Je zou het niet verwachten, maar deze kleurrijke zangvogel komt de winter door op een wel zeer lugubere manier.

Van een vuurrood spinnetje tot een slager met veren: dit zijn de vijf onverwachte hoofdrolspelers van de film "Onze natuur"

Vanaf vandaag loopt de documentaire film “Onze natuur” in de filmzalen. Daarin krijg je anderhalf uur lang de meest opmerkelijke dieren te zien die er in ons land rondlopen. Herten en vossen, natuurlijk, maar ook veel dieren die veel minder voor de hand liggen. Wie zijn die cultsterren die we zeker in de gaten moeten houden? VRT NWS vroeg het aan vier kenners die met de laarzen in de modder staan.

De titel van "Onze natuur" omschrijft perfect wat je kan verwachten: een uitstekende prent die focust op de Belgische natuurpracht. Ze kan wedijveren met de mooiste BBC-documentaires. Er is maar liefst 960 draaidagen lang aan gewerkt.

Er was dan ook veel te filmen, want België zit tjokvol fascinerende beestjes. Iconische dieren als de vos, het hert of het everzwijn natuurlijk, maar ook dieren met een minder grote vedettestatus. Welke van die culthelden moeten we in de gaten houden wanneer we naar “Onze natuur” gaan kijken? 

Boswachters Wouter Huygens en Jef De Winter (Agentschap voor Natuur en Bos), Natuurpunt-medewerker Koen Van Keer en cameraman Pim Niesten werkten allemaal op hun manier mee aan de film. Ze loodsen ons langs hun vijf favorieten.

De lentevuurspin, het monster van Loch Ness uit Lommel

In Lommel zit een van de laatste populaties wereldwijd van een spinnetje dat maar enkele dagen per jaar boven de grond komt. De lentevuurspin, zo heet het kluizenaarsbeestje. Pas na vier jaar is het mannetje geslachtsrijp. Het wordt dan vuurrood en gaat op zoek naar een vrouwtje, dat haar hele leven onder de grond blijft.

De lentevuurspin werd pas in 2009 ontdekt door Natuurpunt-veteraan Koen Van Keer en zijn broer, nadat het diertje honderd jaar lang uitgestorven was verklaard in ons land. “Na een melding hadden we een zoekactie opgezet die we Operatie N hadden genoemd, naar Nessie, het monster van Loch Ness”, herinnert Van Keer zich. “Iedereen zocht ze, maar niemand vond ze. Tot mijn broer er een voor z’n voeten zag kruipen vlak voor we ermee wilden ophouden!”

In de film zitten twee scènes met de lentevuurspin die amper zijn waargenomen, en nog nooit eerder zijn gefilmd

“Het is een heel mooi beestje met prachtige kleuren dat meteen heel hoog op mijn verlanglijst stond”, vult "Onze natuur"-cameraman Pim Niesten aan. “Het is een soort van ambassadeur voor spinnen. Spinnen zijn voor mij de underdog, de minder gewaardeerde dieren waar ik het voor wil opnemen. Al vraag ik me nog steeds af hoe ik zo’n dikke huisspin buiten kan krijgen als er eentje thuis rondloopt.”

In de film zitten twee scènes die amper zijn waargenomen, en nog nooit eerder zijn gefilmd: een gevecht tussen twee mannetjes om een vrouwtje, en een paringsscène. Vooral die laatste scène had heel wat voeten in de aarde. Het hol waar het vrouwtje zich in ingraaft, moest integraal uitgegraven worden, en voorzien van een glazen wand zodat er gefilmd kon worden. 

Pim Niesten aan het werk voor "Onze natuur", tot aan zijn knieën in het water.

“En dan moet je daar nog een klein straaltje licht binnen krijgen”, gaat Niesten verder. “Ik hing er dan een microscooplampje boven. Gelukkig stoorde dat de spinnen niet, de romantiek was duidelijk nog aanwezig (lacht).”

Waar de spinnen precies leven, willen de makers niet zeggen, om de rust van de diertjes niet te verstoren. “In Groot-Brittannië, waar ze ook heel geïnteresseerd zijn in de soort, doen ze daar heel geheimzinnig over”, schetst Van Keer. “Op een studiereis daar waren het bijna ‘Allo Allo’-achtige toestanden. De gids zei net niet ‘listen very carefully’ terwijl ze in de pub de kaart met de locaties ontvouwde, en over haar schouder keek of er niemand meeluisterde.” 

De snoek, de barracuda van het zoete water

Een roofvis met 700 tanden, een kannibaal, een alleseter… en een Antwerpenaar. Dat is de snoek, of tenminste de exemplaren die gefilmd werden voor “Onze natuur”.

“Die zijn gefilmd in de vijver van de Wolvenberg in Berchem”, beaamt Van Keer. “Daar zijn heel wat wilgen in het water gevallen, waardoor je er met de invallende zonnestralen een soort van mangrove-effect krijgt. En dat tussen de ring rond Antwerpen en de Singel!”

“Daar ligt een vijver die we zo natuurlijk mogelijk beheren, maar waarvan we niet goed wisten wat er allemaal in zat. Tot duiker-cameraman Tommy Vuylsteke erin afdaalde. Toen hij opnieuw boven kwam, had hij een glimlach tot over zijn oren. Blijkbaar zwommen er verschillende snoeken rond van meer dan een meter groot. Dat was ook voor ons een verrassing.”

De kraanvogel, een welgekomen toerist

“Ik weet niet of de gemiddelde Belg weet hoe machtig kraanvogels zijn”, zegt cameraman Niesten. “Het zijn grote, mooie vogels. Ze komen vanuit Duitsland en Scandinavië om te overwinteren in het zuiden. Soms maken ze dan één tussenlanding in ons land met hun jongen, voor ze de volgende dag weer verder trekken.”

“Er zit een massascène in de film die niet evident was. Je moet net op de juiste plek zijn. Alle weersomstandigheden moeten meezitten. Niet alleen hier, maar ook in het land waar ze vertrekken. Dan zit je op de Hoge Venen vergeefs te wachten doordat de windrichting veranderd is, of doordat het ginder nog te bewolkt is. Frustrerend.”

BEKIJK - Pim Niesten vertelde op maandag 12 september in De Afspraak over "Onze natuur".

Videospeler inladen...

Gelukkig is er een heel kraanvogelnetwerk over heel Europa, van liefhebbers die elkaar op de hoogte houden van waar de vogels zich bevinden. Uiteindelijk bleef de ploeg twee weken ter plaatse.

“Ik heb kraanvogels kunnen filmen toen ze ‘s avonds landden. ‘s Nachts kwamen er dan nog duizenden kraanvogels bij. Dat was een van de zwaarste inspanningen die ik heb moeten doen voor de film: zonder licht tot aan je heupen door het slijk ploeteren, om toch maar vlak voor de ochtend aan te komen bij het ven waar ze allemaal samen zaten, zonder ze op te schrikken.”

“Het spektakel dat we toen hebben gefilmd, heeft me harder geraakt dan ik had verwacht. Het blaast je helemaal weg, die kraanvogels die daar staan te roepen en overvliegen. Je voelt je dan klein en nietig, weggedoken in de bosrand. Je voelt je middenin de wildernis, en dat gewoon in België.”

De heikikker, blauw van de 'goesting'

Anders dan de rode lentevuurspin kleurt de heikikker één keer per jaar blauw tijdens de paartijd. Exact drie dagen heeft het mannetje dan om een vrouwtje te vinden.

Boswachter Jef De Winter, die de Kalmthoutse Heide beheert, kent de heikikker goed. “In de film kan je in detail zien hoe ze knalblauw worden en beginnen te roepen. In de natuur kan dat enkel vanop afstand. Het zijn heel schuwe dieren die meteen onderduiken zodra ze iets voelen aankomen.” 

Wil je de dieren uit “Onze natuur” in het echt bewonderen? Trek dan zeker zelf de Belgische natuurdomeinen in. Maar, vragen de boswachters, ga niet specifiek op zoek naar een van de soorten uit de film. Dat zorgt voor stress voor de vaak al kleine populaties. “Neem de heikikker: als die gestoord wordt, duikt ze tot 20 minuten onder water. Dat verkleint de paarkansen”, legt Jef De Winter uit. “Dus ga zeker de Belgische natuur bezoeken, maar wees je ervan bewust dat ze ook kwetsbaar is. 

Niesten had exact één dag om het diertje te filmen. Niet vanzelfsprekend. “Door de klimaatverandering was het veel te droog”, vertelt hij. “Dan belden mijn contacten op het terrein: als je nu drie kikkers wil komen filmen, kan je langskomen. Meer waren er niet, de nieuwe generaties overleefden het niet.”

Pas in het derde filmjaar, het laatste, waren de omstandigheden goed. “Het was een prachtige ochtend, heel vroeg in de lente. We konden filmen hoe het ijs in de poelen smolt onder de lentezon, en hoe de mannelijke heidekikkers moesten vechten voor een vrouwtje.”

“Het was exact wat we nodig hadden, maar je hebt niets in de hand. Toen ik de volgende dag terugging, was de kikkeractiviteit al veel minder.”

De klapekster, een slager met veren

Een van de meest lugubere scènes uit de film is die met de klapekster. “In documentaires uit Afrika zie je hoe een leeuw een gazelle pakt. Wel, dit is hetzelfde: een klapekster die een muis pakt”, zegt boswachter Wouter Huygens. “Ik vind dit een van de mooiste shots uit de film.”

Nochtans is de scène er geen voor gevoelige kijkers. Want de klapekster heeft een bijzondere manier om zijn voedsel te bewaren. Hij prikt zijn prooien in een doornenstruik, meestal een meidoorn. “Het lijkt wel alsof hij de muis op satéstokjes prikt. Maar dat is de natuur: de een z’n dood is de ander z’n brood.”

“Dat was voor mij het meest unieke beeld uit de film”, vindt ook Huygens’ collega Jef De Winter. “We weten dat de klapekster dat doet, want we vinden op het terrein al eens een beest op een struik geprikt. Maar als je het ook wil zien gebeuren in de natuur, moet je gigantisch veel geluk hebben.”

“Die scène heb ik niet gefilmd, maar mijn collega Dick Harrewijn”, duidt Pim Niesten. “Ik merk nu dat er nogal wat reactie uit het publiek komt, en dat de scène nogal luguber is. Het gekke is: voor mij kwam dat niet zo binnen. Maar blijkbaar verwacht het gemiddelde publiek zoiets niet.”

“Voor mij is het een bijzonder winterverhaal: hoe de klapekster de winter doorkomt door zijn voedselvoorraad in een boom op te slaan. Zo overleeft hij tijden van schaarste. Wist je trouwens dat het geen echte roofvogel is, maar wel een zangvogel? Al heeft hij wel een aangepaste haakbek om zijn prooi te kunnen verscheuren.” 

De film “Onze natuur” loopt vanaf vandaag in de Belgische filmzalen. In januari volgt ook een zevendelige documentaire reeks op Canvas.

Meest gelezen