvallen, wordt gehoopt dat die soorten opnieuw succesvol gaan gebruikmaken van de grindbedden om zich voort te planten. Degraer hoopt over enkele maanden meer zicht te hebben op de eerste resultaten.

Wat betekent dit voor het project?

De studies hoeven het windmolenproject niet in gevaar te brengen, zegt Degraer. Zelfs als er een bepaalde negatieve impact kan worden aangetoond, dan zal het er op aan komen om de turbines en/of hun kabels anders te positioneren.  Dat zou het hier en daar iets omslachtiger kunnen maken, maar het hoeft zeker geen grote impact hebben te hebben op de plannen voor de Prinses Elisabeth-zone. 

Van rechts naar links: minister Vincent Van Quickenborne, bevoegd voor de Noordzee, projectleider Steven Degraer, Rik Van de Walle (rector UGent), Patrick Roose (directeur Operationele Directie Natuurlijk Milieu KBIN), Robin Brabant (onderzoeker KBIN) en Silvia Paoletti (onderzoeker KBIN).

Meest gelezen