Foto: Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)

Voor het eerst botten van uitgestorven "pinguïn van het noorden" gevonden op Belgische stranden

In oktober en november vorig jaar vonden een strandwandelaar in Oostende en een fossielenverzamelaar in Blankenberge elk een opperarmbeen van een zeevogel op het strand. Twee uitzonderlijke vondsten, die botjes van de Reuzenalk bleken te zijn. Het dier stierf 178 jaar geleden uit en lijkt goed op de pinguïn, maar leefde niet op het zuidelijk halfrond, wel in de noordelijke Atlantische Oceaan en in de Noordzee: de "pinguïn van het noorden" dus.

De botjes die Sonja Luypaert in Oostende en Sven Delandat in Blankenberge vonden, waren de eerste Belgische vondsten van de uitgestorven Reuzenalk. In Nederland zijn er op de opgespoten stranden al vaker botten gevonden. De Reuzenalk stierf uit in 1844. Hij was ongeveer 75 centimeter groot, woog 5 kilogram en kon niet vliegen. Hij kon zich ook niet zo snel voorbewegen. Hij kon wel erg goed, snel en behendig zwemmen en duiken. Wellicht kwam de Reuzenalk alleen aan land om te broeden. En terwijl hij zat te broeden, werd intensief op hem gejaagd voor zijn vlees, veren en eieren. Uiteindelijk is het ‘laatste paartje’ in 1844 op het eilandje Eldey bij IJsland afgeslacht, terwijl het aan het broeden was.

125 botten bekend

Je hebt meest kans om een bot van een Reuzenalk te vinden op opgespoten stranden. Amateur-verzamelaars zoeken op zo'n stranden naar fossielen. De rijkste vindplaatsen van botten van de Reuzenalk zijn in Nederland. Het kost gemiddeld 270 uur zoeken om een botje van de "pinguïn van het noorden" te vinden. Daar zijn nu al 125 botten bekend, goed dus voor ongeveer 33.000 uren zoeken. De fossielenverzamelaars stellen hun vondsten gratis ter beschikking van onderzoekers, die zo het leven van de Reuzenalk in de zuidelijke Noordzee in kaart kunnen brengen. 

Meest gelezen