DLE

Grondwettelijk Hof vernietigt deels voorrangsregel in Nederlandstalige scholen in Brussel

Het Grondwettelijk Hof ziet er geen graten in dat 65 procent van de plaatsen in Nederlandstalige scholen in Brussel worden voorbehouden voor Nederlandstaligen. Het vernietigt wel de regel dat leerlingen die al negen jaar school liepen in het Nederlandstalige basisonderwijs, ook nog een voorrang krijgen van 15 procent van de plaatsen in het secundair onderwijs.

Dat blijkt uit een arrest dat donderdag werd uitgesproken, na een vordering van de Franse gemeenschapsregering en het College van de Franse gemeenschapscommissie in Brussel (Cocof).

In januari zette de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement het licht op groen voor de nieuwe inschrijvingsregels in het gewoon onderwijs in Brussel. Het decreet hernam ook een aantal betwiste voorrangsregels voor Nederlandstaligen. Zo werd de voorrang voor Nederlandstaligen opgetrokken van 55 naar 65 procent. Daarnaast werd er in het secundair onderwijs een nieuwe voorrangsgroep van 15 procent ingevoerd voor leerlingen die voordien negen jaar lang Nederlandstalig basisonderwijs hebben gevolgd.

Het Grondwettelijk Hof ziet er geen graten in dat 65 procent van de plaatsen in Nederlandstalige scholen in Brussel worden voorbehouden voor Nederlandstaligen omdat ze beantwoordt aan een redelijke behoefte. Bovendien verhindert het de Vlaamse gemeenschap niet een billijk deel op te vangen van leerlingen die het Nederlands noch het Frans als thuistaal hebben. Het Hof vernietigt wel de regel dat leerlingen die al negen jaar school liepen in het Nederlandstalige basisonderwijs, ook nog een voorrang krijgen van 15 procent van de plaatsen in het secundair onderwijs.

Tweetalige ketjes

Vlaams minister Weyts (N-VA) is tevreden met het arrest. "Het Grondwettelijk Hof verwerpt de Franstalige bezwaren en bevestigt de principes van het Vlaamse voorrangsbeleid in Brussel. De regeling rond de 15 procent in het secundair onderwijs kan eenvoudig geremedieerd worden. Dit is goed nieuws voor de Vlamingen in Brussel én een bewijs dat een kordaat voorrangsbeleid wel degelijk mogelijk is - zowel in Brussel als in de Vlaamse Rand."

Vlaamse decreet

De voorrangsregels maakten deel uit van het ruimere Vlaamse decreet dat nieuwe inschrijvingsregels invoerde, om op die manier komaf te maken met lange kampeerfiles voor de poorten van populaire scholen. Specifiek voor Brussel trok Vlaanderen de voorrang voor Nederlandstaligen op van 55 naar 65 procent. Het gaat om leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands voldoende onder de knie heeft.

Daarbovenop zouden leerlingen die al negen jaar schoolliepen in het Nederlandstalig basisonderwijs, ook nog een voorrang krijgen van 15 procent van de plaatsen in het secundair onderwijs. Dat was niet naar de zin van de Franse gemeenschapscommissie in Brussel (Cocof), die protesteerde met een belangenconflict. Daardoor werd de behandeling van het inschrijvingsdecreet stilgelegd en konden de nieuwe inschrijvingsregels niet van start gaan zoals gepland.

Overleg tussen de beide gemeenschappen leverde geen doorbraak op, maar omdat de procedure van het belangenconflict volledig afgerond was, kon het Vlaams Parlement op de laatste zitting van de vorige legislatuur het decreet alsnog goedkeuren. De Franse gemeenschapsregering en het College van de Franse gemeenschapscommissie in Brussel trokken echter naar het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe voorrangsregels.

Meest gelezen