Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved.

Bedrijven maken steeds vaker de omslag naar elektrisch rijden, maar particulieren blijven achter: "Te duur en te veel onzekerheid"

Terwijl bedrijven steeds vaker de weg vinden naar elektrische auto's verloopt die overgang bij particulieren veel moeizamer. Voor bedrijven zijn er fiscale voordelen bij zo'n overstap, maar wie zelf een elektrische wagen wil aanschaffen moet met heel wat meer rekening houden. "De aankoopprijs ligt snel 10.000 tot 20.000 euro hoger dan bij een andere wagen en dan zijn er nog de onzekerheden rond de energiekosten en oplaadmogelijkheden", klinkt het bij sectorfederatie EV Belgium.

De ambities zijn er: tegen 2050 wil de EU klimaatneutraal zijn. Ook België onderschrijft die ambitie. Een van de manieren om onze CO2-uitstoot te verminderen is het vergroenen van ons wagenpark.

Steeds meer mensen maken ook de overstap naar elektrisch. In 2012 waren er van de meer dan 486.000 nieuwe ingeschreven wagens slechts 562 elektrisch aangedreven, dat is 0,1 procent. Vorig jaar werden er zo'n 383.000 ingeschreven en daarvan waren er al meer dan 22.000 elektrisch (5,9 procent).

We moeten wel enkele kanttekeningen maken bij die cijfers. Want hoewel het aandeel elektrische wagens op de Belgische wegen wel stijgt, gaat het nog steeds om een verwaarloosbaar aantal wagens ten opzichte van de benzine- en dieselwagens. En dat terwijl de Vlaamse regering er zelfs voor pleit om de verkoop van die laatste tegen 2029 volledig stop te zetten.

Daarnaast valt het ook op dat het vooral de bedrijven zijn die op dit moment kiezen voor elektrische wagens. Vorig jaar was 8,8 procent van de wagens die werden ingeschreven door bedrijven en zelfstandigen volledig elektrisch, bij de particulieren was dat slechts 3,3 procent. 

Dat is waarschijnlijk vooral te wijten aan het feit dat de federale regering heeft beslist dat bedrijfs- en salariswagens die op fossiele brandstoffen rijden vanaf 2023 elk jaar minder fiscaal aftrekbaar zijn en dat vanaf 2026 alleen nog elektrische wagens van een gunstig fiscaal regime zullen kunnen profiteren. 

Zelfs ik weet niet hoe ik de particulieren op dit moment moet overtuigen om de overstap naar elektrisch te maken

Jochen De Smet, voorzitter EV Belgium

Volgens Jochen De Smet, voorzitter van de sectorfederatie van elektrische mobiliteit (EV Belgium), zijn de cijfers van Febiac voor de bedrijfwagens zelfs nog een zware onderschatting. "Die cijfers gaan over het aantal ingeschreven wagens, maar net als bij de levertermijnen zit daar een fameuze vertraging op."

Maandag verscheen een rapport van het Federaal Planbureau waarin stond dat zij verwachten dat bijna de volledige bedrijfsvloot tegen 2040 elektrisch zal zijn. Volgens De Smet is ook dat een onderschatting, volgens hem zal die omschakeling zo goed als rond zijn tegen 2030. 

"Als we naar de verkoopcijfers kijken, zien we dat minstens een op de vier wagens die nu verkocht worden aan bedrijven, volledig elektrisch zijn. Maar aangezien het op sommige wagens tot 30 maanden wachten is, zullen we dat pas terugzien in de cijfers van Febiac tegen 2025."

Goed nieuws voor de bedrijven dus, maar op de particuliere markt ziet de situatie er minder rooskleurig uit. "Zelfs ik weet niet hoe ik de particulieren op dit moment moet overtuigen om de overstap naar elektrisch te maken", geeft De Smet toe. 

Wat houdt ons tegen om de keuze voor elektrisch te maken?

De aankoopprijs

Het grootste struikelblok blijft de aankoopprijs van een elektrische wagen. "Autobouwers zetten steeds vaker in op een hoger segment van wagens en daardoor lopen de prijzen snel op. Voor een elektrische wagen betaal je tegenwoordig al snel 10.000 tot zelfs 20.000 euro meer dan voor een benzine- of dieselwagen. Ik begrijp dat dat extra kosten zijn die mensen in tijden van enorme inflatie liever niet maken", zegt De Smet. 

Daarbovenop komt nog dat de huidige uitzonderlijk lange levertermijnen leiden tot onzekerheid over die aankoopprijs. "Het is vaak 12 tot 18 maanden wachten op een nieuwe wagen, maar het zou kunnen dat door de stijgende grondstofkosten diezelfde wagen in zes maanden tijd al 15 procent duurder is geworden", verduidelijkt De Smet. "Je weet dus niet op voorhand hoeveel je precies zal moeten betalen, ook die onzekerheid schrikt mensen af."

Volgens De Smet is er ook niet onmiddellijk beterschap in zicht. "De vraag naar elektrische wagens in Europa blijft stijgen en de leveringstermijnen blijven oplopen. Zo lang dat het geval is zullen ook de prijzen blijven stijgen. Het enige waar we kunnen op hopen is dat er nieuwe spelers op de markt komen met vaste prijzen en vaste leveringstermijnen die de huidige constructeurs onder druk zouden kunnen zetten." 

En die nieuwe spelers komen er ook aan, verzekert De Smet. Zo zal het Chinese BYD binnenkort drie nieuwe elektrische wagens lanceren op de Europese markt en zelfs technologiegigant Huawei werkt aan een elektrische wagen. 

Gebrekkige tweedehandsmarkt

Daarnaast is er ook het gebrek aan tweedehandsmarkt voor elektrische wagens. Mensen die uit budgetoverwegingen liever een tweedehandswagen aanschaffen zullen op de Belgische tweedehandsmarkt niet snel een elektrische wagen vinden. "90 procent van de elektrische wagens die in België een eerste leven hebben gehad als bijvoorbeeld bedrijfswagen, gaan daarna naar het buitenland", vertelt De Smet. Maar dat gaat voorlopig ook niet om grote aantallen wagens. 

"België heeft pas laat de stap naar elektrisch gemaakt en de meeste elektrische wagens bij ons zijn bedrijfswagens, het zal nog tot 2025 duren eer het gros van die wagens op de tweedehandsmarkt terechtkomt", verduidelijkt De Smet. Bij onze noorderburen is die tweedehandsmarkt er wel al, mede dankzij het feit dat de Nederlandse regering beslist heeft om de aankoop van elektrische wagens voor particulieren te subsidiëren, ook de aankoop van tweedehandswagens.

Onzekerheid over energiekosten

De prijs van elektriciteit is gekoppeld aan de gasprijs, en die is de laatste maanden flink gestegen door de oorlog in Oekraïne en de bijhorende onzekerheid van gasleveringen van Rusland aan Europa. Daardoor werden eigenaars van elektrische auto's - of zij hun auto nu thuis opladen of via publieke laadpalen - geconfronteerd met prijsstijgingen  van 10 procent of meer bij het opladen van hun wagen. 

Allego, een van de grootste Duitse exploitanten van laadstations, heeft begin deze maand zijn prijzen verhoogd van 43 cent per kilowattuur tot 47 cent. De prijs van snelladen is gestegen van 65 naar 70 cent per kilowattuur, terwijl het snelste, het zogenaamde ultrasnelladen, gestegen is van 68 naar 75 cent per kilowattuur. Voordelige supermarkten, doe-het-zelfketens en meubelzaken waar klanten tot voor kort gratis konden opladen tijdens het winkelen, voeren nu kosten in.

"Die stijgende energiekosten bedreigen de toekomst van de elektrische auto", waarschuwen enkele prominente figuren uit de Duitse autosector in de Britse krant The Guardian. "Niet alleen de elektriciteitsprijzen, maar ook de stijgende kosten en beschikbaarheid van grondstoffen, een chronisch tekort aan onderdelen en de inflatie hebben aanzienlijke gevolgen voor de productie en de verkoop van auto's", klinkt het.

Ook de Belgische autosector maakt zich zorgen over wat komen zal. "In normale omstandigheden moet je rekening houden met een verdubbeling van je elektriciteitsfactuur, wanneer je een elektrische wagen aanschaft", zegt De Smet. "Maar op dit moment tasten we allemaal in het duister, niemand weet wat er de komende maanden zal gebeuren."

Rijbereik (en oplaadmogelijkheden)

Los van de kosten maken mensen zich ook zorgen over het rijbereik van elektrische auto's. De goedkopere elektrische wagens hebben nu al een bereik van 400 tot 500 kilometer en in de duurdere prijsklasse loopt dat zelfs op tot 700 kilometer. Hoewel dat voor de meeste mensen zeker voldoende moet zijn om een dag te rijden, schrikt dat sommige mensen nog af. Zeker als ze dan ook nog eens berichten horen over het gebrek aan laadpalen.

"Ik deel de locaties waar je de elektrische wagen kan opladen in in drie groepen: op het publieke domein, op het werk en thuis", aldus De Smet. "Om comfortabel met zo'n wagen te kunnen rijden heb je twee van die drie locaties nodig." Wie dus laadstations heeft dicht bij huis en ook op het werk kan opladen, hoeft zich weinig zorgen te maken. 

Wie dat niet heeft, kan misschien beter investeren in een laadstation thuis. "De standaardstations heb je al voor 600 tot 800 euro, maar ga je naar de slimme versies dan betaal je zo'n 2.000 tot 3.000 euro", vertelt De Smet. "Indien je die laatste dan ook nog eens op een slimme manier kan combineren met zonnepanelen, kan je ook je energiefactuur voor het opladen van de wagen tot 90 procent drukken", besluit hij.

Duurzaamheid

Heel wat mensen maken zich ook zorgen over de duurzaamheid van een elektrische wagen, niet zozeer over hun CO2-uitstoot wanneer ze rijden, want die is er uiteraard niet, maar wel over de uitstoot tijdens het productieproces. Want het klinkt tegenstrijdig maar bij het maken van een elektrische wagen, komt er bijvoorbeeld meer CO2 vrij dan bij het maken van een diesel- of benzinewagen. Dat komt omdat je niet alleen de wagen moet bouwen, maar ook de batterij.

Toch blijkt uit onderzoek uit 2020 van VRT NWS-journalisten Luc Pauwels en William Laenen dat een elektrische wagen de allerproperste is. "Maar het blijft wel oppassen, want heel belangrijk is hoe de elektriciteit geproduceerd werd", lezen we in het onderzoek. "Is dat door windturbines of door zonnepanelen dan is een batterij-auto niet te kloppen. Maar in landen zoals Polen, waar de stroom nog afkomstig is van centrales die met steenkool gestookt worden, daar zouden elektrische auto's beter gewoon verboden worden."

Meest gelezen