Verschillende regeringen in ons land hebben akkoord over verdeling klimaatlasten en -middelen

Er is een princiepsakkoord bereikt over de lastenverdeling van de klimaatinspanningen en klimaatmiddelen. Dat meldt Vlaams minister van Energie Zuhal Demir die de onderhandelingen heeft geleid. Het duurde lang voor er een akkoord was om de minister het oneens waren over de verdeelsleutel tussen het federale niveau en de gewesten.

De regio's en het federale niveau onderhandelen al langer over het dossier van de 'burden sharing', de verdeling van de klimaatinspanningen, maar ook de verdeling van de middelen voor het klimaat. Daardoor zat de pot met opbrengsten uit de veiling van Europese emissierechten geblokkeerd. Volgens bronnen zou het gaan om een bedrag van zowat 1,5 miljard euro. Er kon echter lange tijd geen akkoord gevonden worden over de verdeelsleutel tussen het federale niveau en de gewesten. Dat (princieps)akkoord is er nu wel, na "intens onderhandelen", zo staat in een gemeenschappelijk persbericht.

Wat houdt het princiepsakkoord precies in?

 Het princiepsakkoord voorziet een verdeelsleutel waarbij Vlaanderen 52,76 procent krijgt, het Waalse gewest 30,65 procent, het Brussels gewest 7,54 procent en de federale overheid 9,05 procent. Voor Vlaanderen zou dat omgerekend uitkomen op bijna 800 miljoen euro. Het kabinet van minister Zuhal Demir wijst erop dat het niet gaat om 'extra' geld. De middelen waren namelijk al geprefinancierd en zaten bijvoorbeeld al in het Vlaamse renovatiebeleid.

Daarnaast is afgesproken om het bestaande klimaatresponsabiliseringsmechanisme te ontbinden. Dat mechanisme werd tijdens de zesde staatshervorming in het leven geroepen om de regio's te responsabiliseren voor hun klimaatinspanningen. Het mechanisme werd echter nooit volledig uitgewerkt en trad nooit in werking. Daardoor konden de federale opbrengsten van de veiling van emissierechten niet worden aangewend voor klimaat- en energiebeleid. Door het mechanisme nu te ontbinden kan er 135,8 miljoen euro worden vrijgemaakt. Van dat bedrag krijgt Vlaanderen 60 miljoen euro, Wallonië 37 miljoen euro, het Brussels gewest 10 miljoen euro en de federale overheid 28,8 miljoen euro.

 De ministers hebben daarnaast ook een akkoord bereikt om vanaf 2021 (het vorige akkoord liep tot 2020) te verbinden tot het behoud van de Belgische doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie.

 Tot slot voorziet het akkkoord ook in een engagement om in de periode 2021-2024 'voldoende middelen te investeren in internationale klimaatfinanciering'. Wat er verstaan wordt onder 'voldoende' wordt niet verduidelijkt, maar het is de bedoeling dat 'ons land zich aan de wereldwijde engagementen kan houden in de aanloop naar COP27 (De VN-Klimaatconferentie van Sharm-el-Sheikh in november, red.)'.

Radio 2

Betrokken ministers tevreden

Elke minister trekt nu naar zijn of haar regering met de vraag het princiepsakkoord goed te keuren. Alle betrokken ministers zien het princiepsakkoord als een belangrijke stap in een aanslepend dossier. "Ik juich deze overeenkomst toe. Ik pleit er al maanden voor dat de inkomsten uit het ETS (emissiehandelsysteem, red.) vrijkomen als onderdeel van de crisis die we doormaken",  zegt federaal minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo). 

Het is geen dag te vroeg om de geblokkeerde middelen vrij te maken en verder te werken aan een sociaal klimaatbeleid

Tinne Van der Straeten, minister van Energie (Groen)

Ook haar collega van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) spreekt van "een belangrijke stap vooruit". "Geen dag te vroeg om geblokkeerde middelen vrij te maken en verder te werken aan meer hernieuwbare energie en een sociaal klimaatbeleid", klinkt het.

Meest gelezen