AFP or licensors

Door hitte-eilanden is het tot 6 graden warmer in de stad dan op het platteland: ontdek hier wat dat betekent

Door het effect van het hitte-eiland is de temperatuurskloof tussen stad en platteland groot momenteel. In de zomer kan het snel oplopen tot 5 à 6 graden Celsius, vooral 's avonds en 's nachts is het effect groot. En het beperkt zich niet tot de zomer: ook tijdens de winter en de tussenseizoenen is er een duidelijk verschil. "Heldere nachten en weinig wind vormen de ideale mix voor een groot verschil." 

Hitte-eilanden? Ze zijn al enkele jaren in het nieuws, en door de klimaatopwarming en onze warmere zomers steeds meer. Verstedelijkte omgevingen en stadskernen bevatten veel asfalt, steen, beton en verharding die overdag de zonnewarmte opnemen om die daarna weer langzaam te gaan uitstralen. Er spelen nog andere effecten, maar het resultaat is hetzelfde: het blijft er 's avonds en 's nachts warmer dan op het platteland, en soms echt véél warmer. Daardoor worden stadskernen of verstedelijkte gebieden, waarvan we er in België wel wat hebben, ook wel urban heat islands of hitte-eilanden genoemd.

Hoe groot is de temperatuurskloof, is het enkel iets wat in de zomer voorkomt, wat speelt er allemaal precies en wat kunnen we eraan doen? VRT NWS vroeg data op bij de UGent, die al vijf jaar data van over heel Vlaanderen bijhoudt, enerzijds met het MOCCA-meetnetwerk voor Gent en omgeving, en anderzijds met het VLINDER-netwerk, een project dat loopt in samenwerking met secundaire scholen uit heel Vlaanderen en Brussel.  

Hoeveel meer puffen en zweten is het in de stad tijdens warme zomers?

"We zien geregeld een verschil van 5 à 6 graden tussen stad en platteland", vertelt onderzoeker Steven Caluwaerts (UGent en KMI) over de zomerse dagen. Het hoeft niet altijd zo veel te zijn: als de zon niet schijnt, is het wat minder, en ook andere weersomstandigheden zoals de wind en de bewolking spelen mee. 

Als het 's nachts helder is, koelt het platteland sneller af, en hoe meer wind, hoe kleiner de kloof. "Helder weer en weinig wind vormen de ideale mix om een groot verschil te krijgen", zegt Caluwaerts. 

Helder weer en weinig wind vormen de ideale mix om een grote kloof te krijgen

Steven Caluwaerts, UGent

Vooral 's avonds en 's nachts is het verschil groot. De avonden koelen maar heel traag af in een stedelijke omgeving, en zelfs 's nachts blijft het relatief warm. Even een frisse neus halen na een warme dag door 's avonds laat te gaan wandelen, wordt daarom minder evident.

Het is niet zo dat het overdag per se warmer is in steden, integendeel. "Overdag zien we weinig verschil tussen steden en platteland. Soms kan het op bepaalde plekken met veel hoogbouw zelfs (tijdelijk) ietsje koeler zijn  in de stad dankzij de extra schaduw." 

Het hoogste verschil dat de onderzoekers ooit zagen via hun netwerk van meetstations, was 10 graden Celsius tussen Brussel en het platteland rond onze hoofdstad. Dat was in augustus 2020, maar die kloof was "zeer extreem" en het is tot nu toe eerder uitzonderlijk gebleken.  

Uit data die UGent ons aanleverde voor de recente hete periode tot 19 juli - toen het  kwik richting 40 graden onder thermometerhut piekte - blijkt duidelijk hoe de warmte nog heel lang bleef nazinderen in de stad. In Gent was het bijvoorbeeld om 18 juli middernacht bij de start van de heetste dag nog zowat 8 graden warmer (25,3 tegenover 17,6 graden) dan in landelijk gebied. Data Gent: weerstation bij Provinciehuis (sterk verstedelijkt in centrum Gent) versus weerstation in Melle (landelijke locatie).  

Ook in Mechelen is de kloof drie nachten na elkaar heel duidelijk Data: weerstation bij de Lindepoort (centrum) en Mechels Broek (landelijk). 

Speelt het effect enkel in de zomer?

Nee, het speelt in alle seizoenen, tot in de winter toe. "In de winter kan het soms het verschil betekenen tussen nachtvorst of net geen nachtvorst", weet Caluwaerts. "Al is de kloof dan kleiner, en er zit minder variatie in dan tijdens de zomer. Maar we zien wel degelijk een verschil." 

Onderstaande grafiek toont de verschillen in Brussel eind februari, en hoe  een stedelijk eiland het verschil kan maken tussen vriestemperaturen of niet. In Brussel zijn data verwerkt van weerstations bij Vivaqua (sterk verstedelijkt), het Koninklijk Paleis (groene omgeving nabij centrum Brussel),  en Koereit in Asse (landelijk). 

In Antwerpen gaat het om data uit een weerstation bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde (sterk verstedelijkt), de zoo (groene omgeving in centrum) en het recreatiedomeindomein De Ster in Sint-Niklaas (landelijke locatie), eveneens voor eind februari dit jaar. Terwijl het kwik ruim boven het nulpunt bleef in de stad, vroor het daarbuiten. Maar de verschillen hoeven dus niet elke nacht zo uitgesproken te zijn.  

Welke factoren spelen een rol?

Er zijn vier hoofdoorzaken voor het effect van de hitte-eilanden:

  • De vele materialen in de stad die warmte opslaan en 's avonds langzaam weer uitstralen (steen, beton, asfalt...)  
  • De complexere 3D-geometrie van een stad (bijvoorbeeld street canyons, straten met aan weerszijden hoge gebouwen) zorgt ervoor dat de warmte er meer gevangen zit én minder makkelijk kan worden teruggekaatst. 
  • Tegelijk is er in steden minder verdamping (weinig groen of natuurlijke bodems). Hierdoor gaat de energie van de zonnestraling meer gebruikt worden voor rechtstreekse opwarming.  
  • Bovendien zorgt de menselijke activiteit nog voor een versterkend effect door - in de zomer dan - bijvoorbeeld airco’s. Die koelen de huizen binnen, maar geven hun warmte buiten af. "Al wil ik dat effect niet overroepen", zegt Caluwaerts. "Hier bij ons hebben we nog relatief weinig airco's, vergeleken met grootsteden in sommige andere landen. In de winter zien we dan weer dat huizen warmte afgeven, zeker als ze minder goed geïsoleerd zijn." Ook ons verkeer, industriële activiteit en energiegebruik spelen een rol: "De fysica van het hitte-eiland verandert niet echt per seizoen. Het is steeds een combinatie van verschillende factoren."  

Hoe de hittestress verminderen?

Slechts nieuws dus voor wie gevoelig is aan hittestress en/of moeilijk in slaap raakt door de warmte, want door de klimaatverandering wordt nog meer van hetzelfde verwacht. 

Om de hittestress te bepalen, komen naast de temperatuur ook andere parameters in beeld, zoals de hoeveelheid zonnestraling, de vochtigheid en de windsnelheid. "In een parkomgeving heb je dus een dubbel positief effect op het hittestressniveau: enerzijds is de temperatuur er wat lager, anderzijds heb je er veel schaduw", zegt Caluwaerts. Het maakt er de taak van urban planners of stadsarchitecten niet minder belangrijk op: meer groen in de stad kan uiteraard helpen, net als andere maatregelen zoals ontharden, waterpartijen, groendaken of zelfs werken met lichtere kleuren. 

Een parkomgeving heeft een dubbel positief effect op het hittestressniveau

Steven Caluwaerts

We leven natuurlijk ook voor een groot deel binnen tijdens hete zomers of hittegolven. Daarom wordt het ook belangrijk dat we het daar koel kunnen houden. "Als we de impact van hitte op onze bevolking willen beperken, zullen we bij het ontwerp van gebouwen aandacht moeten besteden aan hoe we het binnen koel kunnen houden tijdens hitteperiodes." 

Of hoe (onder meer) goed isoleren zich niet enkel tijdens onze winters terugbetaalt, maar evengoed tijdens de warme periodes in lente en zomer. 

Meest gelezen