"Onaangename oorlogswinst": hoe Noorwegen worstelt met miljarden die het binnenrijft door hoge gas- en olieprijzen
150 miljard euro, dat zou dit jaar volgens een grote Noorse bank de winst zijn die de overheid ophaalt uit haar belangen in olie- en gasbedrijven. Met dank aan de oorlog in Oekraïne, die de gas- en olieprijzen fors de hoogte heeft ingeduwd. Sommige politici en commentatoren kijken er wat gegeneerd naar: moet een deel van het geld terugvloeien naar de oorlogsslachtoffers?
Dat de Noorse overheid er, met dank aan de olie- en gasinkomsten, warmpjes in zit, was alom bekend. Het land is de grootste olie- en gasproducent van West-Europa. De winst die de overheid afroomt van de grote olie- en gasbedrijven belandt steevast in een speciaal investeringsfonds, een enorme Noorse spaarpot.
"Dat is inmiddels het grootste beleggingsfonds ter wereld", vertelt Jeroen Visser, correspondent voor De Volkskrant in Scandinavië, in "De ochtend" op Radio 1. "Daarin zit nu 1.200 miljard euro of omgerekend ruim 220.000 euro per Noor. Dat geld wordt vooral belegd. Slechts een heel klein deel van het rendement (3 procent, red.) wordt gebruikt voor overheidsuitgaven."
Dit jaar zal er nog maar eens een enorme zak geld bovenop de stapel worden gelegd. Liefst 150 miljard euro winst, raamt de Noorse bank Nordea, 6 keer meer dan aanvankelijk begroot. Dat heeft natuurlijk te maken met de fors gestegen gas- en olieprijzen als gevolg van... de oorlog in Oekraïne.
Marshallfonds
De goede verstaander hoort Noorse politici nu al wat ongemakkelijk op de stoel schuifelen. Een "onaangename oorlogswinst", wordt het er genoemd. Visser: "Sommigen vragen zich af of het nu 'business as usual' is - en ze dus het geld in het investeringsfonds moeten steken - of ze toch het geld naar de slachtoffers van oorlog moeten laten vloeien. De groenen in het Noorse parlement hebben nu een voorstel ingediend om een soort modern Marshallfonds (naar het grote hulpplan na WOII, het Marshallplan, red.) in het leven te roepen en dat geld bijvoorbeeld uit te keren om de 4 miljoen vluchtelingen uit Oekraïne te ondersteunen."
Noorwegen heeft ook antitankwapens geleverd aan Oekraïne, terwijl het normaal ook de regel was dat ze dat nooit zouden doen
Dat voorstel vindt nog niet direct gehoor in Noorwegen. "Die regel dat dat geld terugvloeit naar het fonds is heilig, vertelde een politiek analist mij", aldus Visser. "Plus het zijn maar ramingen: je weet niet wat er uiteindelijk van die winst overblijft. Bovendien heeft dat grote fonds ook een stevige knauw gehad door de oorlog, want de beurzen zijn wereldwijd wel gekelderd. Dus het is niet zo, zo luidt de redenering, dat die winst op het einde van de rit hetzelfde blijft."
Beluister hier het hele gesprek met Jeroen Visser in "De ochtend" op Radio 1:
Discussie in Noorwegen over "onaangename oorlogswinst"
Antitankwapens
Een grote krant heeft wel al opgeroepen om een deel van de winst naar de slachtoffers te sturen, maar dan wel binnen de norm van het fonds. "De groene politicus die het voorstel heeft ingediend, zei me: 'Misschien houdt nu nog iedereen vast aan die heilige regel, maar dat gaat binnenkort nog schuiven.' Noorwegen heeft bijvoorbeeld ook antitankwapens geleverd aan Oekraïne, terwijl het normaal ook de regel was dat ze dat nooit zouden doen. Hij zegt: 'Nog even geduld en elke partij stelt dit straks voor.'"
Oekraïens president Volodimir Zelenski heeft, net zoals bij ons gisteren, ook al in Noorwegen voor het parlement gesproken. Maar over die Noorse "oorlogswinst" heeft hij wijselijk gezwegen, zegt Visser.
"Hij is altijd heel goed voorbereid. Hij weet waarschijnlijk ook dat dat heilig is. Hij heeft wel om meer antitankwapens en meer sancties gevraagd. Zo wil hij dat Noorse havens geblokkeerd worden voor Russische schepen. Hij weet dat rechtstreeks om geld vragen nu geen zin heeft: het zal alleen maar weerzin oproepen. Op deze manier heeft hij misschien meer succes."
"Terzake" trok vorig jaar naar Noorwegen. Het land probeert al jaren klimaatambities en inkomsten uit fossiele brandstoffen met elkaar te verzoenen. Herbekijk die reportage hier: