Op basis van de skeletten hebben wetenschappers de gezichten van een volwassen man en een kind gereconstrueerd.
Professor Caroline Wilkinson, Liverpool John Moores University

Lichamen in Britse waterput blijken slachtoffers van middeleeuwse antisemitische slachtpartij

17 lichamen die gevonden zijn op de bodem van een middeleeuwse Engelse waterput, zijn waarschijnlijk Joden die vermoord zijn in een antisemitische slachtpartij in 1190 n.C. in Norwich, zo blijkt uit een studie. Enkele decennia eerder waren daar de eerste zaden geplant van een antisemitische samenzweringstheorie die nog steeds voortleeft. De wetenschappers gebruikten moderne DNA-technieken, historische documenten en archeologische verslagen voor hun onderzoek dat ook nieuw licht werpt op de Joodse medische geschiedenis in Europa.

Het verhaal begon toen werklui in 2004 land aan het klaarmaken waren voor de bouw van een nieuw winkelcentrum in Norwich. Ze vonden er de stoffelijke resten van minstens 17 mensen - 6 volwassenen en 11 kinderen - in een middeleeuwse waterput.  

In tegenstelling tot andere massagraven, waar de lichamen doorgaans op een ordelijke manier bijgezet zijn, lagen de lichamen hier door elkaar en in vreemde posities, wat liet vermoeden dat ze kort na hun dood in de waterput gegooid waren met hun hoofd eerst. Dat kon wijzen op de mogelijkheid van een gewelddadige dood. 

Ian Barnes, een geneticus aan het Natural History Museum in Londen, kwam voor het eerst met de overblijfselen in contact in 2011, toen hij aan het werken was voor de BBC aan de documentairereeks 'History Cold Case'. 

"Eerst dachten we dat het waarschijnlijker was dat ze het slachtoffer waren geworden van een soort plaag, een epidemie, van hongersnood, zoiets", zei Barnes die de corresponderende auteur is van de studie. 

"Het is meer dan 10 jaar geleden sinds we begonnen te bekijken wie deze mensen waren en de technologie heeft eindelijk onze ambitie bijgebeend", zo zei hij. "Onze belangrijkste taak was de identiteit van deze individuen op het etnische niveau vast te stellen." 

Eerst stelden de onderzoeken met koolstofdatering vast dat de datum van de overlijdens tussen 1161 en 1216 van onze tijdrekening viel. De late 12e eeuw en het begin van de 13e eeuw is een periode waarin er verschillende goed gedocumenteerde uitbraken van antisemitisch geweld in Engeland plaatsvonden - opnieuw een reden voor de onderzoekers om te denken aan een mogelijke gewelddadige dood.

Een kaartje geeft de ligging van de site weer (links). Een dwarsdoorsnede door een deel van de waterput met een schedel en andere beenderen (rechts).
Selina Brace et al., Current Biology (2022)

Datering van een genetische flessenhals

Om meer te weten te komen over het leven dat de individuen achter de rug hadden, analyseerde het team het DNA van 6 skeletten met een nieuwe technologie die miljoenen DNA-fragmenten tegelijk decodeert. 

De analyse wees uit dat de individuen zo goed als zeker Asjkenazische Joden waren. Dat maakt van de DNA-stalen de oudste Joodse genomen die ooit geanalyseerd zijn. 

Uit de resultaten bleek ook dat 4 van de individuen nauw met elkaar verwant waren, onder wie 3 volle zusters, een 5 tot 10 jaar oud meisje, een 10 tot 15 jaar oud meisje en een jongvolwassen vrouw. 

De overleden individuen hadden ook een aantal genetische afwijkingen waarvan bekend is dat de hedendaagse populatie van Asjkenazische Joden een hoger risico loopt om die ook te hebben. 

Genetische afwijkingen die uitzonderlijk vaak voorkomen bij bepaalde populaties, kunnen het gevolg zijn van wat men een genetische flessenhals of populatieflessenhals noemt. Daarbij kan een snelle vermindering van de populatie leiden tot een grote stijging van het aantal mensen dat drager is van wat anders zeldzame genetische mutaties zijn. 

Aan de hand van computersimulaties toonde het team aan dat het aantal van dergelijke afwijkingen in de stoffelijke resten gelijk was aan wat men zou kunnen verwachten als de afwijkingen toen even vaak voorkwamen als dat nu het geval is bij de Asjkenazische Joden. 

Dat wijst erop dat de flessenhals-gebeurtenis die de moderne Asjkenazim genetisch gevormd heeft, gebeurd moet zijn voor het overlijden van de slachtoffers in Norwich, voor de 12e eeuw dus. Dat is vroeger dan tot hier toe gedacht werd, de gebeurtenis werd gedateerd tussen zo'n 500 tot 700 jaar geleden.  

"Het was behoorlijk verrassend dat de oorspronkelijk ongeïdentificeerde overblijfselen het historische hiaat bleken op te vullen over wanneer bepaalde Joodse gemeenschappen voor het eerst gevormd zijn en over de oorsprong van een aantal genetische afwijkingen", zei evolutionair geneticus en mede-auteur Mark Thomas van het University College London. "Niemand had eerder oud Joods DNA geanalyseerd vanwege het verbod op het verstoren van Joodse graven. We wisten dat echter pas nadat we de genetische analyses uitgevoerd hadden." 

Een samenzweringstheorie die nog steeds voortleeft

De wetenschappers vonden in de DNA-analyses ook aanwijzingen dat een jonge knaap in de waterput blauwe ogen had en ros haar - rood haar speelde vaak een rol in antisemitische stereotypen in die tijd. 

"Naarmate we meer en meer analyses uitvoerden, werd alles steeds meer en meer aannemelijk", zei Barnes. 

Hun analyse wees op één enkele gebeurtenis - geweld tijdens antisemitische rellen die opgetekend zijn in Norwich op 6 februari 1190. 

De antisemitische gevoelens waren al hoog opgelaaid omdat er al volop plannen werden gemaakt om de Derde Kruistocht te houden, zei Barnes. En minder dan 50 jaar eerder, was een plaatselijke jongen op een beestachtige manier vermoord, een gebeurtenis die een langdurige invloed zou blijken te hebben. De familie van de jongen, die later William van Norwich genoemd werd, gaf plaatselijke Joden de schuld voor de moord.

Dat werd de eerste bekende versie van de antisemitische samenzweringstheorie die het 'bloedsprookje' of de 'bloedsmaad' genoemd wordt. Daarin worden Joden er ten onrechte van beschuldigd christelijke jongens te vermoorden om hun bloed te gebruiken in bepaalde rituelen. 

"Deze antisemitische samenzweringstheorie leeft vandaag nog altijd voort. De oorsprong ervan ligt in de grond van Norwich", tweette Adam Rutherford, een geneticus aan het University College London die niet bij de studie betrokken was. "De lichamen in de waterput bieden een unieke gelegenheid om de wortels van dit hedendaagse racisme vast te stellen."  

Joodse begrafenis

Nadat de identiteit van de overblijfselen bekend was geworden, heeft de plaatselijke gemeenschap de individuen een formele Joodse begrafenis gegeven. 

Barnes en Thomas zeggen dat ze nog steeds niet met zekerheid kunnen zeggen wat de directe oorzaak was van het overlijden van de 17 individuen, wat een puzzel is die DNA niet kan oplossen. Door samen te werken met plaatselijke geschiedkundigen, archeologen en de gemeenschap, zijn de onderzoekers er echter wel in geslaagd nieuwe inzichten te bieden in historisch geweld en de oorsprong van de Asjkenazische Joodse populatie. 

"Als je oud DNA bestudeert van mensen die honderden tot duizenden jaren geleden gestorven zijn, krijg je niet vaak de gelegenheid om tegelijkertijd te werken met een levende gemeenschap", zei Barnes. "Het heeft zeer veel voldoening gegeven om met deze gemeenschap te werken aan een verhaal dat zo belangrijk is voor hen."

De studie van de onderzoekers van het Natural History Museum, University College London, Norvic Archaeology en het Norwich Record Office is gepubliceerd in Current Biology. Dit artikel is gebaseerd op een perstekst van Cell Press en een telex van het persbureau Agence France Presse. 

Meest gelezen